Doorfluisterspel

Toen ik nog op scouting zat, speelden we weleens het doorfluisterspel. Dan zat je in een kring en fluisterde je een boodschap door. Gedurende de cirkel ging er weleens wat mis, waardoor de laatste persoon met een andere boodschap eindigde dan waarmee begonnen was. Soms met hilarische uitkomsten tot gevolg. In mijn hoofd gebeurt iets vergelijkbaars. Mijn eetstoornis wringt zich als een vertaalmachine tussen alles wat iemand tegen me zegt, fröbelt er een beetje mee en geeft de aangepaste boodschap dan door aan mij. Het gaat zo snel, binnen een seconde is het gebeurd. En dat heeft soms desastreuze gevolgen.

Laatst was ik met mijn moeder in Berlijn. We zaten in een hotel met een werkelijk fantastisch ontbijtbuffet. Zo fantastisch dat mijn moeder zich over haar normale ontbijt-aversie heen zette en ook iedere ochtend een mooi bordje voor zichzelf maakte. Maar haar lichaam is dat helemaal niet gewend. Dus toen we een paar uur later door een straat liepen, zei ze ineens: ‘Pff, ik zit nog wel vol van dat ontbijt hoor.’

Ziehier mijn eetstoornis. Ik had meer gegeten dan mijn moeder tijdens dat ontbijt, dus de vertaling die ik doorkreeg, was ‘Jij bent echt weerzinwekkend dat je zulke hoeveelheden eet, die heeft een normaal mens helemaal niet nodig. Geen wonder dat je dik bent. Leek je maar wat meer op je moeder, die is tenminste dun. Ik weet dat je je af liep te vragen of je een ochtendtussendoortje moest, maar hier is je antwoord: nee.’ Natuurlijk is dat niet wat mijn moeder zei, en inmiddels weet ik dat ik dit soort gedachten het beste even kan checken (‘Mam, je bedoelde niet stiekem dat je me een gulzige vetklomp vindt, toch?’). Dat helpt voor die specifieke hersenkronkel, maar niet voor de rest.

Het houdt nooit op en het is nooit positief. Als iemand iets over mijn gewicht zegt, is dat volgens mijn eetstoornis altijd reden om minder te eten en meer te gaan braken. Want als je bent afgevallen, moet je meer afvallen, als je gelijk bent gebleven, moet je sowieso afvallen, en als je bent aangekomen… Tja. Als iemand zegt dat hij zo lekker gesport heeft, bedoelt hij stiekem ‘Dat zou jij ook eens moeten doen.’ Als iemand zegt ‘Dat ziet er heerlijk uit!’ over het broodje dat ik eet, bedoelt ze eigenlijk dat het geen wonder is dat ik dik ben, als ik van die broodjes eet. Als iemand zegt ‘Jij bent zo zelfverzekerd!’ voegt mijn eetstoornis daaraan toe ‘…ondanks die dikke reet van je!’ En als ze zeggen ‘Wat kun je toch goed schrijven.’ dan bedoelen ze gewoon ‘Goed dat je je op andere talenten richt, want van je uiterlijk moet je het niet hebben.’

En het is zo in- en in gemeen. Want ik denk die dingen helemaal niet over mezelf. Ik vind mezelf niet lelijk en dik. Of ja, ik vind mezelf wel dik, want dat bén ik ook gewoon met mijn lengte en gewicht, maar ik verbind daar geen waardeoordeel meer aan. Ik ben dik en mooi, klaar, einde. Maar door dat stemmetje begin ik dan toch voor een milliseconde te twijfelen. Is mijn lichaam niet stiekem toch een soort misdaad tegen de menselijkheid? Zou ik misschien niet toch…?

De meest recente vertaling kwam na mijn intake. Ik heb me aangemeld voor behandeling bij instantie Y, en vorige maand mocht ik op gesprek komen. Nadat we anderhalf uur mijn issues uitgevlooid hadden, mocht ik even een uurtje gaan lezen in de wachtkamer en meteen daarna kreeg ik mijn behandeladvies: ambulante gesprekken. Ik vond het een ambitieus advies, twaalf jaar eetstoornis aan proberen te pakken met één gesprek per week, maar ik heb gelukkig nog even de tijd om daarover na te denken. De wachtlijst tot ik daaraan kan beginnen, is namelijk vier tot vijf maanden.

En toen kwam ze, hoor. Toen kwam ze op volle sterkte. ‘Ooooh, kijk nou! Ze vinden dus dat het zo goed met je gaat, dat je best nog vijf maanden op behandeling kan wachten! Dan valt het dus allemaal wel mee met je, zie je wel, ik zei het toch? Het kan veel erger. Zonde van iedereens tijd dat je je aangemeld hebt voor behandeling. Maar nu je hier toch op de wachtlijst staat, kan ik je wel helpen om te zorgen dat je die plek waard wordt, hoor. Zullen we eens kijken hoeveel je af kunt vallen in die vijf maanden?’

Ik ben nog steeds niet in staat geweest om die vraag met een volmondig ‘Nee!’ te beantwoorden. Omdat ik eigenlijk niets liever wil.

4 Comments

  1. Sine

    Treffende vergelijking, hoe een eetstoornis je gedachten verstoort. Elke opmerking wordt tot het uiterste geanalyseerd en verdraaid. “Je ziet er goed uit” wordt “Oh, andere zien het dus ook hoe ik ben aangekomen?!” Wanneer iemand eten aanbiedt, zegt mijn hoofd: “Ha, dit is een test. Ze willen me vetmesten, zodat zij dunner lijken.” Heel vermoeiend.

  2. Mooi geschreven Marloes, en jammer genoeg heel erg herkenbaar.. ik heb echt precíes dezelfde stemmen die de boel verdraaien. En dat terwijl je objectief ook wel weet dat er niets ‘mis’ is met jezelf en dat zo iets stoms als je gewicht echt niet bepalend hoeft te zijn voor hoe je je voelt. Heel veel sterkte de komende 5 maanden, ik hoop heel erg dat die Nee! er komt, misschien niet heel luid de eerste keer maar hij komt vast 🙂

  3. Rivka

    Jeetje, wat heb je dat goed uitgelegd! En het is gek genoeg herkenbaar, al heb ik dit op een ander vlak dan gewicht. Het idee dat het nooit erg genoeg is voor hulp, je het mooi erger kunt maken in de tussentijd, die rare bijgedachten bij dingen die mensen zeggen… Het is klote! Wel ontzettend fijn dat je doorhebt wat de eetstoornis doet maar damn, it’s hard lijkt me. Xx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.