Een ouder voor mijn ouders zijn

Een van mijn eerste herinneringen is van een zomervakantie in Zuid-Frankrijk. Ik ben een jaar of 5 en zit alleen aan de kampeertafel – zo’n blauwe met vier stoelen eraan vast. Het kampeerveld is in rep en roer, ik hoor mensen in meerdere talen naar elkaar roepen. Boven alles uit hoor ik mijn zus huilen van de pijn. Ze wilde tijdens het ontbijt melk in haar thee gieten, en heeft met de melkverpakking de kop met net gekookt water omgegooid, recht op haar bovenbeen. Mijn vader houdt haar been onder een kraan, terwijl mijn moeder dingen bij elkaar graait om naar de dokter te kunnen gaan. Ik zit met licht gebogen rug en een knoop in mijn maag naar de kampeertafel te staren, mezelf af te vragen wat ik anders had kunnen doen. 

Mijn ouders hebben vaak de verantwoordelijkheid bij mij gelegd toen ik opgroeide. De ene keer gebeurde dit explicieter dan de andere keer, maar uiteindelijk leidde dit tot een patroon waarin zij er niet bij stil stonden en ik het zonder nadenken deed. Zo leerden zij mij dat ik op de tweede plaats kom; anderen zijn belangrijker dan ik. Toen ik jong was zaten mijn ouders niet goed in hun vel. Zoals mijn therapeut het omschreef: ik heb hun pijn veel gevoeld. Die pijn heb ik willen wegnemen en daarom ben ik voor hen gaan zorgen. 

Dit proces werd versterkt door de scheiding. Vanaf mijn 12e ontstonden er twee eenoudergezinnen met een hele andere dynamiek dan een tweeoudergezin, waardoor ik in het gat sprong van de tweede ouder. Zo nam ik bij mijn moeder opeens een groot deel van het huishouden over: boodschappenlijstjes maken en koken, de was doen, schoonmaken. We maken nog grapjes over hoe ik mijn moeder instrueerde wat haar taken waren. Op emotioneel vlak zorgde ik ook voor mijn ouders. Ik bleef in de weekenden thuis en sprak niet met vriendinnen af, zodat de ouder waar ik op dat moment bij was niet alleen zou zijn. Ik troostte hen als ze verdrietig waren om de scheiding. Ik was bemiddelaar tijdens de jaren dat ze elkaar niet konden luchten of zien; ik bewaarde hun geheimen, bracht boodschappen over en hoorde hun geklaag over de ander aan.

Tegelijkertijd heb ik hen nooit verteld wat mij dwars zat; dat ik gepest werd, dat ik problemen op school had, dat ik net als zij gevoelens had over hun scheiding. Ik deelde niks negatiefs en probeerde het perfecte kind te zijn, omdat ik ze niet wilde belasten en teleurstellen – ze hadden het al zwaar genoeg. Helaas hebben mijn ouders me altijd geloofd als ik zei dat er niks aan de hand was. Ze vertrouwden er op dat ik als kind volwassen beslissingen kon nemen. Er zijn meerdere momenten geweest waarop een belletje had moeten gaan rinkelen, maar het oorverdovend stil bleef. In het tweede jaar van de middelbare school heb ik zoveel lesdagen gemist dat ik naar de leerplichtambtenaar moest. Dit ging om enkele losse dagen dat ik ‘schoolziek’ was, maar ook om hele weken waarin ik het niet kon opbrengen om naar school te gaan. Mijn moeder wist dit én is mee geweest naar de leerplichtambtenaar, maar er is nooit echt over gesproken. Toen ik een jaar of 16 was heeft mijn moeder wel eens gezegd dat ik niet voor haar hoefde te zorgen, maar het kwaad was al geschied. Mijn taak was te redden, te helpen en te verzorgen, met alle gevolgen van dien. 

Ik maak me continu zorgen om de mensen om me heen en wil ze beschermen tegen al het kwaad in de wereld. Als er iets met mij is, voel ik me tot last. Ik stel me altijd dienstbaar op – mocht iemand wat nodig hebben, ik sta er klaar voor. Ik moet iedereen gelukkig maken en houden, ook al gaat het ten koste van mezelf. Dit is natuurlijk niet haalbaar; er gebeuren nou eenmaal nare dingen in de wereld. Toch vind ik van mezelf dat ik het moet kunnen en voel ik me een slecht en egoïstisch mens wanneer het niet lukt. Ik voel me dagelijks schuldig om de gekste dingen, zelfs om dingen waar ik niets mee te maken heb – zoals het omstoten van een kop thee. 

Langzaamaan merk ik dat verantwoordelijkheid nemen en zorgen voor anderen me te weinig oplevert en vooral veel te veel kost. Het is vermoeiend, het maakt me overwerkt en gespannen, en het is eenzaam en frustrerend. Ik heb steeds minder zin om mezelf op te offeren voor de behoeftes van anderen. Niet dat het makkelijk is om dit te veranderen. Ik ben er altijd voor geprezen – laatst nog, in een gesprek met mijn regiebehandelaar. Enthousiast las ze voor uit mijn diagnostisch rapport: “Uw profiel suggereert dat u een plichtsgetrouw, verantwoordelijk, eerlijk en betrouwbaar persoon bent. Nou, dat is een fijne omschrijving toch?” Het zijn zeker prettige, sociaal wenselijke eigenschappen die ook zo z’n pluspunten hebben, maar ze vergat de tweede helft van de zin: “…die een constant gevoel van zorgen en angst ervaart.”. 

Het maakt me verdrietig dat ik als kleuter al een schuld- en verantwoordelijkheidsgevoel had, iets wat je pas veel later zou moeten ontwikkelen. Omdat ik zo jong voor mijn ouders ben gaan zorgen, heb ik nooit een onbezorgd en egoïstisch kind kunnen zijn. Het doet pijn om te realiseren dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor me zoals een ouder dat zou moeten doen. Het klinkt hard, maar ik moet accepteren dat ik geen kind meer ben en de kans op een fijne jeugd heb gemist – en dat ik nooit ouders zal hebben. Ik kan het niet meer inhalen, niet meer goed maken, niet meer terug draaien. 

M’n hele leven heb ik geprobeerd mijn vader gelukkig te maken. Door zijn dood werd ik gedwongen om dit los te laten, ook al breekt mijn hart bij het idee dat het nooit gelukt is en ook niet meer kan. Een hele tijd heb ik niet door gehad dat ik hem niet kon helpen; ik was niet de oorzaak van zijn problemen – en kon dus ook niet de oplossing zijn. Nu begin ik te beseffen dat het bij anderen ook niet kan en nog belangrijker, dat het niet hoeft. 

Verantwoordelijkheidsgevoel zit zo diep in mijn identiteit verweven dat het lastig en doodeng is om los te laten. Het is zo’n groot deel van mij, dat het opgeven er van veel vragen oproept. Wie wil ik zijn? Wat wil ik toevoegen aan de wereld? Hoe kan ik van betekenis zijn? Op dit moment staat alles op losse schroeven, wat zwaar is, maar wat ook mogelijkheden oplevert. Ik heb de kans om mijn persoonlijkheid opnieuw te vormen en uit te zoeken wat werkt voor mij. Het kan nog steeds fijn zijn om anderen te helpen, maar ik ga proberen dit meer uit keuze te doen in plaats van uit automatisme. Niks hoeft, alles mag. Het enige wat ik zeker weet, is dat ik niet meer verantwoordelijk wil zijn voor het geluk en ongeluk van anderen. 

Lees ook:

  • Zoals ik dat altijd heb gedaan

    Een gesprek met mijn psycholoog heeft me aan het denken gezet. Ze vertelde me dat ik over bepaalde dingen nogal overtuigd kan zijn. Zó overtuigd, dat ik eigenlijk niet meer verder wil kijken dan dat wat ik zo zeker weet.…

  • Eenzaamheid toegeven

    Ik eenzaam? Natuurlijk niet. Toch? Of nou, misschien soms een beetje alleen, maar nee, niet eenzaam hoor, wat denk je wel? Ik heb het echt allemaal helemaal prima voor elkaar. Als je het maar vaak genoeg zegt, wordt het misschien…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer