geliefden

Bang voor liefde

“En, wat vinden jullie nou zo leuk aan elkaar?” vraagt de moeder van mijn vriend enthousiast. Verbouwereerd kijk ik haar aan terwijl mijn hersenen overuren draaien om tot een zinnig antwoord te komen. Ik denk dat dit een vrij ongemakkelijke vraag is voor elke 17-jarige die net een halfjaar een relatie heeft, maar voor deze 17-jarige was het voldoende om haar volledig in paniek te laten schieten. Het geven en ontvangen van liefde vind ik namelijk een ingewikkeld iets. 

Houden van beangstigt me. Want hoe meer ik me aan iemand hecht of iemand zich aan mij, hoe meer ruimte er is voor teleurstelling. Teleurstelling, want ik heb dan meer te verliezen – en dat het verlies zal plaatsvinden, daar ga ik eigenlijk vanuit. Ik hink hierbij op twee gedachten; aan de ene kant ben ik oké en de ander niet, aan de andere kant is de ander oké en ik niet. 

Ik ben niet oké, want ik zal de ander teleurstellen en tot last zijn. Deze overtuiging is waarschijnlijk ontstaan doordat er rondom mijn geboorte veel misging in ons gezin. Zo heeft mijn moeder een paar maanden voordat ze zwanger werd van mij een miskraam gehad. Ook overleden haar beide ouders binnen enkele maanden van elkaar toen ze zwanger was van mij. Ten slotte waren de spanningen tussen mijn ouders op dat moment erg hoog opgelopen; zo hoog, dat mijn moeder laatst toegaf dat ze heeft getwijfeld of mijn vader wel toe was aan een tweede kind. Dit alles bij elkaar heeft – begrijpelijk – voor veel verdriet en spanning bij mijn ouders gezorgd, wat ik als baby opgepikt heb. Het lastige is dat een baby niet logisch kan redeneren en alles op zichzelf betrekt, waardoor het idee is ontstaan bij mij dat ik de oorzaak was van alle verdrietige, boze en gespannen gezichten om mij heen. Deze gebeurtenissen in mijn eerste levensjaar hebben de basis gelegd voor het gevoel dat ik een slecht, gevaarlijk persoon ben en giftig voor de mensen om mij heen. 

Tegelijkertijd is de ander ook niet oké, want die persoon kan me verlaten of mijn liefde tegen me gebruiken; dingen die in het verleden helaas vaak genoeg gebeurd zijn. Ik geloof het niet als iemand iets aardigs tegen me zegt, ik ga ervan uit dat er een achterliggende reden voor is. Ik ben bang dat de ander me manipuleert, dat ik naïef ben als ik iemand op z’n woord vertrouw. Met name tijdens de scheiding hebben mijn ouders me vaak teleurgesteld en heb ik me vaak in de steek gelaten gevoeld. Dit heb ik gegeneraliseerd naar iedereen; als zelfs mijn ouders me pijn kunnen doen, waarom zou iemand anders dat dan niet doen? 

Ik had het laatst met mijn therapeut over dat ik merkte dat ik me meer aan hem hechtte en dat ik dit heel ingewikkeld vond. Ik blijf mezelf namelijk voorhouden dat het eenzijdig en tijdelijk is, dat onze relatie nep is en dat ik niks voor hem beteken. Het zijn manieren om me te voorkomen dat ik me hecht aan hem, om mijn gevoel te rationaliseren, om mezelf op een veilige afstand te houden van hem. Opnieuw gaf hij aan dat hij het niet vervelend vond om mij te behandelen, dat hij me mocht en dat hij ons contact ook waardevol vond. En ook al heeft hij dit al meerdere keren gezegd, weer gingen alle alarmbellen bij mij af. Het eerste wat bij me op kwam was ‘hoe kan je dit nou zeggen, het kan niet waar zijn, hij voelt zich vast onder druk gezet omdat ik erover begonnen ben, nou kan hij het tegen me gebruiken’. Ik kreeg eigenlijk de reactie van hem die ik wilde, maar wist niet wat ik er mee moest. Ik wilde het liefst mijn woorden terugnemen en uit de kamer rennen, weg van het gevaar. 

Helaas voor mij is het een belangrijk onderdeel van mijn herstel; hoe meer ik me aan hem hecht, hoe makkelijker het gaat worden om me te hechten aan mensen buiten therapie. Want wat ik over mijn relatie met hem verzin, doe ik ook bij de andere relaties in mijn leven. Zo kan ik nog steeds, na 9 jaar, verrast worden als mijn vriend iets liefs zegt of wil knuffelen. Ik vergeet op de een of andere manier dat dit zo ongeveer dagelijks gebeurt, dat het geen uitzondering is als hij affectie toont. Ik verdraai de realiteit zo dat ik het idee heb dat hij vast zit in deze relatie en nergens heen kan, en dat ik hem lastigval als ik weer eens iets samen wil doen. Ook bij vrienden kan ik blij verrast zijn als zij mij appen om af te spreken of als zij uitspreken dat ze het leuk vinden om me te zien. Zelfs bij familieleden kan ik niet zonder twijfel zeggen dat ze om me geven. 

Maar zoals mijn therapeut laatst zei, misschien moet ik eens gaan accepteren dat ik blijkbaar leuk genoeg ben dat mensen met me om willen gaan. Het zou ook handig zijn als het kwartje zou vallen dat de mensen om me heen anders zijn dan vroeger. Ik wil dit ook heel graag, maar het lukt nog niet helemaal. Ik durf er nog niet volledig op te vertrouwen dat het veilig is om van anderen te houden en om van gehouden te worden. Gelukkig voel ik wel dat ik dit steeds meer begin te geloven. Stapje voor stapje probeer ik mezelf te overtuigen dat er niets mis is met me, dat ik mensen niet tot last ben, dat mensen me niet zomaar zullen verlaten – dat de ander oké is, en ik ook. 

Lees ook:

  • Ik heb geruzied en gesmeekt en gevochten en gehuild. Ik heb het diepste van mijn lege huls laten zien en hoeveel bevestiging iemand er ook in stortte, ik geloofde niet in liefde. Ik geloofde alleen in liefde. Ik heb me…

    Liefde wint.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.