De ziekte van de moderne GGZ

Dankzij mijn prachtige hoofd dat niet altijd mee wil werken is de GGZ een belangrijk deel van mijn leven geworden. Al sinds ik jong ben, ben ik ‘anders dan anderen’ zonder dat ik dat wil. Zeker toen ik in 2012 een zwaar ongeluk kreeg, werden mijn klachten bijna ondragelijk.
Ik had veel last van paniekaanvallen, herbelevingen, concentratieproblemen, suïcidale gedachtes en noem het maar op. Het heeft nog even geduurd voordat ik er werkelijk voor openstond om hulp aan te nemen, maar uiteindelijk rolde ik toch de GGZ in.

Eenmaal in de GGZ terechtgekomen, liep ik al snel tegen een obstakel op. Het bleek namelijk dat de instantie die me zou gaan helpen met mijn ziekte zelf ook ziek was. Dusdanig ziek dat ik er bijna niks meer uit kon halen. Het betrof de ziekte van de moderne GGZ: de chronische wachtlijst. Sinds de tijd dat ik daar ben gekomen voor hulp heb ik het overgrote deel op een wachtlijst gestaan. Dat was dus wat ik vooral deed: wachten, wachten en wachten.

Inhoudelijk gebeurde er verder niet zoveel behalve soms de vinger aan de pols houden. ‘Wachten’ werd voor mij de definitie van de gezondheidszorg. Pas als ik op het randje van de dood stond en alles volledig fout dreigde te gaan werd er iets gedaan. De geestelijke gezondheidszorg gedraagt zich als het ware als een gepreoccupeerde ouder. Dit principe is toevallig in elk psychologieboek of tekst over hechtingsstoornissen te vinden: “De ouder is emotioneel onvoldoende beschikbaar, mist veel milde signalen van het kind en komt vaak pas in actie als het kind al overstuur is.”*

Mijn reactie was dan ook dat ik steeds meer ging verlangen naar de steun van de zorg. Bij elk beetje contact dat ik kreeg klampte ik me vast en hoopte ik dat ik eindelijk eens gezien en gehoord zou worden. Steeds werd ik vervolgens voor langere tijd ‘‘weggeduwd’ en pas als bij mij de hel losbrak kreeg ik weer een reactie. Ik bleek het ‘onveilig en angstig (ambivalent) gehechte kind’ te zijn geworden van de GGZ*. Niet bepaald iets waar ik op zat te wachten.

Ik heb me hier lang door laten leiden en als het ware door vast laten zetten, waardoor ik niet meer vooruitkwam. Uiteindelijk voelde ik me volledig afhankelijk van de GGZ en heb ik, toen ik aan een therapie mocht beginnen, mijn hele leven stilgezet om me hierop te kunnen focussen. Deze therapie bleek totaal niet bij me aan te sluiten omdat ik verkeerd was gediagnosticeerd. Toch was een uitgebreid psychologisch onderzoek niet mogelijk. Zelfs al vroeg ik hier specifiek naar.

Het ging dus weer bergafwaarts met me en ik raakte in crisis. Als een kind dat is gevallen en de ouders om hulp roept, vroeg ik ook hulp aan mijn therapie. Gelukkig kreeg ik hierop de reactie dat ze me zouden steunen. Helemaal top. Het enige jammere was dat ik tijdens het gesprek dat me was beloofd binnen twee minuten te horen kreeg dat ik niet meer naar therapie terug hoefde te komen, omdat ik niet bij de groep paste. Ze hadden me moeten bellen dat ik niet meer hoefde te komen, maar dat waren ze vergeten. Daar zat ik dan in crisis terwijl mijn laatste beetje hoop van me werd afgenomen. Ik werd zonder pardon op straat gezet. Dat eindigde in het ziekenhuis.

Daarna was het psychologisch onderzoek toch een mogelijkheid geworden. Daaruit bleek dat ik hoog functionerend autisme heb. Nu kon ik eindelijk een jaar op een wachtlijst gaan staan voor een therapie die wel zou aansluiten. Beter laat dan nooit. Gelukkig kan ik vandaag de dag zeggen dat ik het heb overleefd en dat ik mijn verhaal nog kan delen. Ik zie ook zeker mijn eigen fouten in, maar ik vind het belangrijk dat de GGZ ook zelf in gaat zien welke ziekte er in haar rust. Zoals het nu gaat werkt het namelijk niet. De afstandelijkheid en de onbereikbaarheid vergt zijn tol. Het vastklampen aan het protocol en het constante gebrek aan mogelijkheden, geld en tijd zorgt voor een ongezonde omgeving. De focus op labels in plaats van het individu veroorzaakt ook nog eens het gebruik van niet passende behandelingen.

Mijn verhaal was niet zo erg geweest als het alleen mijn leven zou betreffen, maar het betreft het leven van vele anderen. Dat is dan ook waarom ik mijn verhaal zo belangrijk vind; het is niet uniek. Ik heb zelf geleerd om de GGZ een beetje los te laten en er vooral voor mezelf te zijn. De mensen die ik vertrouw laat ik er ook voor me zijn en ik probeer zoveel mogelijk dingen te doen die me helpen. Ik wil namelijk niet meer stilstaan op een wachtlijst. Ik wil niet meer op het randje van de dood hoeven staan voordat er iets gebeurt. Ik wil leven.

Deels heb ik daarmee afscheid genomen van mijn ‘gepreoccupeerde ouders’. Onze band is gebroken omdat ons verleden te veel pijn heeft gebracht. Helaas zijn er nog wel veel andere mensen die nog eenzelfde soort zorg ervaren. Dat is dan ook waarom ik me er niet helemaal van zal distantiëren, waarom ik mijn verhaal deel. Misschien kan het kind haar ouders uiteindelijk ook wel wat leren. 

*Spijkerboer, C. (2010). Hechting van de wieg tot het graf. Mens in werking, 4–5.

Heb je zelf ook psychische klachten en wil je daar een blog over schrijven? Schrijf mee op dsmmeisjes!

Lees ook:

  • vrouw aan zee

    "Je bent nu heel kwetsbaar", zegt de verpleegkundig specialist ggz tegen mij, tijdens ons derde gesprek. Ik ben nog bezig met de intakeprocedure bij een ggz-instelling. Tot ik mijn definitieve behandelplan krijg, is zij mijn aanspreekpunt. Ik zie dat ze…

Kijk voor tips om om te gaan met psychische klachten ook eens op psyche.tips

lees meer