Griep

Ik lag in bed met gloeiende wangen, hoofdpijn en algehele malaise. Er waren helemaal geen prikkels en dat was meteen het enige voordeel ook. Het leek verdacht veel op griep. Dat was honderd jaar geleden, dus ik kon moeilijk klagen.

Maar ik klaagde wel, want waarom begon het precies op mijn verjaardag? Terwijl ik de dag had gereserveerd voor leuke activiteiten met mijn man, zoals naar de film en uit eten? Net nu het voor het eerst in honderd jaar gelukt was iets leuks te verzinnen voor mijn verjaardag en dat nog in concrete plannen uit te werken ook?

Ik hoefde geen eten en geen drinken. Ik lag en lag en lag maar in bed en voelde me heel zielig. Misschien had ik per ongeluk wel de mannengriep, zo zielig vond ik mezelf. Mijn man was lekker wat dingen voor zichzelf aan het doen in huis, de kat liet zich ook niet zien. Die had al meteen door dat er van mij voor de voedselvoorziening weinig te verwachten viel. Een keer vergiste hij zich en sprong op bed. Met grote ogen keek hij naar mijn voorhoofd, waarop ik net kreunend een nat washandje had gelegd. Af en toe moest ook mijn man toch in de slaapkamer zijn geweest, dan stond er een glas water of een kopje thee.

Als het niet lukte om te slapen, probeerde ik aan leuke dingen te denken. Maar de leuke dingen veranderden continu in groezelige, nare dingen. Ik probeerde het met neutrale gedachten, maar ook die gleden af naar negatief. Het was me al vaker opgevallen: als ik ziek ben, krijg ik er gratis een minidepressie bij. Er was nu nog maar één oplossing. Ik moest aan de kat denken, dat kon alleen maar positief zijn. Er wilden me alleen even helemaal geen katgerelateerde gedachten te binnen schieten.

Mijn man kwam kijken hoe het ging en of ik niks wilde eten. Ik wilde niet eten! Ook niet van de kippensoep die hij speciaal voor mij had gemaakt. De lucht was me eigenlijk al te veel.
Vlak voor ik eindelijk even wegzakte in slaap, schoot me toch nog een kattengedachte te binnen. Ik vroeg me namelijk al langer af waarom er best veel katten zijn met een witte onderkant, terwijl hun bovenkant wel gekleurd is. Bijvoorbeeld rood, zoals onze kat. Wat nu als de onderkant gewoon de grondverf is? Die had ook gekleurd moeten zijn, maar bijna geen enkele kat heeft het geduld om net zo lang stil te staan tot hij helemaal van top tot teen geverfd is.

Ik vond dit best een plausibele verklaring. Voor iemand met koorts.

Lees ook:

  • Open over mijn depressie

    Ik ben iemand die openlijk uitkomt voor het feit dat ik een depressie heb. Ik zou niet weten waarom dat raar zou zijn. Aan ziek zijn kun je niks doen, dus waarom zou je je moeten schamen dat je iets…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer