De dag vangt aan

Zo’n dag die je huilend zittend voor je kledingkast begint terwijl je je sokken pakt. Nog steeds niet helemaal losgeraakt uit een paniekaanval die gisteravond al begon. Vlagen afschuwelijke angst waarin je alleen maar kan huilen en wensen dat je dood was, waarin je mensen van wie je houdt aanvalt omdat ze maken dat je je onveilig voelt,  je aan vroeger denkt.

Ik denk bijna nooit aan vroeger. Ik denk bijna nooit aan de toekomst. Ik focus me meestal op het doorkomen van het nu. Dat gaat steeds vaker goed. Soms word ik echter in een tijdmachine geflikkerd. Dan zie ik het verleden, dan zie ik hoelang ik me al een weg vecht door paniek, angst, pijn, depressie. Of de toekomst, waarin ik mezelf daar nog steeds mee zie vechten. Erfelijk belast? Check. Gevoelig voor dingen die gebeuren in het leven? Check. Ik heb niet de illusie dat ik hier ooit helemaal vanaf kom. Al moet ik toegeven dat het beter gaat. Het gaat echt beter.

En soms zijn er nog steeds momenten zoals deze. Dat het leven me naar de strot vliegt en ik alleen maar wil vluchten en schreeuwen tegen iedereen die te dichtbij komt. Dat het leven voelt als een soort oorlog, waarin de volgende slag nooit ver weg ligt en alle rust valse schijn is. Waarin ik altijd alert moet zijn, alles een symptoom lijkt van naderende ellende.

En dan wil ik vrij. Heel even vrij van voelen en denken en bestaan. Dood? Nee, niet dood. Gewoon even niet bestaan. Een paar weken slapen of zo. Nee, ik wil niet echt dood. Ik zie de mooie dingen nog. Ik voel alleen zo overweldigend veel angst en verdriet. Alsof er een duistere deken om me heen is gewikkeld die ik niet af kan gooien. Terwijl er een stem klinkt: Het is allemaal jouw schuld.

Die stem maakt het allemaal nog een tandje erger. Ik probeer mezelf namelijk te troosten en uit die bui te slepen, onder die deken vandaan. Maar die stem schreeuwt zo hard en vervaarlijk dat ik elke keer opnieuw kan beginnen. Wie die stem is en waar die vandaan komt, weet ik nooit zo goed. Het lijkt soms een geheel eigen entiteit in mij die de kop opsteekt en vooral vindt dat ik waardeloos ben en alle ellende aan mezelf te danken heb.

Ondanks mezelf, ondanks die stem, zit ik daar voor mijn kledingkast en trek ik dan toch ik mijn sokken aan. Zo begint een normale dag, zo ook die van mij. Een dag die gekomen is, of ik daar nou klaar ben of niet. Waar ik dan toch maar aan begin, in de hoop dat dit weer een dag wordt waarop ik ontsnap aan de dood en voor dit leven kies, dat me misschien plots toch weer bij de lurven grijpt, weg van het duister. Want dat doet het leven wel eens.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik toon graag een persoonlijke blog onder mijn reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.