Eetstoornis: vriend of vijand

In sommige eetstoorniskringen is het in zwang om je eetstoornis als een persoon te zien. De pro-ana’s geven hun eetstoornis vaak zelfs een naam (Ana of Mia) om die personificatie nog wat verder door te trekken. Ik moet zeggen dat ik de aantrekking daarvan wel snap. Het is gemakkelijker te zeggen dat je een bullebak in je hoofd hebt, dan te accepteren dat je een ziekte hebt waar je iets mee moet (en misschien wel helemaal niet wilt). En daarnaast kan die personificatie je een lekker wij-tegen-de-restgevoel geven. Mijn lieve vriendin eetstoornis en ik, niet uit elkaar te krijgen.

Zeker in periodes dat ik mezelf uithonger, kan mijn eetstoornis als mijn enige vriendin voelen. Afvallen was mijn hoogste doel, daar was alles voor geoorloofd: zij was de enige die het met me eens was. En mijn eetgestoorde gedrag is dan geen reden voor een preek, maar voor geprezen worden. Als ik een broodje onder tafel smokkel, juicht ze me toe.

Ook in de andere periodes, de periodes van vreten en overgeven (niet dat die altijd zo strak gescheiden zijn, maar vaak ligt er wel een nadruk op één van de componenten en is de andere wat kleiner) lijkt mijn eetstoornis de enige die me begrijpt. Wanneer ik duizelig omhoog kom van de tegels voor de toiletpot, hoor ik tevreden geluiden in mijn hoofd. Goed gedaan, meisje. Je hebt het eruit gekregen en nu voel je je een stuk rustiger. Het vreten en kotsen heeft zijn doel gediend. Ik ben trots op je. Nu weer verdergaan, goed? Op die momenten is eetgestoord gedrag voor mij als een knuffeldekentje, iets waar ik altijd naar kan vluchten als ik het niet meer trek. Mijn lievelingsvijand, ik schreef het al eerder.

Maar mijn eetstoornis is geen vriendin. Ze is niet de enige die me begrijpt. Als het al een persoon is, dan is het een egoïstisch kreng dat alleen haar eigen missie voor ogen heeft. En die missie is: koste wat het kost een doel bereiken, zelfs als ze daarvoor over lijken moet gaan. Zelfs als dat lijk het mijne is. Hoe waar dit is, daar ben ik eigenlijk pas heel recent achter gekomen. Voor die tijd was ik er van overtuigd dat mijn eetgestoorde gedrag, hoe slecht het ook voor me is, in grote lijnen een positieve functie heeft. Dat het me helpt.

Mijn relatie is nog niet zo heel lang geleden verbroken. Dat deed (en doet) veel pijn, aan beide partijen, maar vooral als je degene bent die het niet aan zag komen. Toen ik nog midden in dat allereerste, rauwe verdriet zat en niet veel meer kon dan huilen, fluisterde mijn eetstoornis troostend: meid, kop op, nu is er in ieder geval niemand meer die van zo dichtbij op je let. Niemand meer voor wie je hoeft te eten. Dit wordt de eerste keer dat je single bent én zelfstandig woont, de weg is vrij! Nu kunnen we pas echt aan het werk! Een vriend die zoiets tegen je zegt, dat is niet ‘de enige die je begrijpt’. Iemand die jouw pijn zo draait en je daar nog mee denkt te troosten ook, dat is geen vriend. Mijn eetstoornis is een bitch.

En toen vielen de schellen me van de ogen. Het heeft ruim elf jaar geduurd, maar ik ben niet meer blind. Dat wil niet zeggen dat het goed gaat, want mijn eetstoornis heeft de afgelopen weken behoorlijk wat terrein gewonnen. Maar verdomme, ik denk dat ik er eindelijk klaar mee ben. En dus ook klaar vóór iets anders: hulp.

Volgende maand ga ik naar een informatiebijeenkomst van een eetstoornisbehandelcentrum. Mijn hart trilt van angst als ik er alleen al aan denk. Ik weet ook nog helemaal niet wat ik wil, wat ik moet. Maar het wordt tijd om op zijn minst eens te gaan luisteren. Singleschap leert me de persoon kennen die ik ben als ik alleen ben. En ik wil die persoon niet meer laten overheersen door een zwart spook. Daar ben ik écht te leuk voor.

 

5 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.