Drukte in de winkel

Ik ben na twee weken binnen te zitten (door mijn tijdelijke opname), nog niet in de drukte geweest. Naast de drukte in de leefgroep natuurlijk. Dus vandaag ben ik voor het eerst terug buiten geweest naar de winkel. Ik ben in twee winkels geweest en heb ongelooflijk veel prikkels binnengekregen.

De eerste winkel was voor mij de moeilijkste van de twee. Ik ging naar binnen en zonder nadenken liep ik meteen de rij in van de voor mij destructieve producten.  Ik pakte er iets, liep ermee naar het begin van de rij, keerde terug naar de andere kant, liep wat rond (vol spanning en stress). Maar dan het grote en beste moment: ik hing het pakje mooi terug in het rek. Recoverywin voor mij!

Ik snelde naar de voorkant van de winkel, nam hulzen en tabak, tikte vol zenuwen op de computer op een pakje sigaretten en nam mijn ticketje mee naar de dichtstbijzijnde kassa. Hup, betalen, sigaretten nemen uit de machine en naar buiten. Diepe zucht en snel ademen.

Ik nam m’n fiets, kreeg amper het sleuteltje in het slot en vertrok nogal roekeloos naar de tweede winkel. Ik kon me niet goed focussen en kwam bijna in botsing met een auto. Gelukkig parking-rijders en daardoor was de auto traag aan het rijden en heeft hij snel kunnen remmen. Ik keek verward en gaf een teken dat ik oké was en zei sorry. Geen idee of die sorry wel duidelijk genoeg was. Maar goed, hij reed verder en ik dus ook.

Winkel nummer 2, hier kom ik om wat lekkers van eten en drinken te halen. Ik zet mijn fiets in de stalling en loop naar binnen. Ik wandel onrustig rond. Straks denken ze nog dat ik slechte bedoelingen heb omdat ik zo om me heen kijk en enorm opgejaagd ben. Maar ik ben binnen, winkel 2. Ik neem een mandje die je als trolley gebruikt. Even sta ik stil en merk ik heel veel mensen op en gebabbel. Zaterdag is niet de ideale dag om hier te komen. Het is half 2 en redelijk druk. Mensen rijden met hun kar tegen je op, gang in en uit alsof ze een wedstrijdje aan het proberen winnen zijn. Mensen, karretjes, gezinnen die roepen naar elkaar. Enkelingen met briefjes in hun handen. Zoekend naar hun producten en afgesloten van de omgeving. Kon ik me ook maar afsluiten,  maar nee, ik zie en hoor alles, ruik de winkel en de producten. Ik voel een kar in mijn rug geduwd worden. Geen pardon. De mevrouw gaat gewoon verder. Ik sta daar nog steeds.

Wat wil ik? Wat wil IK?

Iets lekkers. Ik loop door de gangen, ik ken de winkel nog steeds niet zo goed. Ik ga op zoek naar lasagne in de koelkast. Staan er mensen rekken en de koelkast te vullen. Hun grote kar is goed gevuld met dozen en staat midden in de gang. Mensen met een kar zuchten en keren zich om want daar kunnen ze niet passeren. Ik wel, met de kleine trolley. Ze praten over hun man. Nogal humeurig, merk ik op. Ik probeer me te focussen op de lasagne. Ik ga met mijn ogen langs de frigo en zie ze staan. Ik vind eindelijk lasagne. Misschien duurde dit maar enkele minuten maar voor mij zeker een halfuur. Ik passeer drank en neem limonade in blikjes mee. Een jongen loopt net als ik wat roekeloos rond. Een gezin met vier kinderen hoor ik al van de verte binnenkomen. De kinderen willen chocolade van de Sint, maar ze mogen niet wat ze willen. Geroep en kwaadheid. Wat wilde ik nou nog? Geen idee meer. Ik ben vergeten wat ik wil en blokkeer. Ik zie een knuffelkussen liggen een beetje verder. Ik neem hem vast, heb nood aan veiligheid en een knuffel voelt veilig. Normaal zit er altijd een klein knuffeltje in mijn tas maar deze keer niet. Ik loop verder door de winkel maar weet niet meer wat ik nog wil. Het schaap blijf ik vasthouden terwijl ik rondloop. Ik neem hier en daar nog iets en ga dan naar de kassa. Drukte in mijn hoofd, drukte in de winkel en dus zeker drukte aan de kassa.

Welke kassa kies ik? Wat wil ik?

Aan de ene kassa staat het gezin met de kinderen nog steeds ruzie te maken, de kinderen met de papa. De mama zet ondertussen alles op de band. De andere kassa is rustiger maar er staat een kar zonder persoon. Die is nog vlug wat gaan halen maar wil wel z’n plekje in de rij houden. Ik twijfel of ik mooi achter de kar wacht, of niet. Maar ik wacht toch. Een man komt snel aangelopen en begint als een gek de band te vullen met zijn gerief. Ik heb het schaap vast en focus me op het schaap. Hij legt het plaatje neer voor de volgende. Dat ben ik. Met mijn hoofd in de chaos van alle gebabbel en lawaai leg ik mijn weinige gerief op de band. Schaap blijf ik vasthouden. Ik hoor en zie teveel. Het getuut van de kassa bij ieder product dat ze scant weergalmt door mijn hoofd. Schaap, schaap, schaap, mijn focus op het schaap. Dat helpt. Dan is het aan mij en wordt ook het schaap gescand. Schaap gaat met me mee. Samen met wat lekkers om te drinken en te eten. Ik plaats alles zo georganiseerd mogelijk in een linnen zak die ik altijd bij me heb. Schaap is te groot en gaat zo mee.

Buitenlucht en ik maak een grote zucht als ik de winkel buiten stap. Maar ook veel mensen en auto’s zijn op de parking, te veel. Ik kijk rond maar het wordt veel chaotischer in mijn hoofd. Ik zoek mijn fietssleutel en ga naar de stalling.

Ik neem m’n fiets, waggel even bij het starten en dan focus ik me op de weg terug. Even aan de kant voor een vrouw met een veel te dikke hond. Een fietser achter mij steekt gewoon de vrouw en hond voorbij. Ik knijp even mijn ogen dicht want wil geen botsing zien. Voorbij, focus op de weg terug. Ik geraak amper vooruit, ben doodmoe van alle indrukken. Ik trap en fiets en kom uitgeput aan op de afdeling. Chaos en pijn. Ik voel dat dit teveel was, te veel mensen en drukte. Te veel prikkels voor mij.

Maar ik ben terug en ik heb het schaapkussen/knuffel. Tijd voor rust en afleiding nu.

 

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik toon graag een persoonlijke blog onder mijn reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.