Een beetje een terugval

‘Ik geloof dat ik een beetje een terugval heb.’ Oh shit, is dat míjn stem? Dat muizentoontje? Ik praat niet vaak zacht. Ik kan het wel, maar ik ben zo iemand die eerder de vraag krijgt of het wat zachter mag dan of ik misschien wat harder wil praten. Maar deze woorden kwamen er bijna piepfluisterend uit. Ik lig in de armen van mijn lief en ik wist dat ik dit wilde vertellen, maar niet hoe of wanneer. En nu is het er ineens uit. Ik voel dat ze naar me kijkt. ‘Wat is er dan, liefje?’

Ja, wat is er dan. Een paar weken geleden had ik een keelontsteking die zo zwaar was, dat er ruim anderhalve week maximaal twee happen yoghurt per dag in konden. Alles deed zo verschrikkelijk veel pijn. En de week ervoor en de week erna waren ook niet optimaal. Gevolg: ineens was ik acht kilo lichter. En dat voelde toch wel heel lekker. Té lekker. Mijn eetstoornis rekte zich uit in het hoekje van mijn hersens dat ze toebedeeld had gekregen, en begon haar lelijke stem weer te laten horen.

‘Mijn hoofd is weer heel gemeen tegen me.’ En dan begin ik heel hard te huilen. Want wat is het klote om dit toe te moeten geven. Dat ik mezelf alweer weken mee heb laten slepen door die pestkop in mijn hersenpan, die bij elke hap ‘Te veel!’ en ‘Te groot!’ en ‘Nou, ga het er maar weer uitgooien dan, dik mispunt!’ gilt. Een stem die door merg en been gaat en me commandeert. Ik ben niet iemand die zich zomaar door iedereen laat vertellen wat ze moet doen, maar de stem in mijn hoofd wordt blindelings gehoorzaamd.

Zes keer checken en een uur piekeren
Want het is zo fijn. High van de honger van de bus naar huis lopen en berekenen hoeveel calorieën er vandaag in zijn gegaan. De stem die tevreden knort. Het gevoel van je vinger in je keel gestoken hebben en met drie, vier zure golven de opgeblazen paniek vervangen door hartverscheurende opluchting.

Maar wat niet fijn is, is hoeveel langer boodschappen doen weer duurt, omdat alles zes keer gecheckt moet worden. Dat er meer Rennies doorheen gaan, omdat ik nog meer maagzuur heb. Dat ik een uur kan piekeren over de koek die ik heb gegeten. Dat ik geld uit mijn spaarpotje moet pakken omdat mijn weekbudget weg is door een eetbui. Dat ik in de spiegel kijk en dat mijn eigen gedachten over mezelf overschreeuwd worden door die stem. ‘Jezus, wat een walgelijke koe ben je! Dan kan je wel acht kilo afgevallen zijn, maar je weegt nog steeds meer dan negentig kilo! Papzak!’ Dan kan ik nog zo zelfverzekerd zijn, maar die woorden blijven bij je. Voor altijd.

En nu? Ja, wat nu. Moet ik weer hulp gaan zoeken? En waar dan? En wat dan? Moet ik het niet eerst zelf proberen? En is het feit dat ik dat laatste het liefst wil, een serieus verlangen of struisvogelgedrag? Ik ben te moe om erover na te denken. Eerst maar eens een gewone ontbijtboterham maken.

One Comment

  1. Stephanie

    Marlies wat heb je dit eerlijk geschreven en mooi verwoord! Heel herkenbaar veel dingen. Hopelijk lukt het je om te zien wat nodig is nu. Voor mij klinkt het als “je kop in het zand steken” als je nu geen hulp zou zoeken, maar ik kan het ook moeilijk beoordelen natuurlijk. Ik wens je veel liefde en kracht toe en hopelijk kom je hier snel weer uit! xx Steffi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.