verdrietige jongen

Geen gedachten, geen gevoel

Ik heb vijftien uur geslapen, waar ik niet trots op ben. En ik wil eigenlijk niet opstaan. Al weken lukt het gewoon niet. Vertwijfeld sta ik toch op. Probeer er vandaag wat van te maken. De badkamer is de volgende drempel. Ik doe handzeep op de tandenborstel en merk het pas op als ik ga poetsen… zucht..

Beneden tref ik een onopgeruimde kamer; in niet-depressieve buitenstaander-termen een ‘puinhoop’. Wanhopig sta ik voor het gordijn in de keuken. Wel, niet, wel, niet. Dan maar op een kiertje, het middengedeelte… Een zee van licht… Mijn ogen moeten wennen, want het is al een lange tijd niet zo licht geweest. Al snel verdwijnt het sprankje euforie als ik de puinhopen in het huis zie. De afwas die bijna tot de kraan was opgestapeld, ondanks de lege vaatwasser, het aanrecht met lege verpakkingen. Geen plek is vrij. Ik ga zitten en staar voor mij uit. En dat blijft zo een tijdje. Geen gedachten, geen gevoel, geen vertaling van wat ik zie. Niets.

Na één uurtje begin ik koffie te zetten, om toch maar het gevoel te hebben iets voor elkaar te krijgen. Ik heb de keuze tussen Nespresso of zelf bonen malen. Ik kijk naar het Nespresso-apparaat; ik moet het apparaat aansluiten, water erin doen. Te veel gedoe… Vreemd hoe zoiets werkt in je brein, want handmatig bonen malen en de handelingen erna kosten meer energie dan zo’n cupje erin doen. Na een halfuur komt er eindelijk stoom uit het apparaat. Ben nu al moe.

Het koffiekopje staat voor mij. De damp komt ervan af, maar ik ervaar de geur ervan niet. Gedachten als ‘Wanneer is er iemand op bezoek geweest?’ komen in mij op. ‘Dat moet lang geleden zijn geweest’. Een gevolg van het afhouden van bezoek, omdat het te veel energie kost om de kamer op orde te krijgen. Veel vrienden zijn er niet overgebleven. Alleen een enkeling die het ook heeft gehad en weet wat het is. Een vriendin. Zij mag en kan alles vragen. Maar de ‘anderen’ niet. Niet meer.

In het begin vinden de anderen het zielig en willen ze op allerlei manieren helpen. Na een tijdje minder bezoek, veroorzaakt door het monotoon gedrag van je somberheid, weten ze niet meer hoe te reageren. Of “je kost te veel energie”. En na een tijdje komen ze geheel niet meer langs of hebben we slechts sporadisch contact en verwatert de vriendschap. Ze durven niet meer langs te komen, want ze begrijpen niet waarom ik zo ben en er niets aan doe. ‘Er niets aan doen’ staat weer gelijk aan ‘falen’ in de kronkels van mijn brein. Dus mijn strategie is veranderd. Ik vertel het niet meer en zet een groot masker op. Ik ben te moe om me te verantwoorden.

In gedachten vergroot de leegte zich als ik zie dat de koffie zijn warmte heeft verloren. Maar dan gaat de telefoon. Ik neem op en hoor de stem van die ene vriendin: “Hai, hoe gaat ‘ie?”