Gáán

Ik sta in de donkere hal, mijn hand op de klink. Geen twijfel, in een ruk de deur open: de wereld. Daar had ik mij nog niet op voorbereid, niet eens over nagedacht. Ik had nog niet stilgestaan bij het gáán.

De zon valt op mijn gezicht. In de enkele seconden tussen- de ene stap tussen- de adem tussen- binnen en buiten, verandert alles. Alles valt, op of nabij zijn plek. Mijn mondhoeken, mijn ogen, adem en schouders hervinden hun houding. Alles verandert. Ik voel het. Het is nog niet perse goed of slecht. Maar in die ene seconde past alles zich aan. Ik wou dat ik het kon negeren. Maar de verandering is zo groot dat ik er echt niet omheen kan. Volautomatisch conditioneert mijn lichaam zich.

We zijn vertrokken. Soms is het een beetje als jongleren met gevoelens. Hoog, laag, in de hand of op de grond. Ik moet leren naar de balletjes te kijken, anders vallen ze. Lopend wordt het nog moeilijker. Onderweg bedenk ik duizend titels. Duizend onderwerpen. Duizend dingen om weg te stoppen.

De tijd haalt mij in want ik ben aangekomen: “Mensen, hier ben ik! Nu hoef ik niet meer te denken. Ik kan weer gaan praten over alles waarvan ik verwacht dat de ander het een logische interpretatie vindt. Ik gok dat ik het juiste vertel, ik hoop dat ik precies dat vertel wat mij verlichten kan. Praten hoort te helpen. Maakt het dan ook uit wat ik zeg? Jammer dat ikzelf er niet echt ben. Ik besta alleen als ik alleen ben. Nou, doei!”

Ik vertrek weer. Hoe kan het dat ik altijd altijd altijd iemand naast mij zou willen hebben lopen, terwijl ik nooit nooit nooit over de dingen spreken kan?

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.