Gevoel en Verstand

Soms zit ik in een vreemde, parallelle wereld tijdens schematherapie. Ik volg groepstherapie met zeven andere vrouwen, begeleid door twee psychotherapeuten. Als de ene therapeut zich op de inhoud van de sessie concentreert, bewaakt de ander de tijd en de randvoorwaarden. Ze vullen elkaar aan en wisselen soepeltjes van rol als het zo uitkomt. Ik ben erg tevreden over ze.

Ik ben niet toevallig bij deze praktijk terechtgekomen. Ik koos juist deze praktijk voor psychotherapie door de antecedenten van de eigenaar en hoofdbehandelaar, die ik ken vanuit mijn vroegere werk. Kort gezegd dacht ik dat een therapeut zoals hij, die ruime ervaring heeft met de behandeling van TBS-patiënten, vast ook wel iets zou kunnen bereiken met mij.

Mijn werk was in de zorg – eerst in de GGZ, later in de verpleging en verzorging, maar altijd achter de schermen als beleidsmedewerker HRM. En dat, zo merk ik, heeft nu soms het vreemde effect dat ik beleidsmatig denk en regelmatig analyseer wat er bij schematherapie gebeurt, terwijl ik daar natuurlijk zit om bewust te worden van mijn eigen ongezonde patronen en om te leren hoe ik mijn behoeften op een gezonde manier kan uiten. De wisselwerking tussen gevoel en cognitie helpt me overzicht houden en vanuit een ander perspectief te kijken.

Afijn, als je bekend bent met schematherapie: een van mijn meest gebruikte copingmodi is de Pest-en-aanvalmodus. Die treedt graag op met de Zelfverheerlijker. Als die de overhand krijgt, word ik arrogant, weet ik alles beter, corrigeer ik mijn omgeving als een malle en als iemand een vinger uitsteekt naar me, peuzel ik die met schijnbaar genoegen op. En de meest regelmatige ontvanger van die boodschappen die zich ook tijdens sessies opdringen? Juist, dat is de hoofdbehandelaar, die ik 18 jaar geleden voor het eerst ontmoette en die mij dus ook buiten de context van therapie kent.

Vertwijfeld vraag ik me soms af of het feit dat ik het sneu vind voor hem iets zegt over mijn arrogantie of over mijn empathie. En hoe sneu ben ik, als ik mijn eigenwaarde probeer te voelen en te bevestigen door mezelf als een gelijkhebbende kenau te positioneren? En waarom moet het altijd de leider zijn op wie ik me af reageer?

De analyticus in mij merkte pas geleden dat de opstelling van de therapeut naar mij de laatste tijd gewijzigd is: hij houdt me ‘kort’, geeft me geen kans om semantische discussies te beginnen en zo de kern van iets – ja, mijn gevoel – te vermijden. En daar heb ik baat bij. Ik verwonder me hoe ik direct een reflex van ergernis krijg als ik word afgekapt. Weer word ik niet gehoord en niet gezien, terwijl tegelijkertijd de analist in mij het mechanisme erachter ziet: welk ongezond patroon dit is, hoe ik de behoefte naar erkenning erachter herken, de plaats die het heeft in mijn therapie, de rol en het effect ervan op mijn omgeving, de gehele dynamiek van de sessie én de winst op de langere termijn.

Mijn therapeute zegt dat ik te veel en te vaak cognitief bezig ben en niet voldoende bewust ben van mijn gevoelens. Dat klopt. Het is nu beter dan voordat ik schematherapie kreeg, maar die verdraaide gevoelens laten zich niet eenvoudig vatten. De beleidsmedewerker in me ziet dat het op deze manier vooralsnog óók werkt voor mij. Ik heb cognitieve analyse nodig om mijn emoties in de juiste context te kunnen plaatsen. Want die context, die moet dat van een gezond volwassene worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.