Donkeregestalte

Donkerder vanbinnen

Tranen die stromen naar beneden. Het is lang geleden dat ik zoveel gehuild heb in zo’n korte tijd. Al dagen springen de tranen in m’n ogen wanneer ik even alleen ben. Maar ook wanneer ik mezelf zie in de spiegel. Ik loop in het donker m’n kamer in en voel nog meer donkerte vanbinnen dan dat ik zie vanbuiten. Een stukje wandelen of fietsen eindigt in een grote vloedgolf aan tranen, zittend op een bankje, in het gras of gewoon op de grond. Op school probeer ik m’n best te doen om geen emoties te laten zien. Die keer dat het teveel wordt op m’n werk huil ik zacht wanneer ik even in het magazijn ben.

Ik wil in elkaar storten. Op de grond vallen en alleen nog maar huilen. Niet meer opstaan en wachten totdat er iemand is die mij komt oprapen. Naast me komt zitten en arm om me heen slaat en me vertelt dat het oké is om dit te voelen. Maar die iemand komt niet. En op de een of andere manier heb ik telkens nog genoeg kracht om door te gaan en dus niet letterlijk in te storten. Zo vaak heb ik het gevoel dat het dit keer toch echt klaar is, dat er nog maar iets kleins hoeft te gebeuren en ik volledig in elkaar stort.

Telkens heb ik het gevoel dat niemand het ziet hoe slecht het echt met me gaat. Ik laat dit ook niet altijd zijn, maar mijn woorden zeggen genoeg lijkt mij? Of komt dat er eerder uit als een heel slecht woordgrapje? Ik weet niet hoe ik het moet aangeven. Is het raar dat ik gewoon op wil geven en niet meer wil vechten? Dat ik gewoon wil wachten totdat iemand me komt helpen en ik het (even) niet meer zelf hoef te doen?