jongeren van achter bezien

Angst om niet te mogen bestaan

Ik wil het graag hebben over onzekerheid en angst in contact met andere mensen. Het begon bij mij al op de basisschool in groep acht. Als ik op de gang een leerkracht aankeek (zonder bijbedoeling), was ik bang dat die leerkracht vond dat ik haar te lang aankeek. Daar kon ik echt een tijdje door van slag zijn, ook omdat ik ervan overtuigd was dat ze boos op mij zou zijn. Daardoor probeerde ik mensen zo min mogelijk aan te kijken.

Ik dacht ook een keer dat een leerkracht mij riep en ik reageerde daarop. Achteraf bleek dat zij iemand anders riep. Daar kon ik mij heel onzeker en een beetje angstig door voelen. Ik was namelijk bang dat ze vond dat ik te veel ruimte innam.

Op het voortgezet onderwijs vertelde ik mijn toenmalige mentor over mijn problemen in een één-op-één gesprek. Met als gevolg dat ik mijn mentor niet meer aan durfde te kijken tijdens de reguliere lessen als wij het lokaal binnen kwamen. Ik was namelijk bang dat hij vond dat ik negatieve aandacht trok en boos op mij zou worden.

En ik liep een keer door de gang en kwam mijn mentor van de eerste klas tegen. Ik zei haar gedag, maar ze zei geen gedag terug. Ze glimlachte overigens wel. Toch had ik daardoor het idee dat ze wilde dat ik niet zou bestaan.

Zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen. Soms stuurde ik bijvoorbeeld mailtjes naar iemand die mij dierbaar was. In mijn ogen moest het mailtje perfect zijn, zodat diegene mij geen negatieve aandachttrekker zou vinden en mij niet zou verlaten. Het mailtje moest grammaticaal en qua spelling foutloos zijn. Ook mocht het mailtje niet te lang zijn. Daarbij moest mijn mailtje wel een bepaalde openheid hebben. Toch moest het mailtje grotendeels over positieve dingen gaan en een klein stukje over hoe het echt met mij ging…. Maar wel op een afstandelijke en nuchtere manier geschreven. Met veel angst verstuurde ik hem dan. Na een tijdje kreeg ik een mailtje terug van die persoon. Ik was dan zo bang dat mijn moeder hem eerst moest lezen. Uiteindelijk heb ik nooit negatieve reacties gehad van die persoon.

Soms stuurde ik ook mailtjes naar anderen, wat ik spannend vond. Dan liet ik de mailtjes eerst aan anderen lezen. Als iedereen het mailtje goed vond, stuurde ik hem op. Ik was doodsbang voor afwijzing, wat ik in mijn ogen niet aan zou kunnen. Achteraf gezien kan ik er nu deels anders naar kijken.

Uiteindelijk gaat het over het wel of niet mogen bestaan… van mezelf. Alleen dat had ik gevoelsmatig nog niet echt door. Het gaat dus ook meer over of ik mezelf wel of niet afwijs, in plaats van dat anderen mij zullen afwijzen. Ook al zou ik een fout maken of iemand mij een aandachttrekker vinden… Dan gaat het er alsnog om of ik van mezelf fouten mag maken. Ook al zou mijn doemscenario uitkomen en wil iemand geen contact meer met mij, dan nog mag ik mij er rot om voelen en verdrietig om zijn. Dat betekent niet dat ik niet meer mag bestaan.

Zowel jij als ik hebben het recht om te leven. Ook al zou iemand boos zijn op ons. Met de die persoon kan het ook weer goed komen. Het is belangrijk om een bepaald vertrouwen in de ander en jezelf te ontwikkelen. Dat gaat alleen niet 1, 2, 3. Dus ik heb als tip gekregen om het rustig aan te doen. Wel kan het zo zijn, dat het soms tóch niet goed komt met een persoon. Dat betekent dan niet, dat we onszelf op wat voor manier dan ook moeten straffen en er niet mogen zijn. We mogen genieten van het leven, fouten maken, onszelf aardig vinden, verdrietig zijn, enzovoort. Vaak zitten er onder de overtuiging dat we er niet mogen zijn andere emoties. Bij mij in in ieder geval verdriet, wat ik maskeer met angst.

Mensen vertelden mij dat ik zoveel meer aan kan dan ik denk. En beetje bij beetje begin ik het te voelen. Ik probeer compassie naar mezelf te hebben, als ik merk dat handvatten toepassen even niet zo lukt. Vaak werkt de acceptatie, waardoor ik juist op termijn meer ruimte ervaar om door te groeien en het beter lukt om tips toe te passen.