meisje met veel rook

Alsof er een bom ontplofte

Net voor de kerst kreeg ik van mijn ambulant begeleidster een ‘bom’ in handen gedrukt. Ik had haar in de dagen daarvoor een mail gestuurd waarin ik aangaf te twijfelen aan haar hulp. Toen ze die maandag bij me kwam had ze dus een ‘bom’ bij zich. Ze vond mijn casus wel erg pittig moeilijk, en zwaar. Ze vond me wel erg wantrouwig naar hulpverleners toe. Ik voelde me stout, omdat ik twijfelde aan haar. Ik kon haar niet zomaar vertrouwen, dus er was echt iets goed mis met mij. Help, ik ben lastig, ik ben moeilijk, ik ben een probleemgeval! Dat raakte aan een stukje hele jonge Ina en deed ergens diep vanbinnen veel pijn.

Maar dat was nog niet de ‘bom’, er kwam nog meer. Ze vond dat ik meer hulp moest hebben naast de gesprekken die ik had met mijn psycholoog. Ik moest klinische SGGZ-zorg hebben… BOEM, daar plofte de bom midden in mijn gezicht. Dit had ik niet zien aan komen. Ik hoorde het woordje ‘speciaal’. Nee, niet weer! riep een hele jonge Ina in mij. Ik wil niet weer ‘speciaal’ zijn. Deze manier van speciaal zijn is niet fijn, niet goed en niet leuk. Speciaal zijn doet heel veel pijn en dat wil ik niet weer! 

Als jong kind ben ik naar speciaal onderwijs gestuurd, omdat ik op de lagere school intens bang was voor mijn juf. Ze had het altijd op mij gemunt. Wat ik ook deed, wat ik ook zei, het was fout. Totdat ze het voor elkaar kreeg en ik naar speciaal onderwijs moest. Niets speciaals aan hoor, ik werd ineens als gek bestempeld, gepest en gekleineerd door kinderen en hun ouders uit de buurt en van mijn oude school. Ineens was ik gek en mochten kinderen niet meer met me spelen, want ik ging naar een ‘gekkenschool’. Dit alles kwam met een noodgang weer boven. Ik voelde me zo intens bang. Ik voelde me niet goed genoeg, ik voelde me dom en minderwaardig. Met kerst kreeg ik geen vrede, maar een ‘bom’ die me zo terugbracht naar mijn kinderjaren. Ik voelde me op mijn hoede. Wat zou er nog meer gaan gebeuren?

Ik heb begin januari voorzichtig geprobeerd uit te leggen wat haar opmerking met mij had gedaan. Maar ik kreeg geen verbinding met haar, ze gaf aan dat ze de ‘bom’ verkeerd getimed had. En dat ze het niet verkeerd bedoelde maar dat ze mijn reactie op haar overdreven en heftig vond. Dat voelde als zout in een open wond. Ik dacht: je begrijpt me niet, je snapt niet hoeveel oud zeer er in een keer los getrokken is, je weet maar een fractie van wat ik heb meegemaakt en hoeveel pijn en littekens dat heeft veroorzaakt. Dat komt omdat je niet de moeite hebt genomen om mij eerst te leren kennen, jij wil alleen de Ina van nu en niet de Ina van toen. Dat kan niet; we horen bij elkaar, we zijn niet te scheiden.

Ik ben blijkbaar een moeilijk geval. Ja, ik weet dat zegt dat ze dat niet vindt, maar zo is het wel overgekomen, zo voel ik dat. Dit is wat mijn hoofd doet in zulke situaties. Nee, ze wijst me niet af, ze laat me niet in de steek. Dat zegt ze, maar ik denk: bewijs het maar. Het kind in mij is bang en op haar hoede, ze zit murw geslagen in elkaar gedoken in een hoekje en kijkt afwachtend af wat er over haar lot beslist wordt. 

In de overlevingsstand ben ik de afgelopen weken doorgegaan, passief en afwachtend. Ik stond open voor de klinische SGGZ, dat moest toch? Dat werd toch van me verwacht? Dat was ik volgens de ambulant hulpverleenster nodig had. Ik wilde luisteren, want anders was de kans groot dat ze teleurgesteld was in mij, zoals mijn moeder vroeger in mij teleurgesteld was als ik niet deed wat zij wilde.

Tot mijn psycholoog twee weken geleden zei: “Die ‘S’ van SGGZ betekent niet dat de mensen die daarheen gaan speciaal zijn. Zoals vroeger toen je naar speciaal onderwijs moest.” Nee, niet de mensen maar de hulpverleners zijn daar ‘speciaal’, omdat ze iets meer geleerd hebben. Dat raakte iets, maakte iets los vanbinnen, de rook van de bom begon iets op te trekken. Het is nu niet hetzelfde als toen. De psycholoog zei: “Jij bent nu de baas, jij beslist wat je gaat doen. Je bent nu volwassen, er moet niets wat jij niet wil of niet fijn vindt.” Oh ja dacht ik, ik ben volwassen, ik mag zelf beslissen wat ik wil.  

Al die weken heb ik in het hoekje gezeten, versuft, verdoofd en verslagen. Het afgelopen weekend stopten mijn oren met fluiten van de bom die te dichtbij mijn oren ontplofte. De rook is weg, ik heb weer zicht. Ik ben niet meer dat kind van toen, ik ben volwassen. Het passieve kind van de afgelopen weken was een geschrokken en onzekere volwassenen die wakker is geworden.

Ik heb ik besloten om niet naar de klinische SGGZ te gaan. Het past niet bij mij, ik wil het niet. Wel ga ik met mijn psycholoog kijken of we andere extra hulp kunnen vinden voor mijn hechtingsprobleem. Waar ik me veilig en prettig voel. Ik wil naast de hulp voor mijn hechtingsprobleem ook hulp om eindelijk de zin van het leven te kunnen voelen. Ik wil na bijna 47 jaar wel eens ontdekken waarom ik leef, wat het doel is van mijn leven. Hoe kan ik iets van mijn leven maken, wat zijn mijn talenten en hoe kan ik die inzetten, hoe kan ik voor het eerst in mijn leven in mezelf gaan geloven? Ik wil eraan werken om me op een positieve manier ‘speciaal’ te kunnen gaan voelen! Misschien kost het me nog wel tien jaar, maar ooit gaat het me lukken! 

Lees ook:

  • goodbye

    Grote veranderingen zijn moeilijk, maar wat als er een onverwachte wending komt? Chaos. Alles om mij heen is hetzelfde maar in mijn hoofd storten de muren in. De behandeling waar ik lang op wachtte, voelde in mijn kern niet goed.…

lees meer

2 reacties

  1. De kracht van woorden. En ook de kracht van duidelijkheid. Volgens mij had hier veel ellende voorkomen kunnen worden. En inderdaad, je mag je eigen keuzes maken. Heel goed dat je dat ook doet!
    Lees een van mijn persoonlijke blogs: Afkicken

  2. Ina, je komt er. Blijf goed aangegeven wat je zelf wilt en zeker niet wilt. Volwassenen worden is zo’n ding bij onveilige hechting… Het laatste gesprek nog niet zo lang geleden bij mijn therapeute zei ik tegen haar dat ik eindelijk volwassenen wil worden, zij keek mij warm en begripvol aan en zei op een heel rustige toon “doe het nu niet, maar leer het kind in je te accepteren en te koesteren”, dit is ook volwassenen worden, omarmen en accepteren wie je bent. Maak van jouw gekwetste en gevoelige kant je sterke kant, want dat is wie jij/wij (onveilig gehechten) zijn.

    Ik ben bijna 53, hechtingsproblematiek met alles wat erbij hoort, angsten tot paniek, heel onzeker, verlatingsangst, somberheid, depressie, vluchtgedrag, maar het is redelijk onder controle. Het zal altijd bij mij horen, soms heel vervelend, maar het is te doen. Het maakt me wie ik ben, een lief sterk meisje in het lichaam van volwassen vrouw, die ontzettend veel kan genieten van kleine dingen.

    Liefs Kerstin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ik wil linken naar een blog van mijn eigen website:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.