Bang voor de psycholoog

Je leest het goed, ik ben bang voor mijn psycholoog. Bang op meerdere manieren. Alhoewel, misschien ben ik eigenlijk bang voor herhaling van het verleden. Het verleden dat telkens weer opnieuw de spreekkamer vult door slechts de kleinste onbenulligheden. Een blik, een woord of een geluid, slaat me binnen no-time en in één klap doodsangst in.

Ik ben bang dat je naar me kijkt

Hiermee bedoel ik ‘kijken’ in de letterlijke vorm. Het raakt mijn trauma’s. Ik word er zenuwachtig van als je dat doet. Ik voel me kleiner en kleiner worden. Ik wil weten wat je denkt. Je kijkt naar mijn houding en ik voel een rilling. Ik durf me niet meer te verroeren. Wat denk je van me? Vind je mijn houding gek? Kijk je naar de vormen van mijn lichaam? Doe ik iets verkeerd? Ik bevries…

Hij keek altijd uitvoerig naar me. Niet liefdevol, maar beestachtig. Als een roofdier, dat zijn prooi in de gaten houdt. Als iemand die zijn mond aflikt, terwijl hij je van top tot teen in zich opneemt, en niet kan wachten je te verslinden. Als ik hem vroeg “Wil je hier alsjeblieft mee stoppen?” was het antwoord “Ik mag naar je kijken wanneer ik dat wil en zolang als ik dat wil.” Het voelde alsof ik van hem was en hij mocht doen wat hij wilde, omdat hij nou eenmaal recht had op mij.

Een ander deed hetzelfde. Kijken naar hoe ik dingen deed, hopend dat er iets mis zou gaan en hij tegen me kon schreeuwen of me belachelijk kon maken. Hij staarde me aan, leunend tegen het aanrecht, met een glimlach op zijn gezicht. Gek genoeg ging er dan vaak daadwerkelijk iets mis. Puur van de zenuwen liet ik kopjes vallen, zette ik koffie zonder koffiepads, of deed ik het klepje van het koffieautomaat niet dicht, waardoor het water langs het apparaat stroomde.

Ik ben bang dat je me ziet

Hiermee bedoel ik ‘zien’ in de niet-letterlijke vorm. Ik ben bang dat je op zoek bent naar mijn binnenkant. Ik ben bang dat je komt, daar waar je me kan raken. Ik laat je niet binnen, maar jij hebt skills. Jouw lieve ogen branden. Ik krijg het benauwd. Ik wil kilometers afstand creëren, maar jij komt toch dichtbij. Je stelt me vragen en ik bedenk me, vóórdat ik antwoord geef, al jouw vervolgvraag. Ik besluit te zwijgen. Slimmerd, ik trap hier écht niet in.

Door degene die mij het meest gezien zou moeten hebben, werd ik niet gezien. Ik ging langzaam kapot en welke capriolen ik ook uithaalde, het maakte geen verschil. Het was soms net alsof ik niet bestond. Alsof ik recht tegenover je stond en schreeuwde “Help!” en jij mij niet zag of niet wilde zien. Het was makkelijker als ik er niet was. Mijn gevoelens waren onbelangrijk. Jij had al genoeg aan de jouwe. Ik was gekwetst, maar verstopte het. Ik verstopte het toen en dat doe ik nog steeds.

Er is niets gevaarlijker dan kwetsbaarheid, want vrijwel iedereen die er een glimp van kreeg, dook er bovenop. Ze zagen kwetsbaarheid als zwakte. Je kon mij gemakkelijk om je vinger winden en voor de gek houden. Je kon mij mishandelen en ik bleef bij je. Ik was een doelwit, omdat mijn wonden open lagen, zichtbaar voor iedereen. Ik zal wel pech hebben gehad, want mensen met goede intenties waren nooit dichtbij, maar gevaarlijke mensen lagen constant op de loer.

Ik ben bang dat je me opgeeft

Wat áls ik je zou laten zien, wat er bij mij van binnen speelt? Zou je wegrennen? Zou je er ongemakkelijk van worden? Zou je nog weten wat je zou moeten doen? Zou je mij af- of doorverwijzen? Ik durf niet en hou alles in. Ik glimlach naar je. Bij aandringen laat ik soms een topje van de ijsberg los, maar heb vaak achteraf direct al spijt. Ben ik te veel? Ik maak een plan. De volgende keer, dan zeg ik niets. Ik compenseer al, wijs me alsjeblieft niet af. Het valt allemaal best mee.

Van de ene naar de andere hulpverlener, elke keer als ik bijna openbrak. Het duurde soms een jaar, voordat ik de moed bij elkaar verzamelt om trillend en schoorvoetend een stapje naar voren te doen. Maar bij elke stap naar voren, deden zij er één naar achter. Ik voelde paniek bij hulpverleners. “Sorry, maar we zijn niet gespecialiseerd genoeg. We gaan je doorverwijzen.” En dat, terwijl ik er zó lang over had gedaan om het vertrouwen te krijgen dat ik wél mocht praten, dat ik er echt mocht zijn en zij niet zomaar weg zouden gaan.

Ik ben bang dat je om zal slaan

Denk maar niet dat ik niet zie dat je een masker draagt. Het masker van een hulpverlener, waarachter een mens verscholen ligt. Een mens in alle staten. Ik ben bang dat als ik praat er iets vreselijks gebeurt. Praten laat mensen veranderen in monsters. Ik doe het niet meer. Je lokt me uit de tent met snoepjes, maar je zal het me betaald zetten. Ik hou mijn kaken stijf op elkaar.

Hij veranderde ook, toen ik ons geheim vertelde. Ik had niet verwacht dat hij zo boos zou worden, maar ik had me vergist blijkbaar. Ik vergiste me wel vaker. “Wil je dit of wil je dat?” Ik werd bang voor het maken van een keuze. Het klonk altijd onschuldig, maar dat was het nooit. En als ik koos, dan waren de consequenties voor mij. Het was mijn schuld dat hij veranderde in een monster. Het was mijn stem, die ervoor zorgde dat hij omsloeg als donderslag bij heldere hemel.

Een ander veranderde ook. Alles was oké, leek oké, totdat hij me verraste met een nieuwe wending en ik van schrik niet reageren kon. Hij was zó anders dan ik dacht. Ik hield van hem, maar hij veranderde in iets, wat me haast mijn leven heeft gekost. Ik ben altijd bang geweest dat ik vervloekt was. Had ik hem zo veranderd? Had ik haat van zijn liefde gemaakt? Nu weet ik dat hij een masker droeg om een doel te bereiken. Het is hem gelukt, maar ik trap hier nooit meer in.

Ik ben gewoon bang

En tóch neem ik elke week de bus naar mijn psycholoog, zit ik trillend in de wachtkamer, loop ik met knikkende knieën naar binnen, en zit ik tegenover haar. Ik spreek voorzichtig een paar woorden uit, terwijl ik in de gaten hou, hoe zij vervolgens reageert. Ik verwacht telkens dat ze om zal slaan, maar ze blijft maar glimlachen en vol geduld. Ik probeer zo nu en dan een glimlach terug en voel hoe haar ogen me van binnen raken. Ze blijven lief, haar stem blijft zacht…

Ik ben bang, maar geloof dat ik je toch vertrouwen kan.

7 Comments

  1. Sae

    Jeetje, wat heb je dit ontzettend mooi besproken. Ik herken het heel erg en vooral wat je schrijft in de laatste zinnen: hoe het voelt als je voorzichtig terugkijkt of terug glimlacht en hoe je dan die oprechtheid voelt in haar blik. Ik voelde dat ontzettend bij mijn vorige therapeute en het wist me keer op keer te raken hoe ik in haar ogen de oprechtheid zag… Doodeng, maar uiteindelijk gaf het me ook iets van houvast en vertrouwen.

    Ik hoop voor je dat de angst uiteindelijk iets minder zal worden, maar gezien wat je beschrijft is het heel begrijpelijk dat je je zo voelt!

  2. lianne

    Zo herkenbaar die angst! Ik heb bij deze therapeut ook het gevoel dat ze op alle mogelijke manieren mijn muur probeert te breken, waar andere therapeuten na 1 poging afhaakte houdt zij vol… en dat is eng heel eng. Want ik zie ergens dat het er lukt

  3. Sine

    In therapie ben je vaak op je kwetsbaarst. Dat is het vereiste voor verandering, maar is ook beangstigend. Je hebt het prachtig verwoord. Is het een idee deze tekst aan je psycholoog voor te lezen? Ik heb dat in mijn therapieën vaker gedaan als ik bang was.

  4. Wat is dat toch hé? Die therapeuten die opeens vinden dat ze niet genoeg ervaringen hebben voor jou probleem, dat het te zwaar is voor hun, en voor mij dan??? Heb ik wel eens gevraagd. Toen wrong ze zich in allerlei bochten, het was beter voor mij, om verder te gaan kijken, volgens haar. ….. onzin!!

    Nu heb ik een coach, bij haar kan ik me niet verstoppen, ze zie het meteen. Ze is best streng, en noemt het beestje bij zijn naam.
    Breekt niet zelf mijn muur af, maar heeft me gevraagd of ik toelaat dat zij mij helpt die muur af te breken.

    Dood eng, maar zoveel respect geeft net zoveel vertrouwen, wat ook weer eng is …………. nou ja, je snapt het wel.

  5. Het heeft mij grofweg 2,5 jaar therapie gekost voor ik het durfde te vertellen aan mijn therapeut, precies waar je over blogt. En nog steeds, na vier jaar is het regelmatig onderwerp van gesprek, mijn angst voor wat zij van me vindt/denkt etc. De angst voor afwijzing, de angst dat ze me een aansteller vindt, de angst dat ze me niet kan helpen, gewoon, alle angst. Dat zijn de moeilijkste en ingewikkeldste gesprekken, maar ik leer er enorm veel van!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.