Eetstoornis-jubileum

Mijn eetstoornis is bijna jarig. Wanneer weet ik niet precies. Ik was bijna dertien toen het hele gesodemieter begon, en inmiddels ben ik bijna vijfentwintig. Dus er mogen twaalf kaarsjes op de mooi versierde verjaardagstaart – waarvan ik nog even moet bedenken of ik hem op ga eten – en het is tijd voor een feestje! Alleen valt er bij deze verjaardag niets te vieren.

Twaalf jaar. Als ik daar te lang over nadenk, word ik er heel naar van. Dat is gewoon bijna de helft van mijn leven. Het is om te huilen hoeveel tijd ik gestoken heb in de dingen die bij mijn eetstoornis horen. Ik heb urenlang honger zitten lijden en mezelf iedere vorm van voedsel ontzegd, in bed gelegen met een boek of film om maar niet aan eten te hoeven toegeven. Dat boek of die film ging meestal over eetstoornissen: in hongerperiodes dompel ik mezelf helemaal onder in eetgestoordheid, tot ik zelfs eetgestoord ademhaal. Letterlijk: van honger lijden ga je enorm uit je bakkes stinken.

Ik heb een levenstaak gemaakt van het opzoeken van calorieën. Nu weet ik zo ongeveer alles. Quiz me maar een keer als je me tegenkomt. I dare you. Mijn moeder spiegelde me laatst haar eetpatroon van die dag voor en ik kon het volledig van calorieën voorzien. Was ze best van onder de indruk. Ik heb een gruwelijke hoeveelheid tijd gestoken in het plannen van wat ik wel en niet zou gaan eten, en wanneer, en waarom, en hoeveel. Pagina’s heb ik volgeschreven met lijstjes eten en met mijn gedachten over mijn lichaam en mijn gewicht. Keer op keer heb ik curves getekend waarop de lijn eerst de diepte in duikelde maar uiteindelijk onvermijdelijk weer steeg. Want ja, je kunt er best in een paar maanden tijd een heleboel kilo af hongeren. Maar verwacht dan niet dat het wegblijft.

En dan de eetbuien nog. Daar gaat ook meer tijd en geld in zitten dan je zou willen weten. Bedenken waar en wanneer je het gaat doen, want je wilt niet gestoord worden als je daar zit met de krabsalade over je kin druipend, en voldoende eten bij elkaar hamsteren. Dat komt erop neer dat je óf een voorraad hebt, óf dat je je kostje bij elkaar scharrelt uit de keukenkastjes, al dan niet van huisgenoten, óf dat je met schaamrode wangen naar de supermarkt fietst. Kijk niet naar me, laat me met rust, zodat ik zo snel mogelijk thuis mijn ding kan doen en daarna mijn tripje naar de wc kan maken. Let’s get this over with. En daarna alles opruimen, de wc poetsen, het afval wegwerken. Kost tijd. Kost geld. Kost energie.

Het is zonde, van mijn tijd, van mijn geld, van mijn lijf en van mijn leven. Wat had ik daarmee wel niet kunnen doen? In al die uren had ik zes talen kunnen leren, alle ontbijt-, lunch- en dinerafspraken die ik met een smoesje heb afgeslagen dubbel en dwars over kunnen doen, mezelf vier keer opnieuw uit kunnen vinden. En van het geld dat ik heb verspild aan afvalpillen, andere kleren als mijn maat weer was veranderd, eetbuivoedsel en andere wanhoopspogingen had ik twee keer een reis om de wereld kunnen maken. Had ik dat maar gedaan. Daar had ik vast een stuk meer van geleerd dan hiervan.

Die twaalf jaar ga ik nooit meer terugkrijgen. Het enige wat ik eraan kan doen, is zorgen dat er niet nóg twaalf bij komen. Als de hulpverlening meewerkt. Maar dat is weer een ander verhaal.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.