De kater komt later

Ik zit op de grond in de douche en laat het warme water over me heen stromen. M’n hoofd rust tegen de muur en ik heb m’n ogen dicht. Alles duizelt. Ik ben brak en heb een flinke kater. Nee, ik heb niet een avondje flink gestapt, zoals de meeste van mijn medestudenten zijn gaan doen. Ik heb gisteravond moeten dealen met kortsluiting in m’n hoofd van heb ik jou daar. Ergens wist ik wel dat het eraan zat te komen: het ging al een paar dagen best redelijk en uit ervaring kan ik spreken dat deze flow vaak wordt doorbroken door een flinke dip. Ook al gaat dit al jaren zo, elke keer ben ik weer verrast.

Knock knock, who is there? De man met de hamer. Zo ook gisteravond. Een cocktail van borderline-achtige gedachten, wanhoop en angst woedde door m’n lichaam. Ik zit al de hele avond in een filosofische draaikolk, voer gesprekken met mezelf over hoe situaties zijn gegaan en zullen gaan en ik word gek. Stop met denken, Fiek, je moet gaan slapen. De uren tikken verder en de paniek en het verdriet stapelen zich op. Ik wil mezelf opeens verdoven met alles wat God verboden heeft, maar ik hou me in. Ik voel me zo klein en hulpeloos als een kind dat achtergelaten is in een drukke winkelstraat. Mama?

Waar menig student rond dit tijdstip nog een biertje achterover tikt, grijp ik naar mijn knuffel in de hoop dat die mij wat troost kan bieden. Als je verschillende keren in je leven onveiligheid hebt ervaren, is de wereld niet vanzelfsprekend een veilige plek en dan wil je iemand die je beschermt. Ik fantaseer over volwassen sterke vrouwen die hun arm om mij heen slaan, waar ik tegenaan kan leunen en die zeggen dat het wel goed komt. De betraande zakdoekjes vormen een steeds grotere berg op de grond naast mijn bed, maar gelukkig kan ik even appen met een vriendin. Uiteindelijk trek ik het niet meer en grijp ik naar de oxazepam. Rond een uur of half vier in de vroege ochtend lukt het om in slaap te vallen. Ik droom over liefdes die beantwoord worden en in mijn dromen kan ik even die veiligheid voelen, waar ik zo naar verlang. De wekker verstoort dit ruw en versuft kijk ik om me heen. Oh ja, hier waren we.

Ik zit nog steeds op de grond in de douche en het warme water begint rode vlekken op mijn lichaam te vormen. Kom op Fiek, de dag wacht. Het is tijd om op te staan en weer door te gaan.

Ook zin gekregen om te schrijven? Stuur een blog in naar dsmmeisjes!