Schematherapie

Wat is schematherapie

Ga direct naar:

Een vorm van psychotherapie is schematherapie. Kort gezegd is schematherapie een vorm van therapie die je meer inzicht geeft in je eigen denk- en gedragspatronen. Veel mensen die met schematherapie beginnen, zijn op een bepaalde manier vastgelopen in hun leven of hun functioneren, en zitten in ingesleten denk- en gedragspatronen. Het wordt ook vaak toegepast bij persoonlijkheidsstoornissen als borderline of bij terugkerende depressies.

Schema’s

In de jaren negentig is de schematherapie ontwikkelt door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young. Het viel hem op in zijn praktijk dat veel cliënten vastliepen in sterke, terugkerende patronen. Ze wisten rationeel wel dat het niet handig was, maar bleven in dezelfde valkuilen trappen. Young vatte achttien van die gedragspatronen samen en noemde ze schema’s.

De achttien schema’s die Young onderscheidt zijn:

  1. Verlating: het aanhoudende gevoel dat belangrijke anderen je in de steek zullen laten
  2. Wantrouwen: de verwachting dat anderen je pijn zullen doen of misbruik van je maken
  3. Emotioneel tekort: de verwachting dat anderen niet in je emotionele behoeften zullen voorzien
  4. Tekortschieten/schaamte: het gevoel dat je slecht en minderwaardig bent en/of op belangrijke punten tekortschiet
  5. Sociaal isolement: het gevoel dat je vervreemd bent van de gemeenschap
  6. Afhankelijkheid, incompetentie: de overtuiging dat je niet in staat bent je dagelijkse verantwoordelijkheden na te komen zonder hulp
  7. Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar: de overdreven angst dat er elk moment een ramp kan gebeuren op medisch of emotioneel gebied of van buitenaf, zoals een natuurramp
  8. Onderontwikkeld zelf: een te sterke band met bijvoorbeeld ouders en de overtuiging dat je zonder hen niet zult kunnen overleven
  9. Mislukking: de overtuiging dat je mislukt bent of dat uiteindelijk zult worden
  10. Veeleisendheid/grootsheid: de overtuiging dat je superieur bent aan anderen
  11. Onvoldoende zelfcontrole: problemen met zelfdiscipline
  12. Onderwerping: afstaan van controle aan anderen en je onderwerpen in je behoeften, emoties of allebei, omdat je je daartoe gedwongen voelt
  13. Zelfopoffering: overmatige aandacht voor het tegemoet komen aan anderen en hun behoeften. Het verschil met onderwerping is dat dit min of meer vrijwillig gaat.
  14. Goedkeuring zoeken: grote nadruk op het krijgen van erkenning van anderen en jezelf daar voortdurend op aanpassen.
  15. Negativisme/pessimisme: een allesdoordringende gerichtheid op de negatieve dingen in het leven.
  16. Emotionele inhibitie: het onderdrukken van bepaalde gevoelens (zoals woede), impulsen of behoeften uit angst voor afkeuring of uit schaamte.
  17. Strenge normen/overkritisch zijn: het proberen te voldoen aan zeer strenge, geïnternaliseerde normen voor perfectie.
  18. Bestraffendheid: de overtuiging dat mensen, inclusief, jezelf, streng gestraft moeten worden voor hun fouten.

Schemamodi

Bij de schema’s ontwikkelde Young een lijst met schemamodi, verschillende rollen waar een persoon zich in kan bevinden. Kort samengevat zijn de schemamodi uitvergrote trekken die ieder gezond mens bezit, maar dan in de ongezonde vorm. Een gezond mens heeft alle modi in balans in zich.

Het verschil met schema’s is dat schema’s altijd aanwezig zijn en tegelijk niet altijd zichtbaar, terwijl iemand kan schakelen tussen verschillende schemamodi die duidelijker te herkennen zijn als gedragspatroon.

De schemamodi die Young geformuleerd heeft, zijn als volgt:

  • Kwetsbare kindmodus: voelt zich overstelpt door pijnlijke gevoelens
  • Boze kindmodus: voelt zich boos, beledigd of teleurgesteld omdat niet toegekomen is aan behoefte
  • Razende kindmodus: intense kwaadheid, beschadigender dan modus van het boze kind.
  • Blije kindmodus: voelt zich blij, beschermd en speels
  • Impulsieve kindmodus: handelt op basis van impulsen op een egoïstische of ongecontroleerde manier om zijn zin te krijgen.
  • Ongedisciplineerde kindmodus: kan zich niet dwingen taken af te maken, raakt snel gefrustreerd of verveeld en geeft snel op.
  • Afstandelijke beschermermodus: beschermt zichzelf door behoeften en gevoelens te blokkeren, onthecht zich emotioneel van anderen.
  • Onthechte zelfsussermodus: leidt zichzelf af met zelfsussende activiteiten (middelenmisbruik, werken, slapen, sporten, sekualiteit) ter vermijding van vervelende gevoelens.
  • Willoze inschikkelijkemodus: gedraagt zich passief en onderwerpend, uit geen eigen kernbehoeften of verlangens
  • Zelfverheerlijkermodus: gedraagt zich op een egocentrische manier om zijn zin te krijgen, vertoont superieur of neerbuigend gedrag naar anderen.
  • Pest- en aanvalmodus: kwetst en beheerst anderen of gedraagt zich passief agressief, om te overcompenseren voor of omgaan met misbruik, wantrouwen of tekortkomingen.
  • Veeleisende oudermodus: vindt alleen perfectie goed genoeg, stelt hoge eisen aan zichzelf, kan vinden dat het uiten van gevoelens fout is.
  • Straffende oudermodus: vindt dat hijzelf straf verdient en gedraagt zich hierom beschuldigend, bestraffend of misbruikend naar zichzelf.
  • Gezonde volwassenemodus: is eigenlijk al het bovenstaande in balans. Komt op voor zichzelf maar kan ook geven, gedraagt zich gezond aangepast volwassen en functioneert verantwoordelijk.

Basisbehoeften

De theorie is dat het ontwikkelen van ongezonde schema’s en schemamodi iets met je basisbehoeften te maken heeft. Young koos niet voor niets voor de ouder- en kindordening in de modilijst: hij gelooft dat ze in meer of mindere mate stammen uit problemen in de kindertijd, waarbij de basisbehoeften niet zijn vervuld. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld een verstoorde relatie met hun ouders gehad, zijn juist overdreven beschermend opgevoed, hebben altijd veel druk en eisen opgelegd gekregen of juist helemaal geen. Young onderscheidt vijf basisbehoeften: een veilige band met anderen, onafhankelijkheid en zelfstandigheid, vrijheid om je behoeften en emoties te uiten, spontaniteit en plezier, en duidelijke grenzen.

Vaststellen welke schema’s en schemamodi iemand heeft, wordt gedaan met een vragenlijst. Daarna begint de behandeling. Hoe lang dit duurt, wisselt, maar het is geen kortdurende behandeling. Je kunt uitgaan van minstens een half jaar tot een jaar wekelijks. Schematherapie kan zowel individueel als in groepsverband gegeven worden. Ook de manier waarop verschilt.
De rode draad is dat er wordt gekeken waar deze ingesleten patronen vandaan komen, welke behoefte in het leven ermee wordt vervuld of juist ontkend en hoe dit op een gezondere manier gedaan zou kunnen worden, zodat het schema niet meer nodig is.

Een schema hoeft met de juiste therapie niet iets permanents te zijn. Belangrijk is om inzicht te krijgen in de eigen problemen en waar de schema’s voor gebruikt worden. En dan kan een schema afvlakken tot een gewone karaktertrek. Iemand met het schema hoge eisen zal waarschijnlijk altijd wel kritisch blijven, maar niet meer op het ongezonde af. Iemand met het schema afhankelijkheid/incompetentie zal zich waarschijnlijk altijd af en toe druk blijven maken of hij het wel goed doet, maar leert hiermee om te gaan. En iemand die schematherapie succesvol heeft doorlopen, zal niet meer de hele tijd van het kwetsbare kind naar de straffende ouder en terug schieten. De ingesleten patronen zijn verlegd of verdwenen.

Over dit artikel
Wat is schematherapie > Schema's en modi
Titel
Wat is schematherapie > Schema's en modi
Beschrijving
Schematherapie is een vorm van therapie die je meer inzicht geeft in je eigen denk- en gedragspatronen. Schemamodi zijn verschillende rollen die je als persoon kan aannemen. Iemand die schematherapie succesvol heeft doorlopen, zal niet meer de hele tijd van het kwetsbare kind naar de straffende ouder en terug schieten.
Schrijver
Verschenen op
dsmmeisjes
Logo

Gerelateerde artikelen: