Een brandend huis

“Voorzichtig betreedt ze de ladder, de treden zijn gloeiend heet. Het allerliefst blijft ze waar ze is, daar waar het veilig is. Ze beklimt de ladder en komt een stukje hoger dan ze was. Haar handen branden en van haar schoenen komt rook. Angst. Intense angst. Paniek. Ze wil zo graag terug. Zichzelf niet nog langer in deze hitte begeven. Maar ze heeft geen keuze. Als ze niet voor altijd in de kilte wil leven, zal ze via de ladder, met gloeiende treden, het brandende huis moeten betreden. Als ze überhaupt ooit nog wil leven, wil kunnen leven, dan is de ladder haar enige lifeline.”

De ladder en het brandende huis staan symbool voor het gevecht met mijn eetstoornis op dit moment. Mijn psychologe bedacht deze vergelijking al een aantal jaar geleden, maar nu, nu ik net weer begonnen ben met behandeling, of misschien moet ik schrijven, nu, nu ik pas echt begonnen ben met behandeling voor mijn eetstoornis, merk ik hoe bijzonder mooi van toepassing hij is. Hoe deze vergelijking perfect beschrijft hoe ik me dagelijks, tijdens ieder eetmoment maar ook daarna, voel.

Eten wordt door de meeste mensen als normaal gezien en als gezellig beschouwd. Iets dat fijn, leuk of lekker is. Voor mij is eten als het betreden van een brandend huis. Intense angst, verdriet en pijn overheersen momenteel mijn dagen. Voorzichtig ben ik aan het wennen aan het gevoel van eten in mijn lichaam en zien hoe mijn lichaam langzaam weer teruggaat naar een meer gezonde vorm.

Bang ben ik, iedere ochtend als mijn wekker gaat. Bang voor een nieuwe dag, met zeven eetmomenten. Bang ben ik ook iedere avond, omdat er na een nacht weer een nieuwe dag komt. En op die nieuwe dag moet ik weer eten.

Zeven keer op een dag klim ik via een ijzeren ladder een brandend huis binnen. Zeven keer op een dag kijk ik mijn angsten in de ogen en doe ik dat wat ik voor nu het meeste vrees: ik eet. De spiegels probeer ik maar te vermijden, zeker aan het einde van de dag. Dan is mijn buik opgezet en voelt het alsof de vlammen mij omringen, ik niet langer vluchten kan. En op die momenten houd ik vast aan wat mijn psychologe zei.

“In het begin zijn de vlammen hoog en voelt het alsof ze je volledig omringen, maar hoe verder je klimt, hoe hoger je boven die vlammen zal uitkomen. En dan, op een dag, zul je merken dat de vlammen verdwijnen. Dat je weer kunt ademen. Vrij en veilig.”

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.