Een beetje tegenwind

Hoe hard ik ook fiets, welke richting ik ook heen ga, ik heb altijd tegenwind. Letterlijk en soms figuurlijk. Hoe ik dat bedoel? Nou, op de fiets is dat vrij makkelijk uit te leggen. Ik fiets altijd de verkeerde kant op en ik moet altijd op de verkeerde plekken zijn. Dan krijg je dat: tegenwind. Figuurlijk is dat wat moeilijker uit te leggen. Ik ga het toch proberen uit te leggen. Hou je vast, want we hebben tegenwind…

Het is niet dat ik altijd tegenwind heb gehad in mijn leven hoor. Vanaf mijn geboorte tot de middelbare schooltijd was het vrij soepel fietsen, met af en toe een bui en soms flinke storm. Daarmee bedoel ik moeilijkheden thuis en misbruikervaringen. Ondanks die regen en storm lukte het mij wel om ergens aan te komen. Helemaal doorweekt, met verwilderd haar, maar ik kwam er wel.

Tot die ene dag. Die ene dag was zo heftig dat het de emmer deed overlopen. Opeens wist ik niet meer waar mijn fiets stond of hoe ik überhaupt moest fietsen. Mijn lichaam was stuk, moe en helemaal opgebrand. Sindsdien heb ik waar ik ook heen ga extra bagage op mijn fiets, wat het soms onmogelijk maakt om vooruit te komen. Toch probeer ik het keer op keer. Dan stap ik weer op de fiets (lees: het leven) en probeer ik verder te komen dan waar ik was gevallen. Beklim ik bergen, om halverwege te beseffen dat ik de energie niet heb om door te gaan.

Vaak wilde ik dan van de berg springen. Een einde maken aan al mijn lijden en aan de barre tocht met alleen maar klimmen en tegenwind. Maar wat ik ook probeerde, men vond mij altijd op tijd en trok mij de afgrond uit. Ik mag niet opgeven, zeggen ze. “Fiets verder, je komt er wel.” Snappen ze het dan echt niet?! Ik kan niet meer fietsen. Mijn benen zijn moe, mijn lichaamis kapot. Mijn oude fiets doet het niet zo goed meer en de weg naar de top is nog ellenlang. “Je kunt het wel,” klinkt het van alle kanten. Terwijl zij zelf fluitend doorfietsen. Net als Jannie op haar elektrische fiets. Waarom heb ik geen elektrische fiets? Waarom is bij mij het zo loodzwaar? Ik zie om mij heen ook mensen fietsen, maar bij hen lijkt het zo makkelijk te gaan. Of is het allemaal schijn? Ben ik van vermoeidheid aan het hallucineren?

“Je moet tijd nemen om te rusten!” roepen ze me na als ze voorbij zoeven. Hoe kan ik rusten als ik het gevoel heb dat ik dan te laat boven kom? Waarom word ik van alle kanten ingehaald door een generatie jonger dan ik? Wat is er mis met mij en mijn fiets? Doe ik iets verkeerd? Heb ik nooit goed leren fietsen? Het fietsen verleer je toch niet?

Enkele dagen geleden werd ik weer opgenomen op de gesloten afdeling van de psychiatrische kliniek. Het ging niet goed met mij. De afgrond riep mijn naam, maar ik wist dat ik er niet naar moest luisteren. Ik ben in mijn leven zo vaak opgenomen geweest, dat ik de tel ben kwijtgeraakt. Inmiddels heb ik al in negen verschillende klinieken gezeten. Eén ding hebben ze allemaal met elkaar gemeen: ik vind het er niet fijn. De kliniek blijft een bijzondere plek. Ik heb de meest nare ervaringen meegemaakt, maar ook hele mooie ervaringen gehad. Het is een plek van verwarring, verdriet, boosheid en strijd, maar ook een plek van stilstaan, op kracht komen, herstel en jezelf mogen zijn. Laat dat laatste hetgene zijn dat ik het allermoeilijkste vind van wat er is. Want.. mag ik wel mezelf zijn met al mijn dissociatieve delen? En, wie ben ik dan als ik mezelf mag en kan zijn? Ik vind het knap lastig. 

Ik voel me heel verdrietig, hier aan de kant van de weg. Het voelt alsof ik niet meetel in de race van het leven. De afgond roept mijn naam nog harder, maar ik weet dat ik er niet naar moet luisteren. Ik moet weer gaan fietsen. Met vallen en opstaan, ook al is het altijd met flink wat tegenwind. 

Lees ook:

  • Vrouwalleen

    En toen viel op eens alles weg. Sinds december is mijn begeleider weggevallen. Ik switchte naar een deel dat het er niet zo mee eens was dat hij kwam. Dat deel had mijn begeleider weggestuurd en sindsdien is mijn begeleider…

Meer informatie over dissociatie en DIS

E-book over dissociatieve identiteitsstoornis:

DIS mini uitgelicht

Misschien heb je net te horen gekregen dat je een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) hebt, of ken je iemand die dit heeft. Maar wat is DIS eigenlijk precies en hoe kun je ermee omgaan? Wat zegt de wetenschap en welke therapieën zijn er? En… hoe is het eigenlijk om DIS te hebben, valt er een beetje mee te leven?

Aan de hand van wetenschappelijke artikelen, het psychiatrisch handboek DSM én ervaringsverhalen geeft Rivka Ruiter je in deze dsmmini antwoord op bovenstaande vragen. Een dsmmini is een klein e-bookje dat inzicht geeft in een stoornis uit de DSM. De ervaringsverhalen zijn van Daniëlle (31), Hannah (26) en Melissa (26), drie jonge vrouwen met DIS of AGDS (andere gespecificeerde dissociatieve stoornis).

Dit e-book is een PDF, je kunt hem lezen op je computer of telefoon zonder e-reader!

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer