Emotioneel verwaarloosd: het zit óveral in

Sinds ik met m’n huidige therapie steeds meer m’n gevoel echt toe laat, overspoelt het me regelmatig. Mijn therapeute adviseert me m’n verdriet op een dag tijdelijk te parkeren en er 1x per dag een moment voor te nemen om er mee bezig te zijn. Best een goed idee, soms lukt dat ook aardig. En soms helemaal niet: de kleinste dingen kunnen namelijk opeens de hel doen openen. En dan is parkeren niet m’n sterkste kant.

Als voorbeeld een zin die m’n therapeute tijdens een sessie uitsprak als inleiding om iets te illustreren (het ging over kunnen terugvallen op anderen).
“Mijn zoon van 25 belde over collegegeld” Deze zin, deze 7 woorden triggerde zó veel. Ik snapte pas veel later dat er vanalles werd getriggerd en wel het volgende:

1a. Mijn zoon belde = ik ben gewoon jaloers op iemand die ik niet ken. Ik wil namelijk net zo’n fijne moeder hebben zoals hij heeft. En dat zal ik nooit hebben.
1b Mijn zoon belde = ik zal nooit moeder zijn, dat gaat gewoon niet. Het voelt niet alsof ik daar een keuze in heb; ik heb al zo veel aan mezelf en het zal met te snel uit evenwicht halen. Het is gewoon niet zo’n goed idee. En iets met projectie.

2. Mijn zoon van 25 = dit deed me denken aan toen ik 25 was en ik niemand had op om terug te vallen. Ik belandde op mijn 25e in een burn-out, anderhalf jaar nadat ik was gestart met m’n eerste echte baan na afstuderen. Ik vertelde mensen om me heen dat ik te veel hooi op m’n vork had genomen en dat ik zo verschrikkelijk uitgeput was en m’n hoofd suisde. “Gewoon je schouders eronder” en “Iedereen is toch wel eens moe” waren de bemoedigende reacties van m’n ouders en vrienden. Een vriendin wilde niet meer met me afspreken. Ik zei vaak af en ik was negatief. (Toen ze later zelf in dergelijke situatie zat, kwam ze hier wel op terug. Dat vond ik fijn, echter had ik er achteraf niet heel veel aan).
Mijn werkgever dacht ook niet echt met me mee en liet me maar wat bungelen en zette me verder onder druk. De bedrijfsarts was wel aardig, maar kon verder ook niet heel veel voor me doen.

M’n therapeute van destijds vond stress maar een vaag iets; ik vond vast gewoon m’n baan niet zo leuk en moest gewoon iets anders zoeken. Het was de eerste keer dat ik überhaupt aan haar m’n tranen liet zien, maar ze gaf me een kaartje van een loopbaancoach. De sessie erop ging het niet echt veel beter en vroeg ze zich hardop af of ik misschien niet depressief was. Een kwartier later stond ik buiten met een afspraak voor over 4 maanden. Pleasend als ik was en omdat het maximum aantal sessies met haar bijna bereikt was, zei ik de volgende afspraak dat het prima met me ging; het voelde alsof dat verwacht werd. En ik maakte me eigen plan maar weer, ik deed het maar weer zelf. Maar ik voelde me verschrikkelijk: was er nou echt niemand die me wilde helpen?
Daar kwam bij dat ongeveer 9 maanden voordat ik in een burn-out kwam, ik toevallig iets over mezelf terug las op internet van een paar oud-schoolgenoten/vriendengroep. Dat ‘als je mij zou willen versieren je wel heel dronken moest zijn, dan was je 1 fase verwijderd van een absolute alcoholvergiftiging.’

De tekst was al van een aantal jaar geleden, maar het bevestigde wat ik altijd al dacht. Ze vonden me lelijk en ik was het niet waard. Ik hoorde al vanaf de basisschool regelmatig dat anderen me lelijk vonden en omdat mijn basis thuis al zo slecht was, wortelde het. Ik dacht bij een vervelende blik of bepaald gedrag van iemand al dat die persoon me niet moest omdat ik niet mooi genoeg was. Deze uitspraak nu lezende bevestigde alles met terugwerkende kracht. Ik durfde het pas na drie weken aan m’n therapeute te vertellen. Zij begreep niet waarom het me zo raakte want ik kende die mensen toch amper. En ik begreep niet waarom zij het niet begreep.
Met dit in het achterhoofd, vond ik het eigenlijk heel logisch dat er niemand was die me wilde helpen tijdens mijn burn-out. Ik was het niet waard, zoek het lekker zelf uit. En dat deed ik dus maar en ging verder in de overlevingsstand. Nu zie ik dat de zorg ontbrak die ik ook nodig had, ook als je 25 bent.
En wat doet het pijn om het nu allemaal te voelen.

3. Mijn zoon belde voor collegegeld = ik belde een keer tijdens m’n studie m’n ouders op om te vragen geld over te maken voor boeken, zoals we hadden afgesproken. Mijn vader nam op en hoorde m’n moeder op de achtergrond vragen wie het was. Vervolgens hoorde ik “oh, die belt zeker weer omdat ze geld nodig heeft”.
Ik voelde me een vreselijke dochter.

Eén korte zin en een heleboel dat los komt. M’n therapeute begreep wel dat dit dan moeilijk te parkeren is. En dat is het verrotte: het zit overal in. In een klein meisje horen praten met haar moeder als ze door m’n straat fietsen of als ik in de supermarkt loop; het pratende vriendengroepje in de sportschool; de blije jonge ouders; de moeder en dochter die samen lunchen; de moeder die trots over haar kinderen vertelt; het kijken van een tv-programma; het horen van bepaalde muziek; een reflectie in een ruit; zien dat een vriendin het met anderen veel leuker heeft.

Het zit overal in. En in elke vezel. En ik heb geen flauw idee hoe ik dit moet uitleggen aan anderen.

10 Comments

    1. Hi Roos; knuffels zijn altijd fijn <3

      Vaak denk ik dat ik de enige ben die “moeilijk doet” over de dingen die ik schrijf, maar het is fijn te horen als anderen dingen herkennen (en t dus niet “moeilijk doen” is).

      Wat is voor jou herkenbaar?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.