Hechtingstheorie

Hechting bij kinderen

Verreweg de meeste kinderen zijn veilig gehecht. Zij hebben een gezonde emotionele band met hun ouders. Maar bij sommige kinderen is het proces van hechting niet helemaal goed verlopen: zij zijn onveilig gehecht. Onderzoekers onderscheiden vier verschillende soorten van hechting: één veilige en drie onveilige.

Alle kinderen hechten zich aan hun ouders en een paar andere belangrijke volwassenen om hen heen. Maar dat doen ze niet allemaal op dezelfde manier. Grofweg kun je zeggen dat een kind óf veilig óf onveilig gehecht is: het proces van hechting is ‘gelukt’ of niet (helemaal) ‘gelukt’.

Veilig gehecht

Rond hun vierde verjaardag zijn verreweg de meeste kinderen (ongeveer 70 procent) veilig gehecht aan hun ouders. Ze hebben geleerd dat ze erop kunnen vertrouwen dat hun ouders er voor ze zijn als dat nodig is. Als hun hechtingsfiguur weggaat, reageren ze emotioneel. Maar ze maken weer makkelijk contact als hij of zij terugkomt. Een veilig gehecht kind beschouwt de wereld als een ongevaarlijke en harmonieuze plek.

Onveilig gehecht

Ongeveer 30 procent van de kinderen is onveilig gehecht. Daarbij maken ontwikkelingspsychologen een onderscheid in:

  • angstig vermijdende hechting
  • angstig ambivalente hechting
  • gedesoriënteerde hechting

Een extreme vorm van onveilige hechting uit zich in een reactieve hechtingsstoornis.

Angstig vermijdend gehecht

Een kind dat angstig vermijdend gehecht is, gaat emotioneel contact uit de weg. Het maakt hem niet uit of de ouder even weggaat, en hij reageert ook niet echt als de ouder weer terugkomt. Als de ouder hem oppakt, reageert het kind nauwelijks. Hij lijkt lichamelijk contact zelfs af te weren. Als hij valt, zoekt hij geen troost: hij houdt zich groot. Als je er van een afstandje naar kijkt, lijkt het zelfs alsof het kind helemaal niet gehecht is.

Angstig ambivalent gehecht

Zo’n beetje het tegenovergestelde gedrag zie je bij een angstig ambivalent gehecht kind: hij komt nauwelijks aan spelen toe, omdat hij steeds in de gaten houdt of hij niet alleen wordt gelaten. Zijn gedrag is ambivalent: het ene moment is alles in harmonie, maar zijn stemming kan snel omslaan in intens negatief emotioneel gedrag. Ontwikkelingspsychologe Kohnstamm schrijft: “Het waarom van dat omslaan van het ene naar het andere uiterste is soms moeilijk te begrijpen. Een verklaring is dat kinderen uit onveiligheid toch zo ‘close’ mogelijk hangen aan moeder. Maar dat is weer zo omklemmend dat ze zich af en toe heftig losrukken.”

Gedesoriënteerd gehecht

Dit type hechting zie je voornamelijk bij verwaarloosde of misbruikte kinderen. Op sociaal gebied zijn ze volledig in de war. Wie kunnen ze nog vertrouwen en wie niet? Ontwikkelingspycholoog Pont beschrijft: “Ze vertonen zowel vermijdend als ambivalent gedrag en wisselen dat in hoog tempo af. Deze kinderen missen balans. Ze hebben in feite geen hechtingsfiguur en zijn daardoor grenzeloos en onthecht.”

Je hechtingsstijl heeft grote invloed op je relaties gedurende je hele leven.
Lees over hechtingsproblemen bij volwassenen.

Lees meer over de hechtingstheorie in: Ainsworth & Bowlby: Attachement Theory (hechtingstheorie

Over dit artikel
Hechting bij kinderen, veilige en onveilige hechting
Titel
Hechting bij kinderen, veilige en onveilige hechting
Beschrijving
Verreweg de meeste kinderen zijn veilig gehecht. Zij hebben een gezonde emotionele band met hun ouders. Maar bij sommige kinderen is het proces van hechting niet helemaal goed verlopen: zij zijn onveilig gehecht.
Schrijver
Verschenen op
dsmmeisjes
Logo

Gerelateerde artikelen: