Binnenwereld: wat zich afspeelt in mijn hoofd

Stapje voor stapje begin ik meer te leren over de wereld in mijn hoofd, mijn binnenwereld. Doordat ik nu een therapeut heb die veel ervaring heeft in het werken met dissociatieve stoornissen, gaat het soms ineens heel snel. Als ik in therapie naar een ander deel switch, dan weet ze precies de juiste vragen te stellen en op de juiste manier te reageren. Ze past haar taalgebruik aan wanneer ik naar een kind-deel floep (Pip is bijvoorbeeld ongeveer 4, dus dat vraagt wel wat aanpassing).

Ik ontdek meer en meer over de interne structuur in mijn hoofd, welke delen in contact met elkaar staan en wie het voor het zeggen heeft. Ik ben zelf heel hard op zoek geweest naar dit soort ‘ervaringsverhalen’, vandaar dat ik heb besloten er een blog aan te wijden. Wanneer ik het over andere delen heb (Pip, B., kleine Sae en grote Sae zijn het meest ‘aanwezig’), heb ik het dus eigenlijk over alters – ik vind dat alleen een lastige term om te gebruiken wanneer ik het over mezelf heb. Ik hoop dat ik het helder heb kunnen uitleggen, maar ik vind het geen probleem om vragen te beantwoorden als die er zijn!

De muur

Om te beginnen heeft mijn hoofd een voorkant en een achterkant – nogal logisch, fysiek gezien heeft iedereen dat natuurlijk, maar ook van binnen is dat bij mij het geval. Als ik ben geswitcht, hebben de andere delen het over “ik wilde naar de voorkant”, bijvoorbeeld. En als een deel in therapie afscheid neemt omdat het gesprek afgerond moet worden, wordt er ook wel eens gezegd “oké, ik ga weer naar de achterkant” (of, ook een optie: “ik ga weer naar binnen”). Ik beeld me de voorkant wel eens in als een soort controlecentrum, of in een wat simpelere metafoor: het stuur van de auto.

Tussen de voorkant en de achterkant zit een muur.

Alleen snap ik nog niet helemaal hoe die muur werkt: soms is ‘ie heel dik, en krijg ik niets mee van wat er gebeurt in de rest van het hoofd. Op dat soort momenten ben ik er stellig van overtuigd dat ik helemaal geen delen heb, geen DS NAO heb, dat ik het allemaal heb verzonnen. Soms voelt het alsof de muur alleen geluid doorlaat, alsof je naar een gesprek in een andere kamer luistert. Dan merk ik alleen dingen die heel hard gezegd worden door andere delen – als Pip blij is omdat ze een puppy of brandweerauto ziet, maar ook als B. de behoefte voelt om te uiten hoe slecht en verrot we zijn, of als kleine Sae constant aan het huilen is.

Maar wat gebeurt er dan in de achterkant? Dat weet ik eigenlijk nog niet zo goed. Laatst was ik in therapie naar Pip geswitcht en stelde mijn therapeut haar wat vragen. Het lijkt alsof Pip het meeste weet van wat er vanbinnen gebeurt. Ze vertelde hoe kleine Sae voor de baby moet zorgen. Alleen kleine Sae kan bij de baby, want die zit ‘ergens apart’. Daarom heb ik – grote Sae – over het algemeen geen last van de baby; ik vergeet meestal dat dat deel bestaat. Nu ik dit schrijf realiseer ik me dat alle delen wel een ‘eigen stukje’ hebben: de kamer van Pip is helemaal geel, maar er is ook een klein gat in de muur waar ze in kan zitten als ze bang is, daar is het helemaal donker.

Ontdekkingen

Het is een vreemde gewaarwording: ik had geen idee van de kleur van Pips kamer toen ik deze blog ging schrijven. Maar ineens wist ik het en voel ik ook met alles dat het zo is. Ik heb het niet bewust bedacht, en als ik probeer de bedenken dat de kamer groen is, dan werkt dat niet. Zo ging het ook toen ik de namen van Pip en B. ‘ontdekte’: ineens voelde ik dat het zo was, maar ik had er geen invloed op. Ik heb lijsten met namen doorgelezen omdat ik de naam van B. echt vreselijk vind, maar het kan niet; ik kan het niet veranderen.

In theorie weet ik dat het belangrijk is om de delen te leren kennen en meer te ontdekken over hoe mijn binnenwereld in elkaar zit – en in theorie wil ik daar ook best in werken… Maar in de praktijk is het eigenlijk hartstikke eng. Ik wil dit niet, ik ben bang dat ik het tóch verzin, dat ik gek word, wat dan ook. Ik vind het ingewikkeld en het maakt me eigenlijk gewoon bang. Gelukkig heb ik mijn therapeut, die me via de mail alvast geruststelt: ze vindt niet dat ik me aanstel en ze is ook niet boos op me. Hopelijk kan ik het op een dag ook geloven en kan de vertrouwensband groeien, ik ben immers pas sinds kort bij haar in behandeling.

Lees ook:

  • Ugh

    Vaak, of eigenlijk meestal, ben ik redelijk tevreden na therapie. Zelfs al zit ik overweldigd door emoties of klem in dissociatie op de fiets terug, dan nog ben ik meestal tevreden met wat we hebben besproken. Er zijn echter sessies…