fotos

“Ben je hier dik?”

“Ben je hier dik?” vraagt Peut me. We kijken naar oude foto’s uit mijn kinder- en puberteit, voor ons ligt een foto uit de brugklas. Ik weet het niet of ik hier dik ben. Ik voelde me daar heel erg dik, leeftijdsgenootjes bevestigden dat ook. In gedachten voel ik me weer twaalf worden. Heel erg onzeker en moeite aan het doen om mezelf staande te houden op een grote middelbare school.

“Ben je hier dik?” vraagt ze nog een keer. Ik besef dat ik nog steeds geen antwoord heb gegeven. Ja, ik zie daar vetjes, ik zie wat vet op de bovenarmen, ik weet dat er een buikje onder het jaren ’90 shirt zit. Dus ja, ik ben dik, want als twaalfjarige hoor je geen buikje te hebben. Dan hoort dat helemaal strak te zijn. Maar dat is niet het antwoord wat ze wil horen, ze wil een nee krijgen.

Ik wil ja zeggen, zij zegt nee

Het lijkt wel een discussie om wie er gelijk heeft. “Kijk eens naar dat meisje tussen al die andere meiden. Val je daar op?” Ja, ik val op, ik heb namelijk serieus het slechtste kapsel van het hele groepje, maar goed. Ik heb een brilletje, die zijn in de brugklas ook vrij zeldzaam en ik heb geen beugeltje, ook redelijk zeldzaam. Ik heb heel donker haar en een achterlijke pet op mijn hoofd gezet.

Weer kijk ik naar de foto. Als ik op mezelf inzoom zie ik inderdaad wat vet op de armen en benen zitten. Ik ben nooit zo’n spillebeen geweest, altijd lang en stevig. Ook al was ik een jaar jonger dan de hele groep, ik bleef altijd een van de langsten van de klas. Ook een van de stevigsten, zeker op de basisschool. Daar werd ik ook nog wel eens uitgescholden voor dikzak, vetzak, zeug, olifant of nijlpaard. Mijn moeder moest altijd even zuchten als ik weer eens uit mijn kleren gegroeid was, waarschijnlijk in de lengte, maar voor mij een bevestiging dat ik te dik was.

Ik kijk naar de andere meisjes op de foto

Ik zie net zulke onzekere blikken. Ik zie hier en daar wat beginnende vrouwelijke vormen, net zoals bij mij. Miniborstjes die zichtbaar worden. Maar ik zie niet dat ik heel veel dikker ben dan de rest. Eigenlijk heb ik soort van hetzelfde figuur, als ik heel eerlijk ben. Ik sta stevig op de benen, dat wel, ik ben lang, maar niet dik.

Maar waarom voel ik me dan al vanaf kinds af aan een tientonner? Waarom wilde ik op mijn twaalfde al op dieet? Waarom durfde ik bij de hockey niet op het veld te spelen, maar stond ik in het doel, omdat ik mezelf te dik en te sloom vond om gewoon te hockeyen? Waarom zonderde ik me van iedereen af omdat ik lelijk en raar was? En waarom vind ik dat nog steeds zo?

Ik heb het antwoord niet

Of in ieder geval vandaag niet. Ik voel enkel verdriet en boosheid. Hetzelfde verdriet en dezelfde boosheid die ik toen probeerde weg te eten. Toch was ik niet dik in de brugklas, dat kwam pas een paar jaar later in de bovenbouw van de havo. Daar is het eten compleet uit de hand gelopen en ging ik in krap vier jaar van een schattige maat 38-40 op mijn vijftiende naar 50-52 op mijn negentiende. Ik kon letterlijk niet meer ophouden met eten, zelfs de afvalbakken in het fastfood restaurant van mijn bijbaantje waren niet meer veilig.

“Ben je nou dik hier?” Ik geef toe. Nee, ik geloof dat ik op die foto niet dik was. Denk ik. Misschien. “Je was een prachtig meisje! Kijk dat gezichtje, dat donkere haar!” Ik geloof Peut niet. Wat een onzin. Ik was dan misschien niet dik, ik was in ieder geval niet mooi. Ik wil eigenlijk gaan ‘ja-maren’ en eindeloos in discussie met haar gaan, maar ze staat het niet toe. De ja-maar discussie gaat verder in mijn hoofd. “Ik weet dat je het niet gelooft, maar je was een mooi meisje met een normaal lichaam.”

Pff… Eindelijk is het tijd

Ik kan al die vreselijke foto’s weer in mijn tas doen en terug in de krochten van mijn boekenkast begraven. Weggooien gaat me te ver. Als ik weg ga, voel ik me weer die onzekere puber van toen. Verdrietig, boos en ik wil eigenlijk weer doen wat ik altijd heb gedaan en zo bekend is: eten tot het pijn doet. Na een rondje supermarkt waar ik eigenlijk alle ingrediënten in huis haal om te vreten, ruim ik de boodschappen op en de behoefte verdwijnt.

Ik kijk om me heen. Ik sta in mijn eigen huis, ik ruim mijn eigen boodschappen op. Ja, er zit een doos ijsjes in mijn tas, maar ook een zak spinazie en diepvriesmango. Ik hoef dat gevoel niet meer te verbergen, want dat mag in dit huis. Hier mag ik me rot voelen. Hier mag ik huilen, hier mag ik boos zijn, hier mag dat allemaal, zonder dat iemand me raar vindt.

Lees ook:

  • spiegel in hand

    Lachspiegels. HAHA.Wellicht ken je het nog vanuit je kindertijd. Ik wel. Ik vond het namelijk bijzonder intrigerend dat een dergelijke spiegel mijn fysieke uiterlijk in één klap kon veranderen. Ik werd helemaal in beslag genomen…

  • Tweestrijd

    Eeuwige strijd Het leven met een eetstoornis is een hel. Het is een eeuwig uitputtende strijd. Herstellen van een eetstoornis voelt als de Mount Everest beklimmen. Niet dat ik die ooit heb beklommen, maar ik…

  • klaslokaal

    Er komt een mailtje binnen: bestel nu je kaartjes, want ze zijn bijna op. 'Oh? Help? Moet ik dat nu al beslissen?' Angstzweet breekt me uit. Waar het over gaat? Mijn middelbare school (ik deed…

2 reacties

  1. Mooi om te lezen dat de behoefte verdween. En tja, hoewel we dik en dun zouden kunnen uitdrukken in kledingmaten of een BMI, ben ik er steeds meer van overtuigd dat dik of dun toch vooral een gevoel is. Een gevoel waar in onze maatschappij mijns inziens veel en veel te veel aandacht naartoe gaat.
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Verrassing!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Deze site plaatst cookies. Als je doorgaat met je bezoek aan dsmmeisjes.nl ga je akkoord met ons cookiebeleid.