Droomleven

Toen ik zeventien was, zo ongeveer een half leven geleden, had ik allemaal toekomstdromen. Ik stelde mijn leven als ik zo halverwege de dertig was voor als leuk. Niet heel bijzonder, maar wel gewoon fijn.

Ik zou bijvoorbeeld een partner hebben en samen een of misschien twee kinderen. Ik zou een leuk huisje hebben in de buitenwijken van Utrecht, met een tuin natuurlijk. De kinderen zouden al richting kleuterklas gaan en samen zouden we met het gezin in de zomer lekker met de auto en de sleurhut richting Frankrijk. Ik zou een leuke baan hebben in de media en mooie dingen maken.

Het is anders gelopen

Dat is normaal, ik bedoel, niets loopt zoals je denkt dat het zal lopen, maar ik had nooit kunnen denken dat mijn leven er zo anders uit zou zien als het nu doet. Geen partner, die kinderen gaan er niet meer komen, geen rijbewijs. Wel een heel leuk huisje in een buitenwijk van Utrecht en sinds een paar maanden als freelancer toch weer de media in. Niet fulltime, maar acht uurtjes in de week. Meer trek ik niet.

Ik slik pillen om niet chronisch depressief te zijn en nog mijn bed uit te kunnen komen. En er zijn nog een paar andere dingen die als zeiken klinken, maar het leven niet makkelijker maken. Omdat ik maar zo weinig werk, ben ik permanent blut. Geld om te sparen heb ik niet. Geld om op vakantie te gaan heb ik ook niet. Als ik kijk naar wat ik – als ik gezond zou zijn en 32 uur in de week zou werken – zou verdienen, krijg ik daar ongeveer een derde van.

Reden? Die stomme persoonlijkheidsstoornis

Die heeft roet in een hele hoop dingen gegooid en blijft ook maar roet in het eten gooien. Met mijn 34 jaar zijn er veel mensen in mijn omgeving die gaan samenwonen, trouwen en kinderen krijgen. Ik vind het oprecht geweldig voor ze. Ik gun iedereen een heel fijn gezinnetje. Tegelijkertijd doet het mij ongelooflijk veel pijn.

Als ik op facebook oud-klasgenoten met een baby’tje in hun armen zie, pink ik intern een klein traantje weg. Ik wilde altijd moeder worden, ik wil nog steeds moeder worden, maar het gaat niet meer gebeuren. Om moeder te worden, heb ik een partner nodig. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om in mijn eentje aan een kind te gaan beginnen. Verder zou ik met al mijn medicijnen moeten stoppen met alle gevolgen van dien. Die depressies en angsten blijven maar terugkomen, wat voor een kind echt niet fijn is.

Het blijft alleen pijn doen

Ik zal nooit mijn eigen kindje op mijn borst voelen. Ik zal nooit met die sleurhut en twee kinderen op de achterbank naar Frankrijk tuffen. Nooit de stress voelen van een avondje uit plannen en twee uur voor vertrek belt de oppas af. Geen macaronischilderijen voor moederdag. Allemaal niet.

Vanwege die pijn, vind ik het heel erg lastig om met bekenden om te blijven gaan die wel een kindje hebben, zeker in real life. Virtueel is het allemaal nog goed te doen, maar face-to-face komt het domweg te dichtbij. Dan voel ik dat verdriet om het kinderloos blijven te veel.

Hetzelfde geldt eigenlijk ook al voor vrienden die een hele fijne vaste relatie krijgen. Ik word zoveel geconfronteerd met mijn eigen gebreken dat ik niemand dichtbij genoeg durf te laten komen om een daadwerkelijke relatie mee aan te gaan. Dat doet pijn, want ook dat wil ik zo graag.

Zo nu en dan stoot ik mijn kop

Dan zie ik niet meer hoe ik verder kom in mijn leven. Dan voel ik me zo moe van het jarenlang vechten om een stapje vooruit te komen. Om een stabiel inkomen te krijgen. Om regelmaat te krijgen. Om mijn huis schoon en fris te houden, een normaal eetpatroon, een normaal leven. Een leven zonder crises, zonder automutileren, zonder al die andere vervelende symptomen. Waarin ik wat kan sparen en ik op vakantie durf te gaan. Ook dat durf ik namelijk nu niet. Gewoon een normaal leven.

Het is denk ik nu vooral verder leren accepteren dat wat ik altijd droomde niet gaat gebeuren, en op een andere manier invulling zien te vinden. Maar ook accepteren dat het pijn mag doen dat dat gedroomde leven niet komt. Dat het pijn zal blijven doen als ik vrienden en bekenden met dat baby’tje op de borst zie liggen, een beetje geeuwend en slaperig voor zich uitkijkend. Kleine vuistjes zachtjes bij mijn hals. Mezelf toestaan dat het pijn doet en dat ik daar verdrietig over mag zijn.

Dat ik boos mag zijn

Mezelf toestaan dat het gewoon vervelend is dat ik minder geld heb dan de meeste leeftijdsgenoten, in plaats van alleen maar vol blijven houden dat ik blij moet zijn met wat ik wél heb. Daar ben ik ook blij mee, echt. Soms is het alleen niet voldoende en zie ik ook wat zou kunnen zijn zonder persoonlijkheidsstoornis. En dat is een ander leven. Geen beter leven. Een ander leven.

Lees ook:

  • Lekker stout patat met ketchup

    Ik ben vandaag lekker stout. Ik ga lekker met mijn schoenen op de bank, loop over mijn bed, eet aardappelkroketjes én patat en heb daarbij lekker mayo, curry, ketchup en gele frietsaus. En ik eet lekker ook nog eens alles…