De vorm van de dag

Een goede dag

Mijn psychiater vroeg aan me hoe het ging. Mijn eerste reactie was “Tsja, ik heb een goede dag vandaag.” Zo’n uitspraak die ik eigenlijk niet altijd harop durf te doen uit angst dat ik mezelf ermee vervloek. Niet alleen mijn stemming wisselt; het is mijn complete energiehuishouding en motivatie die op en neer gaat als paardenbloempluis in de wind. Gisteren nog kreeg ik in de eerste uurtjes van de ochtend bijna de complete afwas en twee trommels wasgoed gedaan. Een persoonlijk record, hoewel het in mijn koppige ogen nog steeds veel te weinig is. De druk is hoog maar ik krijg dingen gedaan. Halverwege de ochtend sluipt de man met de hamer toch binnen en trek ik me terug op de bank. Netflix aan als vulling en van ellende niet meer weten van hoe of wat.

Een slechte dag

De dag erop merk ik al dat ik zware moeite heb om uit bed te komen. Ik heb geslapen omdat mijn medicatie nog steeds werkt, maar had het koud en lag te rillen onder mijn dekbed. Iedere beweging om me heen was er één te veel en ik voelde me ienie-mienie-klein. Met lood in mijn ledematen en een compleet donskussen in mijn hoofd kleed ik me aan en laat – op de automatische piloot – de hond uit. Terug thuis probeer ik de drang om terug naar bed te gaan te weerstaan. Ergens weet ik dat het geen goede zet is om hieraan toe te geven. Niet alleen omdat ik mijn moeizame slaapritme er totaal mee ontregel. In het gevecht met mijn depressie moet ik juist meer bewegen, meer doen. De druk neemt toe.

Beren op de weg

Ik wil wel, maar ik kan het niet. Een paar weken geleden kreeg ik een paniekaanval toen ik op mijn werk mijn beschikbaarheid voor de komende tijd door moest geven. Compleet dichtgeslagen belde ik mijn huisarts, bij wie ik, mede door de feestdagen, pas anderhalve week later terecht kon. Precies op de dag dat ik niet kon. Daarnaast snoof een verontwaardigde stem in me omdat het zo lang duurde, anderhalve week wachten met psychische nood. Mijn behandelaar was ook net die week op vakantie, maar uiteindelijk kreeg ik alsnog telefonisch contact met een collega en werd er nieuwe slaapmedicatie voorgeschreven. Een week lang op 3-4 uur slaap per nacht trek ik absoluut niet. Ik wist op dat moment niet meer hoe ik al mijn rollen kon spelen; hoe ik alle ballen in de lucht moest houden in mijn relatie, ons zorgintensief gezin en de oorlog die zich op dagelijkse basis in mijn hoofd afspeelt. Elke mug was een olifant in een porseleinkast en ik leek te bezwijken onder de druk.

Op het randje

Na enkele gesprekken en de extra medicatie was de ergste druk van de ketel. Ik weet dat ik in mijn huidige situatie een snelkookpan ben en niet zo’n theeketel die geleidelijk opwarmt. Hoe meer er van me gevraagd wordt, des te minder ik kan. Alles wat ik moet roept een enorme weerstand bij me op. Het liefste loop ik weg om nooit meer terug te komen. De scherpste randen van mijn depressie zijn eraf, maar mijn donkere monster loert om het hoekje. Ik ben bang dat de minste of geringste tegenslag de sluizen weer openzet naar die vloed van inktzwarte gedachtne die mijn monster me influistert.

Doseren moet ik leren

Een ‘moetje’ wat wel behoorlijk aanwezig is, maar ook wel behoorlijk van belang is. Doseren is voor mij erg moeilijk, juist omdat ik zo gevoelig ben voor de ‘vorm van de dag’ en overal druk van ervaar. Zodra ik wat energie heb wil ik me eigenlijk op alles tegelijk storten. Er is de afgelopen tijd al zoveel blijven liggen en er is nog zoveel te doen. Maar mijn belangrijkste les, één die langzaam steeds beter begint te blijven hangen, is wel dat ik tijd voor mezelf moet nemen. Tijd om leuke dingen te doen, te ontspannen en mezelf op een positieve manier terug te vinden. Want zonder die ruimte, die kwaliteit, ben ik alleen maar tijd aan het doden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.