mensen drinken samen koffie

Een ‘normale’ kop koffie

Mijn kaak trilt zachtjes en onvrijwillig. Ik hoop dat hij het niet ziet. Ik heb een zure smaak op mijn tong, die me doet denken aan kattenpis. Ik voel mijn benen niet meer. Ik heb het idee dat ik mezelf onder heb geplast, terwijl ik stijfjes naar hem glimlach: hier zitten we dan, zoveel jaren later weer voor het eerst, en we zijn ‘ineens’ allebei zo ‘burgerlijk’ geworden. Wie had dat gedacht? “Je was echt een party girl, weet je nog?” Het licht lijkt anders. Ik zie geen diepte. Hij is net een tekening aan de muur. Gebeurt dit echt? Hij praat en ik doe mijn uiterste om dat wat hij zegt ook op te slaan, om vervolgens iets terug te zeggen en maar hopen dat het aansluit op waar we over praten. Als hij het maar niet doorheeft. Dat zelfs smalltalk met een oude goede vriend deze party girl knock-out slaat.

Het was kort maar, op zijn zachtst gezegd, krachtig voor mij. Ik zal de rest van de dag in horizontale posititie moeten doorbrengen met een dissociatie-kater. Als ik weer mijn gedachtes hoor, dan is het een eeuwige ruis van innerlijke stemmen die elkaar overschreeuwen. De pestkop die alles wat ik zei of deed keihard afkraakt. Het kind dat het niet fair vindt dat de pestkop er überhaupt is. Heb ik niet genoeg doorstaan? Waarom dit, waarom ik?! De gezonde volwassene die het oprecht heel vervelend voor me vindt en de restjes van mijn zogenaamde spiritualiteit als een mantra herhaalt: “Toelaten is loslaten, this too shall pass”. De dealer die met de ene quick fix na de ander aan komt zetten. Pillen? Whiskey? Special price, just for you, het zal je goed doen. Ik vecht en vecht en vecht om niet toe te geven, wetend dat ik met mijn oude coping er nog langer over doe om te herstellen.

Uiteindelijk geef ik me over. Leegte. De tranen krijgen toestemming. Game over. Weer ben ik een zielig zooitje, maar ik heb het overleefd. De stemmen zullen me nog dagen gezelschap houden. Ze zullen wel zachter worden. Met genoeg rust en regelmaat zal ik me staande kunnen houden. Ik moet gewoon een paar keer zo hard ervoor werken als een ander. Al gun ik niemand psychische klachten, het troost me op dit moment wel dat 40% van de bevolking er (ooit) ook mee worstelt. Ik ben niet alleen. Ik ben NIET alleen.

Ik ben deskundig geworden op het gebied van vermijden. Zeker als het gaat om sociale contacten onderhouden en nog meer om in real life af te spreken. Ik ben na drie jaar zo ver dat ik het weer in stapjes aan wil gaan. Weer mijn kop laten zien en kenbaar maken dat ik er toch nog ben. Aan al die mensen waar ik met een boog omheen liep als ik ze op straat tegenkwam. Ik ben er wel weer, maar ik ben niet meer wie ik was. Iedere keer dat ik nu iemand spreek uit mijn verleden, van de tijd voorafgaand aan ‘het-gaat-niet-langer-zo’, een ‘normaal’ kopje koffie doen, word ik opnieuw geconfronteerd met dat ongelofelijke contrast van wie ik dacht te zijn en wie ik denk te zijn geworden. We moeten elkaar opnieuw leren kennen, mijn oude vrienden en ik, maar ook ik en ik. En ik ben bang om wéér niet te deugen. Niet ver genoeg te zijn gekomen. Bang voor stigma’s als ik op mijn zwakst ben. De eigen stigma’s, die ik van me afweer in een innerlijke kung-fu wedstrijd. Bang om toe te geven.

Kopjes koffie met iemand anders dan mijn psycholoog, kan ik dat nog wel? Ik denk dat het nog lang gaat duren voor ik ‘gezelligheid’ weer onder de knie heb. Als het me überhaupt gaat lukken. Oprecht genieten van het mezelf laten zien onder andere omstandigheden dan in een gesprekskamer. Waar ik overigens ook niet van geniet, maar ik weet tenminste ‘hoe het werkt’. Wat er van me verwacht wordt. Ik ben heel goed geworden in ‘patiënt zijn’. Veel te goed. Ergens gun ik het mezelf om ook gewoon mezelf te zijn. Daar doe ik het voor, voor elke keer dat er een stukje energie over is gebleven. Dat is momenteel niet vaak. Ik weet ook redelijk goed wanneer het gewoon ophoudt en ik uit zelfbescherming op de rem moet staan. Ik ben ook beter in staat dan ooit om mijn beperkingen te accepteren. Ruimte te geven. Zonder toe te geven aan de zelfhaat. Of, als ik dat toch doe, niet over te gaan tot zelfdestructie.

Dit ben ik nu. Ik weet nog niet helemaal wie dat is. De woorden van mijn oude vriend zeggen het misschien voor nu wel het best: Een werkje onder constructie.

Wil jij ook meeschrijven op dsmmeisjes? Stuur hier je blog in!

Lees ook:

  • Toen ik voor het eerst bij de GGZ kwam voor een kennismakingsgesprek was ik zo ontzettend zenuwachtig. Ik wist echt niet wat mij overkwam. Ik was toendertijd doorgestuurd door de psycholoog van het revalidatiecentrum. Meteen bij het adviesgesprek werd er…

    Autisme

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.