De Dikke Meneer die zich Depressie noemt

Hij zit er weer. Bovenop mij. De Dikke Meneer die zichzelf Depressie noemt. Alsof hij na een lange wandeling even bovenop mij uit komt rusten om een banaan te eten. Hij eet overigens heel langzaam en op zeer vreemde tijden. En altijd als het mij echt even niet uitkomt. Niet dat er momenten zijn dat hij wel écht welkom is, maar doe het dan als ik slaap of zo.

Ik heb hem vaak verteld dat ik lesbisch ben, dus niet zit te wachten op Dikke Meneren bovenop mij. Maar hij trekt zich er niks van aan. Hij pelt tergend langzaam zijn banaan en eet deze dan smakkend op. En ik kan mij er alleen maar onbewogen aan ergeren. Door de omvang van deze meneer, is ademen moeilijk. Hij is van formaat sumoworstelaar. Hij heeft vaak niet gedoucht en zo’n rete oncharmant luierbroekje aan. Alles aan deze meneer is stom, eng en vies.

Waarom een banaan zou je denken? Omdat een banaan het meest onaantrekkelijke eten is dat er bestaat. De melige, zoete geur en de plakhanden die je eraan over houdt. Hij smeert ze voor hij weer opstaat aan me af, die enorme handen. Zodat ik de rest van de dag geconfronteerd word met zijn naderende aankomst. Daar is niet tegenop te douchen. Je weet namelijk nooit waar en wanneer hij aan de wandel gaat en wanneer hij zijn honger niet meer kan bedwingen. Soms heeft hij helemaal geen zin om te wandelen, dan blijft hij de hele dag een beetje zitten. Soms schop en sla ik tegen hem aan, maar dat maakt het alleen maar erger. Ik word er moe van. Soms heeft hij een hele lange wandeling gepland. Dat zijn de betere tijden, waarin hij een aantal dagen niet komt. Het geeft lucht en rust, maar ik ben altijd alert. Soms hoor ik hem in de verte al aan komen stampen. Dan maakt hij zich lang van tevoren bekend. Soms sluipt hij op zijn enorme tenen naar me toe en ben ik overvallen wanneer hij zijn dikke kont in mijn maag plant. Maar hij komt altijd ongelegen.

‘Kill them with kindness’ zou je denken. Maar ik wil liever geen vrienden worden met deze man. Ik wil dat hij zijn banaan ergens anders opeet. Zijn handen aan wat anders afveegt en zijn dikke kont niet in mijn maag plant. Ik wil hem ook niet aan iemand anders geven, want zelfs de grootste vijand gun je geen sumoworstelaar. Er zijn vast nog veel meer Dikke Meneren op de wereld. Misschien kunnen ze samen een clubje oprichten, ergens waar ze genoeg hebben aan elkaar en aan henzelf. Ik heb namelijk ook meer, maar dan ook echt meer dan genoeg aan mezelf.

Misschien moet ik zelf een andere benaderingswijze vinden. Voor vampiers gebruik je knoflook, voor geesten gebruik je zout en demonen drijf je uit. Allemaal tips tegen onwelkome gasten, maar nergens is te vinden hoe je die Dikke Meneer verjaagt…

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.