Bi in het kwadraat

Vandaag was het dan eindelijk zover. Begin dit jaar besloot ik toch eindelijk hulp te zoeken voor mijn somberheids- en angstklachten door naar de huisarts te gaan. Het was een jonge, mannelijke dokter die me aankeek alsof ik een gebroken vogeltje was die uit het nest gevallen was en die zich vervolgens jarenlang onder een bosje had verscholen, uit angst voor alles daarbuiten. Ik nam hem niets kwalijk, want zo voelde ik me ook wel een beetje. Ik werd door hem doorverwezen naar een GGZ praktijkondersteuner. Dit bleek een man te zijn die niets van me snapte. “Maar wáárom ben je dan angstig? Wáárom voel je je somber?” Tja meneer, als ik dat toch eens zou weten… Hij vond het maar verwarrend en dus werd ik gauw doorgestuurd naar een psycholoog. Die vertelde me bij het eerste gesprek dat ik de week daarop met de hoofdbehandelaar moest praten en dat ik dan in het derde gesprek zou horen of ze me konden behandelen en zo ja, op wat voor manier. Dus mocht ik weer meerdere keren mijn levensverhaal op tafel leggen, zowel bij de psychologe als bij de hoofdbehandelaar. “Ja, mijn ouders zijn gescheiden. Nee, het contact met mijn vader verliep niet goed. Ja, ik ben me daarna somber gaan voelen maar inmiddels heb ik dat alles wel achter me gelaten maar alsnog voel ik me…. ehm ja… kut gewoon.” De hoofdbehandelaar was een jonge vrouw, die me met puppy-ogen bestudeerde en uiteindelijk zei “Ik heb wel met je te doen hoor.. al zo lang stemmingsklachten en geen duidelijke oorzaak..” Dankjewel, soms heb ik ook met mezelf te doen maar daarna bedenk ik me dat er vast mensen zijn die zich nog slechter voelen dan ik. Dat ik niet zo egoïstisch moest zijn en maar gewoon door moest ploeteren. Maar schijnbaar verdiende ook ik hulp en dat voelde fijn.

Vandaag was het de dag van het eindgesprek. Ik zou eindelijk iets meer duidelijkheid hebben, hoopte ik, en ook een iets concreter plan van aanpak. Maar het label “depressie” had ik mezelf jaren geleden al gegeven, dus dat was mijn enige houvast. Ik was depressief, nu nog een behandeling en dan zou het allemaal wel weer goed komen. De laatste weken was mijn angst dusdanig gedaald dat ik dit label weer iets meer los had gelaten. Het ging vaak samen met depressie en kwam dan bovendrijven bij extreme gebeurtenissen. Mijn leven is niet echt extreem meer, alles kabbelt voort en ik ben weer mijn eigen, niet zo angstige maar wel depressieve zelf. Dacht ik. Mijn psychologe keek me aan en vroeg of ik zenuwachtig was voor vandaag. “Een beetje wel”, zei ik, terwijl ik met mijn haar speelde. Vervolgens zei ze waar ik al een beetje bang voor was; ik werd weer doorverwezen. Het voelde als een stomp in mijn maag omdat dit betekende dat ik wéér moest gaan wachten, maar ik was het wachten beu. Maar toen deed ze nog iets veel ergers: ze pakte mijn label af. Het label waarvan ik zei dat het mij niet definieerde maar dat wel een groot deel van me was geworden. Het had me in de jaren opgeslokt en uitgespuugd, maar was wel altijd daar gebleven. Wie ben ik, als ik niet depressief ben? Het begon aan me te knagen.

“Onze voorlopige diagnose is een mogelijke bipolaire stemmingsstoornis of een hormonale ontregeling. Een psychiater in het ziekenhuis kan hier beter een inschatting van maken, dus word je doorverwezen naar de PAAZ.” Ik kende bipolariteit wel, maar had mezelf er nooit echt helemaal in herkend. “Maar ik ben nooit echt heel impulsief, ik word ook nooit heel kwaad. Dus ik zie mezelf niet echt als bipolair, mompelde ik terwijl ik uit het raam keek. De zon scheen en mensen waren buiten aan het roken. “Er zijn verschillende types bipolariteit, daarbij ben je heel introvert waardoor de manische periode bij jou misschien wat minder zichtbaar is. Wanneer jij opeens een stuk drukker bent en heel erg vrolijk, is dat voor jou al een uiterste, snap je?” Ik snapte het. Sommige dagen voelde het alsof ik high was, alsof de wereld me plots toelachte en ik alles zou kunnen bereiken wat ik wilde. Ik zag deze dagen slechts als cadeautjes van het universum, om de zwarte dagen wat draaglijker te maken. Nu blijken het gewoon onderdelen van het gehele pakketje te zijn.

Ook al is nog vrijwel niets zeker totdat een psychiater zich erin gemengd heeft, het label depressie zal ik niet opgeplakt krijgen. Daarvoor zijn mijn pieken te hoog en mijn dalen te donker. Depressie zou moeten zweven tussen de 3 en de 5, zei mijn psychologe, wanneer je het leven een cijfer geeft. Ik gaf mijn dagen steeds tussen de 2 en de 9. Nu mag ik weer vijf weken door ploeteren, totdat ik terecht kan in het ziekenhuis. Dit keer is het echter wel ploeteren met een duidelijk vooruitzicht. Na zoveel doorverwijzingen, moet dit haast wel het eindstation zijn, vertel ik mezelf tenminste. En misschien eindig ik dan met het label bipolair… Alsof ik nog niet bi genoeg was.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge