Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis?

Mijn gedachten razen voort. Er zit geen stop op. Ik word soms zo gek van mijzelf.

Ik moet van alles en alles moet perfect. Bij mij is vrijwel alles doordacht, zelfs de kleine dingen die je niet zal opmerken of waar een ander zich niet druk om zal maken.

De psychiater op mijn stage, een aantal jaar geleden, vroeg mij er nog specifiek naar:
‘Kan je het stoppen? Of blijft het constant doorgaan? Is het dwangmatig?’

‘Dwangmatig? Hoezo dwangmatig? Nee er zit geen stop op en ja het blijft als maar doorgaan, maar ik ben toch niet dwangmatig?’

‘Nou, ik heb je nu al een poosje hier kunnen observeren. Je eet elke dag precies om 12 uur je lunch, geen minuut eerder of later. Je eet ook elke dag hetzelfde als lunch: een boterham met pindakaas en wat wortelen. Alles wat je zegt is doordacht, je denkt eerst goed na over wat je zegt, je bent bang dat je iets verkeerds zegt, je bent heel perfectionistisch. Je werkt hard en bent heel gedreven. Niet dat deze eigenschappen verkeerd zijn, maar ik kan begrijpen dat het op den duur heel vermoeiend kan zijn. Ik heb het hier ook met je begeleider over gehad, zij ziet hetzelfde, zij maakt zich daarnaast ook een beetje zorgen, omdat je buiten je stage je verder verdiept in verschillende problematiek en documentaires kijkt die aansluiten op de casuïstiek binnen je stage?’

‘Uhm ja? Maar is dat zo erg dan?’

‘Nee, dat is absoluut niet erg, maar het wordt een ander verhaal als je dat elke dag doet. Gun jij jezelf überhaupt wel rust?’

‘Uhm ja? Denk ik?’

‘Daar heb je het al! Als je daar zelfs al over na moet denken, dan is het antwoord wel duidelijk.
Heb jij wel eens gehoord van een Dwangmatige Persoonlijkheidsstoornis? Het is niet dat ik je nu meteen diagnosticeer, maar verdiep je er maar eens in en denk eens na of je misschien wat tips zou willen hebben om wat meer controle over je dwanggedachten te krijgen. Ik wil je daar met alle plezier mee helpen.’

Ik werd een beetje overrompeld. Ik wist dat ze het goed bedoelde en eigenlijk had ze ook wel gelijk. Het zit mij dwars. Ik heb er last van, maar ik heb het beestje nooit een naam kunnen geven.

Uiteraard ging ik gelijk in mijn boeken en op internet research doen naar een Dwangmatige Persoonlijkheidsstoornis. Ik schrok van de vele overeenkomsten. Ik voldeed zo’n beetje aan alle criteria van de DSM. Het zou veel dingen verklaren. Mijn depressie in de pubertijd, de invloed van mijn strenge opvoeding, de band met mijn ouders, mijn extreem perfectionisme, moeite hebben met autoriteiten en ga zo maar door. Hoe lastig ik het ook vond en hoe koppig ik ook ben om toe te geven dat ik er een kern van waarheid in zat, besefte ik dat ook binnen mijn stage als hulpverlener er last van had. En hoe mooi is het, als je de kans krijgt om wat tips te krijgen van de psychiater zelf en deze jou wilt helpen?

Dus maakten we een afspraak en zat ik op een hele andere manier bij mijn collega, de psychiater. Ze vroeg mij vrijwel meteen naar de band met mijn vader; deze is niet echt goed, ik heb eigenlijk nooit het gevoel gehad dat hij mij accepteerde om wie ik ben en dat kwam vooral door mijn geaardheid. Mijn band met mijn moeder is ook niet goed, zij hield altijd haar hand boven het hoofd van mijn vader, wat ik aan de ene kant snap, maar waardoor ik als oudste altijd heb moeten vechten voor mijzelf en voor mijn broertje en zusje. Ik voel geen genegenheid en heb ook nooit de behoefte om mijn ouders te knuffelen, een kus te geven of iets anders dergelijks. Ik vroeg of dat misschien iets te maken kon hebben met een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis.

Niet specifiek, gaf de psychiater aan, ‘maar een strenge opvoeding wel. Heb je die gehad?’

‘Oh, ja! Mijn ouders hielden ons altijd strak aan het lijntje, waren heel strikt en vaak mochten we veel minder dan andere klasgenoten. Mijn vader kon daarentegen ook heel boos worden, daar wilde je ook niet tegenin gaan.’

‘Ja, dat verklaart al wel een heleboel. Waar je voor op moet passen, is dat je zelf binnen een relatie niet te beklemmend wordt. De kans is groot dat je door gebrek aan genegenheid bij je ouders, juist gaat vastklampen aan je partner. Dit kan voor je partner heel benauwend zijn.’

Dit herkende ik maar al te goed en was misschien ook wel een van de redenen waarom mijn relaties stukliepen. Wanneer ik in een relatie zat had ik alleen nog maar oog voor mijn partner. Ik wilde constant bij diegene zijn. Ik moest leren dat je binnen een relatie elkaar ook de ruimte moet geven.

Verder gaf de psychiater mij tips voor mijn dwanggedachten en perfectionisme:

  • Ik moest een deadline voor mijzelf leren stellen. Ik moest een inschatting maken hoeveel tijd ik aan een bepaalde opdracht ging werken en het daar mee doen. Als de tijd om was, mocht ik er niks meer aan veranderen en het inleveren. Hierdoor zou ik leren dat je met iets minder werk, ook goed werk kan afleveren.
  • Ik moest tijdens mijn stage gaan werken met een to-do-list. Ik moest aan het begin van de dag voor mijzelf afspreken wat ik die dag wilde doen en ook daarbij een realistische tijdschatting erachter zetten. Zodoende kreeg ik meer structuur en rust in mijn hoofd en was het overzichtelijker.
  •  Voor mijn dwanggedachten, moest ik een paar keer per dag bewust een stop roepen op mijn gedachten en ongeveer 10 minuutjes gaan mediteren.
  • Zo gezegd, zo gedaan en ik begon te merken dat het hielp. Uiteraard bleef het bij dat ene consult, want het zou belachelijk zijn als de psychiater mij naast mijn stage ook nog eens zou behandelen.

    Ook al is het alweer een aantal jaar geleden, in tijden dat het weer even minder met mij gaat denk ik nog vaak terug aan dit gesprek. Of ik nu wel of niet een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis heb, de trekken zijn aanwezig en komen soms hardnekkig boven water. Mijn stage was een flinke eye-opener en erg confronterend.

    Sinds die tijd ben ik bewuster naar mijzelf gaan kijken. Ik ben nu hulpverlener en doe ik mijn werk goed. Maar ook ik heb zo mijn mankementen.

    8 Comments

    1. Hulpverleners die weten en erkennen dat ze net zozeer mankemenenten hebben als degenen die ze helpen, zijn de enige soort die daadwerkelijk hulp verlenen. Het verbaast me ook niets dat je je werk goed doet. Je kijkt namelijk ook bewust naar jezelf.

      Dat is ook maar mijn mening. Maar ik geloof er heilig in dat zorgenden die zich beter wanen dan patiënten destructief kunnen zijn voor patiënten. Je mag je gelukkiger wanen, zeker, dan laat ik in het midden of dat echt zo is. Maar ‘gezonder’ of ‘beter’ is voor mij een rode vlag.
      Anne onlangs geplaatst…dsmmeisjeMy Profile

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    CommentLuv badge

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.