Een mislukte therapiesessie

Vaak, of eigenlijk meestal, ben ik redelijk tevreden na therapie. Zelfs al zit ik overweldigd door emoties of klem in dissociatie op de fiets terug, dan nog ben ik meestal tevreden met wat we hebben besproken. Er zijn echter sessies waarna ik rusteloos en ontevreden de deur achter me dichttrek en vandaag had ik een gesprek uit die categorie.

De afgelopen week was er wat heen-en-weer gemail waarin Peut en ik elkaar niet helemaal goed begrepen dan wel aanvoelden. Daar moest het vandaag over gaan, want niet alleen ik had Peut gemaild, maar ook Pip en Britney (twee van mijn delen, of alters). Er liepen allerlei emoties door elkaar: waar ik vooral bang en een beetje boos was, was Britney ronduit razend en Pip voelde zich enorm ongezien en verongelijkt. Ik vond het doodeng om weer naar therapie te gaan en Peut ‘onder ogen te moeten komen’.

Objectief gezien weet ik dat het een goede en nuttige sessie was. We hebben uitgepraat wat er mis ging tijdens het mailen, ontdekt dat ik bang ben dat Peut ‘spelletjes met me speelt’ en dat ik me bij het minste of geringste ongezien voel en bang word dat Peut bang is. Haar reacties waren fijn en begripvol, maar ik durfde haar nog steeds niet aan te kijken. Bang dat ik in haar gezicht ineens wél boosheid of afkeuring zou zien.

Waarom voel ik me nu dan zo ontevreden? Het duurde even voordat het me lukte die vraag te beantwoorden, maar ik geloof dat ik het antwoord heb gevonden. Therapie is voor mij een moment waarop ik even niet hoef te zijn; ik kan even mijn muren laten zakken en verbintenis voelen. Vaak bouwen emoties zich door de week heen hoog op en het is fijn als er tijdens dat uurtje therapie even wat druk van de ketel kan worden gelaten. En hoewel we nu heel veel nuttigs hebben besproken, waren mijn emoties in geen velden of wegen te bekennen.

Ik wilde die verbintenis, ik wilde me veilig voelen. Ik wilde huilen en dat Peut me dan kon troosten. Maar ik heb mijn kans verspeeld en moet nu wachten tot volgende week – zo voelt het, ondanks dat ik rationeel gezien weet dat dit soort sessies juist ook heel belangrijk zijn voor het proces. Het gevoel van verbondenheid wat ik kan ervaren met mijn therapeut is een soort “nep maar nét goed genoeg”-variant van alle verbondenheid die ik als kind zo ontzettend heb gemist. Bij Peut mag ik oefenen, voordat ik het durf uit te breiden naar de echte wereld.

Want hoewel ik heel veel lieve mensen om me heen heb, lukt het me vooralsnog niet om én in contact te zijn met een ander én echt emoties toe te laten. Het zal voor de meesten die dit lezen geen verrassing zijn, maar dat maakt eenzaam. Ik verlang intens naar verdrietig zijn en dan getroost worden, maar verdriet toelaten in bijzijn van anderen is moeilijk – héél moeilijk.

Ik hoop dat ik daar naartoe kan groeien en dat ik ondertussen kan blijven oefenen in therapie. Maar nu eerst: onthouden dat dit soort sessies er bij horen en erg nuttig zijn, dat Peut nog steeds bestaat (ook als ik de verbintenis niet voel) en dat alles wel goed komt.

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!