De emotietrein

De emotietrein

Dat emotionele verwaarlozing en onveilige hechting best wel “een ding” zijn, wordt voor mij steeds helderder. Het komt steeds meer binnen als een razende trein. En zo graag wil ik van alles delen, maar dit helder op papier krijgen lukt steeds maar niet. Ik ben het balletje in een flipperkast op het moment.

Een rode draad haal ik er misschien wel uit, hetgeen waarvan ik zie dat ik wel steeds beter doe en mij helpt: ik ben eerlijker naar mezelf toe én naar m’n therapeute. Echter geeft dat eerlijk zijn óók weer een hoop gedachten en veel schaamtegevoelens.
Laten zien hoe dingen bij mij werken, wat voor gedrag dat geeft, vind ik pijnlijk om te zien. En eigenlijk ook immens verdrietig. Zo ver ben ik dan eindelijk wel: ik kan soms enige compassie met mezelf hebben. Emotionele verwaarlozing en onveilig gehecht: naarmate ik het meer en meer tot me door laat dringen, hoe overspoelender en verwarrender het lijkt te worden. Niets was bewust, toch zijn er gevolgen. Er is geen schuld en toch roep ik soms -in een huilbui- in het luchtledige om me alsjeblieft niet in de steek te laten; me alsjeblieft niet te verlaten.

Ik vind het verdrietig dat ik als klein meisje me blijkbaar zo heb ‘moeten’ ontwikkelen dat ik nu alleen maar please. Zoek en please. Gewoon omdat ik zo graag wil dat iemand mij lief en leuk vindt. Zo lief zoals een mama dat misschien ook had kunnen vinden. En dus ook in therapie. Wat vertel ik wel, wat vertel ik niet? Wat maakt een goede indruk, wat niet. Mail ik niet te vaak, of moet ik juist nog eens mailen.
Ik moet wel laten zien dat het wat beter gaat en dat ik wat doe met haar adviezen, maar ik moet ook niet laten zien dat het te goed gaat. Want als het te goed gaat, dan hoef ik er niet meer heen; als het te slecht gaat en ik geen verbetering laat zien, dan zegt ze me vast dat ze me niet meer kan helpen en dan moet ik elders.

En ik vind het verschrikkelijk dat het zo werkt in me. Ik wil eerlijk zijn, maar ben zo bang. Bang om iemand steeds meer te vertrouwen en me steeds meer te hechten en dat het dan abrupt stopt. En dat kan ik niet aan. Maar niet eerlijk zijn, brengt me ook niks.
Dus alles wat ik hier schrijf, heb ik m’n therapeute ook gemaild. En ik schaamde me kapot. En tegelijkertijd begrijp ik steeds beter waarom het zo werkt bij mij. En ben ik trots dat ik het haar verteld heb. Maar wat is de weg nog lang. Nog langer.

Het proces doet me veel, put me uit. Ook m’n lijf sputtert steeds vaker tegen. Ook dat maakt me verdrietig; dat emotionele verwaarlozing als trauma ook zo in m’n lijf zit. Dat m’n stresssysteem zo gevoelig is dat ik zo weinig kan hebben. En ook dat doet van alles met me; de modi zoals deze gebruikt worden in schematherapie zijn in continu gevecht lijkt het.

Nee, dit is niet het meest duidelijke verhaal. Maar beter krijg ik het even niet. Zoveel te vertellen over rouw, depressieve en suïcide gedachten, vriendinnen, herinneringen en toekomstkwellingen. Zoveel gedachten, maar niet de juiste woorden.