Emotioneel tekort

AU. Ineens is het er. Het neemt me volledig in beslag. Het zorgt dat ik niet goed na kan denken. Het doet zo’n ontzettende pijn. Zo’n pijn dat ik niets liever wil dan weg ervan. Het voelt ondragelijk. Het overvalt me keer op keer. Als ik in bed lig. Dan krimp ik ineens ineen en maak ik mezelf zo klein mogelijk. Of sta ik in de rij bij de supermarkt en voel ik me intens verdrietig. Zomaar. Plotseling. Of zit ik in de bus en overvalt me ineens een zwaar gevoel. Of ik fiets naar huis na het werken en ineens wil ik het wel uitschreeuwen van de emotionele pijn.

Eerst wist ik niet wat het was. Ik werd er onzeker van. Telkens voelde ik me opeens heel rot. Totdat het kwartje viel. Het is eigenlijk de hele tijd zachtjes aan het zeuren, maar ik wil het niet voelen. Daarom zorg ik dat ik het druk heb. Zo druk dat ik geen tijd heb om te voelen. Maar als ik dan even stil sta en niet intensief bezig ben, dan komt het onverwachts en ongevraagd. Op zo’n moment voel ik me eenzaam en alleen. Het is het schema ‘Emotioneel tekort’ dat dan opspeelt.

Als dit schema actief wordt, dan word ik heel verdrietig. Ik voel een gemis van en een verlangen naar wat ik heb gemist. Koestering. Een knuffel. Warmte. Steun. Een luisterend oor. Begrepen worden. Troost. Me geliefd voelen. Gezien worden. Bescherming. Deze dingen ervaar ik niet op het moment dat dit verdrietige gevoel me overvalt. Dan voel ik me juist heel eenzaam en alleen. Alleen op de wereld. Alleen tegen de wereld. Alleen tegen mezelf.

Alsof ik er alleen voor sta. Er zijn hulpverleners en groepsgenoten die naar me willen luisteren. Alleen durf ik me niet te laten zien. Daarnaast heb ik in therapie met hulp van een legertje hulpverleners m’n sociale netwerk zo versterkt en uitgebreid dat het niet meer geldt dat ik er alleen voor sta. Ik weet dat er mensen zijn die me (proberen te) steunen. Die er voor me willen zijn. Zelfs mensen die ik mag contacten als het niet goed gaat. Daar ben ik dankbaar voor, maar toch… 

Toch voelt het niet zo. Ik voel me nog steeds eenzaam en alleen. Ik weet dat dit deels oude pijn is die naar boven komt. Pijn over wat ik vroeger heb gemist. Voor een ander deel kan ik emotionele en lichamelijke nabijheid niet verdragen. Ik heb er een afweer tegen ontwikkeld. Als mensen me proberen te steunen, kan ik dat niet ontvangen. Ik ben geneigd om iedereen die te dichtbij komt, weg te duwen door middel van bijvoorbeeld een cynische opmerking. Dit komt voort uit angst. Ik ben bang om mensen dichtbij te laten komen. Aan de ene kant kan ik mensen dus niet dichtbij laten komen, maar aan de andere kant verlang ik er zo naar. 

Als dit gevoel me overvalt, probeer ik voor mezelf te zorgen. Een vrucht van therapie. Ik ben geneigd mezelf straffend toe te spreken, omdat ik het slecht van mezelf vind dat ik dit voel. In tegenstelling tot deze neiging, probeer ik mezelf te vertellen dat dit oude pijn is en dat het oké is dat ik dit voel. Dat ik het van mezelf kan begrijpen dat ik me zo voel. Dat deze pijn wel weer over gaat. Dat ik het ook kan verdragen en niet moet vluchten – de mogelijkheden zijn helaas eindeloos – van deze pijn. Dat ik goed voor mezelf wil zorgen, ook als ik zo’n pijn heb. Dat ik lief voor mezelf mag zijn.

Herkennen jullie deze pijn en hoe gaan jullie ermee om?

Lees ook:

  • meisje met bril

    ‘Heb je er ooit aan gedacht jezelf wat aan te doen?’ Eén van de standaard vragen bij een intakegesprek. ’Het is belangrijk dat we erop kunnen vertrouwen dat je jezelf niets aandoet’. Braaf knik ik ja. Een antwoord naar waarheid,…