Bang in het vliegtuig

Ik ga een aantal dagen op vakantie. Even er tussen uit om te genieten van de zon en te ontspannen na deze heftige periode. Ik stap net het vliegtuig in en ga zitten op mijn toegewezen stoel. Ik heb gekozen voor een stoel naast het gangpad, zodat ik de meeste ruimte en ‘ademvrijheid’ heb. De laatste keer dat ik vloog zat ik in het midden. Dit vond ik niet prettig, omdat ik veel paniekaanvallen kreeg door de ‘benauwde ruimte’. Een boos stemmetje in mijn hoofd schreeuwt dat ik een zwak persoon ben, omdat ik dat niet aandurf of aankan. Al die mensen die wel bij het raam of in het midden zitten kunnen en durven dat toch ook?! Is het zwak of slap dat ik hiervoor kies? Is dit vermijding? Nu het vliegtuig bijna gaat vertrekken raak ik in paniek. Ik krijg bijna geen lucht en ik merk dat het ademen lastig gaat. Ik voel dat mijn hartslag flink te keer gaat. Raak ik in paniek? Wat denken al die mensen wel niet van mij? Zien ze wat aan mij? Kan ik dit wel aan? Stik ik? Ga ik dood? Mijn gezonde volwassene probeert helpende gedachten te bedenken. Lieke, je hebt een paniekaanval, deze heb je vaker gehad en ook die heb je overleeft. Probeer op je ademhaling te letten, 3 tellen in en 6 tellen uit. Er is geen gevaar, je raakt in paniek door de spanning die je ervaart van het alleen vliegen. Zo’n paniekaanval gaat vanzelf weer over. Ondertussen probeer ik mijn vooraf gedownloade film op Netflix erbij te pakken, zodat ik wat afleiding heb.

Ik merk dat ik mij niet goed kan focussen op de film, omdat mijn gedachtes maar doorrazen. Ik ben nog steeds erg bang, maar de boosheid heeft de overhand. Een gezond deel van mij, ook wel mijn gezonde volwassene genoemd, vindt het juist heel sterk dat ik deze stap heb genomen. Überhaupt knap, omdat het de eerste keer is dat ik echt alleen vlieg. Een klein, kwetsbaar meisje in mij verstopt zich in een klein hoekje. Kleine Lieke wil zich niet laten zien, omdat zij zich schaamt. Ze vindt het alleen vliegen heel eng en durfde dit eigenlijk helemaal niet. Een veeleisend stemmetje schreeuwt dat ik dit moet kunnen, anderen kunnen dit namelijk ook. Kleine Lieke is verdrietig en huilt. Ze voelt zich ook heel eenzaam, omdat niemand voor haar kan zorgen. Hoe zichtbaarder het verdriet wordt van kleine Lieke, des te groter en bozer wordt het ‘veeleisende en straffende’ deel in mij (ook wel veeleisende en straffende ouder genoemd). Ze wordt boos op het kwetsbare kind (kleine Lieke) en gaat heel hard schreeuwen en slaat haar zelfs. Het kleine kwetsbare meisje wordt nog verdrietiger en maakt zich nog kleiner. Het kwetsbare kind probeert de gevoelens weg te stoppen. Ze is tenslotte net aangesproken door het boze, veeleisende en straffende stemmetje. Ze moet sterk zijn; zij kan dit. Mijn gezonde ouder wil het kleine kwetsbare meisje troosten, maar vindt het op dit moment te pijnlijk om het kleine kwetsbare meisje te zien. Ze weet dat het heel terecht is dat het kleine meisje bang was, omdat dit ook een hele grote stap is. Haar emoties mogen er zijn én het is niet terecht dat de veeleisende en straffende ouder boos op haar worden. Het helpt haar veel meer door aan te geven dat het hartstikke knap van haar is dat ze alleen vliegt en voor deze stap heeft gekozen. Echter komt dit niet bij het kleine kwetsbare meisje binnen, omdat de gezonde ouder het meisje niet durft aan te kijken. Het is te confronterend, te pijnlijk. De gezonde ouder is op dit moment nog niet groot en krachtig genoeg om de boze, veeleisende en straffende ouder weg te sturen en het kwetsbare meisje te troosten. Ik hoop dat mijn gezonde volwassene sterker en groter wordt, als ik bewust stil sta bij deze ruzies in mijn hoofd. Dit was namelijk weer zo’n ruzie.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.