Dwang

Toch nog een keer kijken. Vier knopjes. Vier knopjes dichtgedraaid, de witte streepjes op de knopjes wijzen naar boven. Het gasfornuis is uit, echt uit. Ik ga de trap op. Derde traptrede. Nog een keer kijken. Gasfornuis uit. Eerste traptrede, tweede, derde, vierde en weer terug: derde, tweede, nog een keer kijken. Ik mag van mezelf niet aan de knopjes zitten. Gasfornuis uit. Traptrede. Nog een keer kijken. Vijfde traptrede. Nog een keer kijken. Nu maar aanraken, dan. De witte streepjes, van rechts naar links en weer terug van links naar rechts. Uit. Traptrede, traptrede, traptrede. Tranen.

Perfectionistische dwang

Al vroeg ben ik gediagnosticeerd met OCD (obsessieve compulsieve stoornis) en OCPS (obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis), om maar even met dsmlabels te strooien. Dat betekent zo ongeveer dat ik last heb van dwanghandelingen, dwanggedachten en ook nog eens een heel rigide persoon ben. Zelfs in mijn dwang ben ik perfectionistisch, zeg maar.

Als puber begon ik met het controleren van mezelf, omdat ik geen fouten mocht maken. Ik wilde niet uit de toon vallen, maar ook weer niet samenvallen met ‘de rest’ – ik moest opvallen om alle goede redenen. Ik mocht niet onbeleefd zijn, maar ook geen saaie puber. Onder zowel docenten als leeftijdsgenoten moest ik populair zijn, ik moest hoge cijfers blijven halen, vooral bij de vakken met docenten bij wie ik me prettig voelde, ik moest grappig zijn, maar ook serieus en ik moest mijn emoties bedwingen. Dat is voor een adolescent nogal wat. Maar het lukte me vaker wel dan niet. Omdat ik alles geregeld had, alles gecontroleerd. Mijn hele leven gepland.

Uren tellen

Een voorbeeld: toen ik op de middelbare school zat, moest ik van mezelf altijd 9 uur slapen. Het liefst exact 9 uur. Elke avond opnieuw zette ik mijn wekker, telde ik de uren op mijn vingers en deed daar een uur bij, want dat had ik nodig om in slaap te vallen. Ik herhaalde dit proces totdat ik zeker wist dat het goed zat. Vaak genoeg viel ik natuurlijk niet op het juiste moment in slaap. Als ik dan bijvoorbeeld de kerkklok hoorde slaan, wist ik dat ik niet op het juiste uur in slaap was gevallen en raakte ik in paniek. Om die paniek te beheersen, kwamen er weer andere rituelen: tellen, mijn adem inhouden, sloten van deuren checken, dingen aanraken, krabben en een door mezelf vastgesteld aantal medicijnen slikken. Elke avond opnieuw.

Dwanggedachten

Dwang kan ook periodes in mijn leven niet zo op de voorgrond staan, maar ik heb gemerkt dat dwang in spannende situaties als coping werkt. Of nou ja, spannend… Momenteel gaat het erom dat ik een tijdje alleen zit in een huis waarin ik normaal met andere mensen woon. Normaal draag ik dus niet in mijn eentje de verantwoordelijkheid voor het overeind blijven staan van het huis. Maar nu zijn mijn huisgenoten een tijd weg en ben ik als enige in het huis aanwezig, een verantwoordelijkheid die ik niet durf of kan dragen. Voor ik het doorheb, ben ik weer urenlang bezig met het controleren van alles in het huis én in het hoofd. Want OCD gaat, bij mij in ieder geval, lang niet alleen over het controleren van dingen. Ik moet ook mijn gedachten controleren, gewelddadige gedachten bijvoorbeeld. Zo is het uitpluizen van mijn gedachten ook een ritueel. Als ik dat niet doe, ben ik bang dat ik in mijn slaap mijn kat vermoord. Dát is ook OCD.

OCD vertelt mij dat ik mezelf niet kan vertrouwen: wat als het gas toch niet uit is, als je het niet goed gecontroleerd hebt? Dan vliegt de boel hier in de fik en dan is het jouw schuld en dat betekent dan maar weer dat niemand jou ergens mee kan vertrouwen. Je bent een loser. Op die momenten ga ik dus toch maar weer kijken en weer en weer, tot het uren verder is, het eten koud, mijn wangen nat en mijn amen opengekrabd.

Kat

Alweer een aantal jaar geleden heb ik door exposuretherapie geleerd dat ik de angst kan laten oplopen en mezelf kan afvragen wat het ergste is dat er kan gebeuren. Omdat ik al een tijdje ervaring heb met dwang, weet ik dat ik het tot nu toe steeds heb overleefd. En de mensen (en huizen) in mijn omgeving ook. Dus: waarom zou het nu niet lukken? Dan adem ik maar weer in en rustig uit.

Alleen een beetje jammer van die OCD stem in mijn hoofd die blijft herhalen dat ik een loser ben. Iemand die dus blijkbaar niet, nooit, alleen kan wonen. Geen verantwoordelijkheid kan dragen. Niet te vertrouwen is. Je bent gevaarlijk voor je omgeving. Weet je zeker dat je die kat dichtbij je wil houden? Voor ik weet ben ik uren kwijt aan Google met de vraag ‘waaraan kun je zien dat je huisdier bang van je is?’ Tot het allerbelangrijkste gebeurt: mijn lieve poes springt op mijn schoot, stopt niet met spinnen, trappelen en likt de rug van mijn hand. Op mijn laptop het artikel ’12 tekenen waaraan je kunt zien dat je kat gelukkig is’ en ik kan ze alle 12 afvinken. Mijn kat is gelukkig met mij. Ik kan iets, ik kan voor haar zorgen, ik kan haar zelfs zo goed verzorgen dat ze gelukkig is. Nu ik (mezelf) nog.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.