Angstigmeisje

Het ergste aan een paniekaanval

“Wat is het ergste aan een paniekaanval?’’

Een vraag die ik al vaak gehad heb. Vaak tijdens therapie, zo ook vandaag. En het viel me vandaag voor het eerst op dat ik het antwoord niet weet. Niet precies weet. Al helemaal toen er doorgevraagd werd dacht ik, ik. weet. het. niet. En dat na al die jaren. Na zoveel paniekaanvallen. Na zoveel gesprekken en oefeningen. En dan valt me vandaag pas op, dat ik het niet exact weet? Ik ga het toch proberen te omschrijven. Omdat ik het wil weten, moet weten zelfs. Om te vertrouwen en te bouwen.

Het liefst heb ik mijn mobiel in mijn hand als ik spanning of paniek heb. En als ik hem niet in mijn hand kan hebben, weet ik exact waar die ligt. Ik heb heel lang geen code erop gehad, omdat dat zelfs teveel lijkt op dat moment. Allés is teveel op dat moment. Alles. Zelfs het woord ‘alles’.  De letter A is alles wat ik dan nog herinner.

Het lijkt of ik enorm verslaafd ben aan mijn telefoon, maar het is veiligheid en afleiding, zodat wanneer mijn ademhaling zo hoog is dat mijn gedachtes en lichaam honderden elektrische schokken krijgen, ik mijn mobiel pak om mijn vader of moeder te bellen, en de simpele zachte woorden te fluisteren “Ik heb er weer last van”. Om die woorden eruit te persen. Om niet meer te durven praten omdat je denkt dat het niet kan.

En om dan bijvoorbeeld te horen: “Laat het maar los, je hebt goed geslapen vannacht, en die busrit is ook vaak goed gegaan. Denk aan de keren dat het goed ging.” De eenzaamheid die dan ontstaat. Want als ik had geweten hoe ik los moet laten, had ik het gedaan. Maar ik wéét hoe lief het bedoeld is.

Om op je 21ste precies te weten waar je ouders zijn, en of ze bereikbaar zijn. Je zo het gevoel hebt te belasten, maar denkt dat je het alleen niet kan. Te weten dat ze je aan de telefoon misschien héél even wat af kunnen leiden, om vervolgens nog angstiger te worden omdat je weet dat je op moet gaan hangen. Dat er nog meer angstige secondes gaan volgen.

Om eerst altijd bij andere mensen te willen zijn en dan te denken dat de paniek niet zal komen. Afhankelijk. Leunen. Stiekem. Heel zachtjes onzichtbaar op die schouder. Maar op een gegeven moment juist niét meer bij mensen willen zijn. Want ze kunnen het zien. Ze horen mijn woorden, die niet van mij zijn. Paniekwoorden. Woorden van paniek.

Mensen. Vriendinnen. Familie. Ze kunnen me niet helpen. Op een gegeven moment niet meer weten bij wie je moet zijn. Waar je moet zijn.

Hetgene wat je het bangste maakt, wat altijd op de achtergrond dreunt in je gedachtes gebeurt, juist omdat je jezelf zo opjut. Ik wil geen paniek, ik mag niét in paniek raken. Ik wil het niet meer. Ik vecht, blijf vechten, omdat ik het eigenlijk nog steeds niet aandurf om een paniekaanval te hebben, en omdat ik het niet aandurf om het op dat moment niet te hebben. Alles is dubbel, niks is normaal. Wat is normaal?

Om een paar mensen als een schreeuwende menigte te ervaren. Om te denken dat het kabaal dat je hoort niet te verdragen is, terwijl het je eigen gedachtes zijn, die door elkaar en tegen elkaar aan beuken als gekken. Dat je niet langs een restaurant durft te lopen of in een restaurant durft te zitten, omdat de geur zo diep binnendringt dat je geen adem meer krijgt. Dat je jezelf thuis op de bank voelt glimlachen, dat je even iets voelt broeien in jezelf, wat lijkt op geluk, maar alleen omdat dat de enige plek is waar ik me soms kan ontspannen.

Dat je flashbacks hebt van jezelf, bijna flauwvallend omdat je door de spanning enkel een paar kruimeltjes en tien druppeltjes water op kreeg. Om daardoor zo geobsedeerd te zijn met eten en drinken. Je benen te voelen bewegen, maar dat het lijkt of je niet langer loopt. Om niet op te durven staan, om al duizend keer te hebben bedacht hoe je die 100 meter zal gaan afleggen. Om naar de wc te moeten door alle spanning, maar niet te durven omdat je dan alleen bent. En het dan fout kan gaan. De paniek erger zal worden. Net zo erg als toen. Want de flashbacks, de herinneringen, die komen júist als je paniek hebt, of spanning.

De paniekaanval(len) in de bus, richting Zwolle. Mijn handen niet meer kunnen bewegen omdat ze verlamd waren door de spanning, waardoor mijn ov viel en ik niet uit kon checken. Om me heen kijken in de bus, altijd. Om te kijken wie me zou kunnen helpen. Om te denken aan de fietstochten naar huis vanuit school, paniek. Om te denken aan dat ik alles van de afgelopen jaren wat ik gestopt ben, door de paniek kwam. Om al die momenten op je netvlies te zien. In extra langzame slow-motion. Extreem slow. Het te voelen. Het te zien. Om niet te lopen, maar te rennen, met de paniek achter me aan, een vangnet om mij heen vasthoudend.

Om bij elke paniekaanval weer een nieuwe angst erbij te krijgen. Een klein angstje. Een klein piepje, stemmetje erbij. Want de vorige keer dat ik bukte, toen ging mijn ademhaling omhoog. Toen voelde ik me zo naar, zo onmenselijk. En de vorige keer dat ik daar was, toen werd de paniek erger. Toen ik toen aan het praten was, kon ik nog minder goed adem halen. Misschien moet ik op dat moment niet meer praten?

En als ik afleiding zoek word ik nog drukker in mijn hoofd, moet ik dan niks doen? Maar als ik niks doe, word het ook erger. Op een gegeven moment, zijn er zoveel angsten bij gekomen. De mist wordt stroperiger, ik probeer me erdoorheen te waden, maar het wordt zwaarder, ondraaglijker.

Verantwoordelijkheden wegen zwaarder en zwaarder. Mijn doorduwstrategie werkt niet meer. Ik tel de uren dat ik ergens moet zijn. Ik blijf tellen. Op een gegeven moment ben ik alleen nog maar aan het tellen. Ik durf bijna niet meer op te passen, met kinderen alleen te zijn, omdat ik mezelf niet meer vertrouw. Door de paniek. Als ik paniek krijg, durf ik geen dingen te doen. Kan ik ze amper helpen met hun trui uit te trekken. Durf ik amper naar hun slaapkamer te lopen.

De haat dat ik dan meer bezig zou zijn/ ben met mijn irreële angst en met mezelf dan met die lieve wezentjes, laat me achter met de wens om te duwen, te trekken, te schreeuwen, te huilen, te vluchten. Maar ik kan niet vluchten. Want mijn gedachtes, de angst, de paniek, vlucht wonderbaarlijk áltijd mee.

Om héél veel niet meer te durven, en ontzettend veel te vermijden. Om te denken dat je in de toekomst nooit moeder zal kunnen worden, of zal kunnen werken, zal kunnen functioneren. Om niet naar het buitenland te durven, om niet ver weg te durven. Om niet alleen te durven zijn. Om te merken dat angst, durven, en paniek op een gegeven moment de enige woorden zijn waarmee je jezelf identificeert. De woorden die het vaakste voorkomen in je gedachtes.

Om te weten dat elke paniekaanval voorbij is gegaan, maar om die momenten vervolgens nooit meer te vergeten. Om dagen achter elkaar spanning te hebben. Dat je leven draait om spanning. Dat als je een serie kijkt je denkt, dat ga ik nooit kunnen door mijn paniek. Om je altijd alleen te voelen, omdat uiteindelijk niemand de paniek op kan lossen, lijkt te snappen, behalve jij zelf. Om jezelf zo te haten, dat het vertrouwen zo laag is, waardoor ik het in stand houd. Om dat te weten, en het niet kunnen veranderen.

Om niet zo diep te durven gaan, om het te veranderen. Omdat je dan weer bang bent voor de paniek. Voor het controleverlies. Die blikken. Die blikken van mensen om me heen. De woorden die ze uitspreken. De enorme woede op jezelf, omdat het zo kinderachtig voelt. Omdat ik weet dat het niet nodig is. Omdat ik weet dat er geen écht gevaar is. Tenminste dat wordt er gezegd. Dat wordt aangenomen.

Maar weetje, dat moment is zo gevaarlijk. Angst, onbegrip, eenzaamheid, woede, verdriet, somberheid, angst, angst, angst, woede, verdriet, somberheid, somberheid, angst, angst, angst, eenzaamheid, ontkenning, frustratie, angst, eenzaamheid, eenzaamheid, angst, angst, paniek, paniek, paniek, paniek, paniek, paniek, paniek, paniek

Om de juiste woorden nog steeds niet te kunnen vinden, na al die jaren. Of juist misschien nog tien A4’tjes vol te kalken. Te schrijven, over de waanzin. Want dat is het complete, uitputtende waanzin.

‘’Ben je soms bang om dood te gaan?”

“Ben je bang voor een hartaanval?”

“Om opgenomen te worden?”

“Om gek te worden?”

Nee. Ik blijf in leven. Maar elke paniekaanval nam een stukje van mij. Heeft een mini stukje in mij vernield. Verwoest. En dát is het ergste aan een paniekaanval. Want wat blijft er over, na zoveel momenten van angst, spanning, stress, en paniek? Deze momenten werpen een grootse schaduw over de goede momenten, al wil ik dat niet. Donder en bliksem komen dichter bij elkaar. Ik verdwijn langzaam. Het leven verdwijnt. Op dat moment, en daarna. Misschien is het niet te zien, maar ik voel het. Het leven (in mij) verdwijnt. En ik wil niet dat er nóg meer verdwijnt. Er kan niet meer verdwijnen. Er zijn nog maar een paar stukjes over. Misschien laadt ik een paar procent op. Maar die wordt eruit geslurpt als koude cola met veel prik. En dan ben ik opnieuw bijna leeg. Dat bijna leeg zijn. Dat verliezen. Dát is het ergste. Het allerergste.

Maar ik ga door. Ademhaling voor ademhaling, stapje voor stapje, dag voor dag. Gisteren ging niet, vandaag ging goed! En morgen?

Ergens staat er is een tijd voor alles, en het maakt niet uit hoe de sterren staan. Er komt altijd weer vanzelf een nieuwe maan.
Ik kan deze wereld aan. Een stukje dichterbij, met elke nieuwe maan.

Stephanie Struijk, Nieuwe Maan
Over dit artikel
Wat is het ergste aan een paniekaanval
Titel
Wat is het ergste aan een paniekaanval
Beschrijving
Ik heb vaak last van paniek. Mensen vragen me soms wat ik er het ergste aan vindt, maar ik vind dat moeilijk te beantwoorden.
Schrijver
Verschenen op
dsmmeisjes
Logo

Lees ook:

  • Herbeleven om te leven

    Sinds kort heb ik de diagnose PTSS. Ik vind het lastig om te accepteren, want zo erg is het toch allemaal niet? Het voelt alsof het allemaal mijn eigen schuld is. Als ik bepaalde dingen…

  • Te bang om (n)iets te doen

    Gisteren brak ik. Ik begon te huilen. Om niets. En toen het huilen en praten eenmaal waren begonnen, was er geen stoppen meer aan. Ik vertelde m'n man hoe bang ik ben. Al weken. Ik…

  • mens alleen op een rots

    Ik lees net een artikel waarin wordt uitgelegd hoe een kind van getraumatiseerde ouders, die traumarealiteit overneemt en dus alles in staat stelt om aan de behoeften en gevoelens van die ouder tegemoet te komen.…

2 reacties

  1. Weet je wat ‘t is? Alsof je tijdens een paniekaanval nog na kan denken… Ik zou eerlijk gezegd ook geen antwoord kunnen geven op die vraag. Paniek is paniek. Kunnen hulpverleners niet gewoon geloven dat je dan echt even van ‘t padje bent en dat niet helemaal analyseren? Zou mij echt heerlijk lijken.
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Lastige leerling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.