Geschiedenis van de psychiatrie : Tijdlijn

Hier ben je:

Deze greep uit de geschiedenis van de psychiatrie is voortdurend onder redactie. Mis je iets of heb je een opmerking? Mail die dan naar dsmmeisjes@gmail.com. 

Vroege geschiedenis van de psychiatrie

Over de tijd van de jagers-verzamelaars en de vroeg-agrarische culturen zijn niet veel gegevens bekend. Aangenomen wordt dat de meeste groepen mensen geloofden in natuurgodsdiensten. Alle goede en slechte dingen werden gezien als manifestaties van bovennatuurlijke krachten, buiten de controle van de mens. Persoonlijkheidsstoornissen werden veroorzaakt door natuurkrachten, kwade geesten en duivels en het ofwel uitverkoren zijn door of ongehoorzaam zijn aan Goden.

Er zijn enkele aanwijzingen dat psychische stoornissen ook werden gezien als een ziekte waarvan je kon genezen.  In deze tijd werd de behandeling gegeven door medicijnmannen en tovenaars, omdat zij kennis hadden over de geheimen van de natuur. Ook bezaten zij grote kennis van kruiden en vergiften, die ook gebruikt werden in de behandeling; hypnose en suggestie speelden ook een rol. De demon moest uit het lichaam verjaagd worden, door het lichaam te slaan, te stompen, uit te hongeren en het kruidenmengsels te geven. Gebedsriten en talismannen werden gebruikt. In het uiterste geval was doorboring van de schedel een mogelijkheid. 

2000 v.Chr.
In de oudheid werden er gaten geboord in de schedel van mensen die zich op een toen abnormaal beschouwde manier gedroegen. Dit heet schedeltrepanatie. Bewijs van trepanatie is gevonden in prehistorische menselijke resten vanaf de neolithische tijd tot de vroegmoderne tijd. Uit grotschilderingen blijkt dat mensen geloofden dat de behandeling epileptische aanvallen, migraine en geestelijke stoornissen zou genezen. De demon zou door dit gat in de schedel kunnen ontsnappen. Nieuwe botgroei bewijst dat een aantal van de behandelde mensen in ieder geval in leven bleven.

1550 v.Chr.
In Ebers’ papyrus, één van de belangrijkste medische papyri van het oude Egypte, werd melding gemaakt van klinische depressie. Het papyrus bestaat uit 110 pagina’s, waarop ruim 700 kwalen worden behandeld. Dat maakt het het grootste papyrus met medische informatie uit het oude Egypte. Het boek is in verschillende hoofdstukken verdeeld, waarvan het grootste over het hart gaat. Er gaan stukken over het feit dat het hart het bloed pompt, maar ook dat daar de tranen, sperma en urine vandaan kwamen. Ook dachten ze dat het hart depressies veroorzaakte. Ook dementie wordt hier besproken. Er wordt over het hart geschreven: “Wanneer de arts zijn vinger op een lichaamsdeel legt, raakt hij het hart, daar dit door zijn aderen alle ledematen doordringt”.

1400 v.Chr.
In het hindoegeschrift Atharva-Veda wordt melding gemaakt van mentale ziektes. De Veda’s zijn door god geschonken teksten (vergelijkbaar met de Christelijke bijbel). De Atharva-Veda gaat over de plek van de menselijke geest in de wereld, de normale en abnormale toestanden ervan, en benoemd ook een reeks technieken om persoonlijkheid te ontwikkelen en geestelijk lijden te overwinnen. Meditatie en het spirituele pad worden als remedies genoemd.

1000 v. Chr.
Een oude Chinese tekst documenteert casussen van dementie, ‘gekte’ en epilepsie. De case-studies verschenen in de Huangdi Neijing (De meest recente vertaling is The Yellow Emperor’s Classic of Medicine), een oude verhandeling over gezondheid en ziekte, volgens overlevering geschreven door de beroemde Chinese keizer Huangdi rond 2600 voor Christus. Huangdi is echter een semi-mythische figuur. De teksten komen waarschijnlijk uit 1000-300 v Chr. en zijn een compilatie van de geschriften van verschillende auteurs.

Griekse beschaving en Romeinse rijk

Veel steden hadden tempels voor Asklepios, de god van genezing. Deze tempels werden naast geneeskrachtige bronnen of hoog in de bergen geplaatst. Om de tempels heen ontstonden zogenaamde gezondheidscentra. Zo’n Asklepieion was een mix van een medisch centrum en een kuuroord, waar zieken droomtherapie kregen en zich konden ontspannen en genieten, of het nu om geestelijk of lichamelijke ziekten ging. Er werden ook psychosomatische zieken behandeld.

Rond de 5e eeuw voor Christus verdween de droomtherapie en ontstond een meer wetenschappelijke benadering van het verschijnsel “gekte”. Dit is vooral te danken aan Hippocrates. Hij wordt gezien als de grondlegger van de moderne geneeskunde. Hij scheidde het verschijnsel ziekte van de magie en het bijgeloof en wees het Griekse geloof, dat de ziekte een straf van de goden is, af. Ook geestelijke ziekten werden door hem nadrukkelijk als behandelbare ziekten gezien.

600 v. Chr.
De eerste slaaptherapieën in Asklepieion vonden plaats. Zieken werden rond het altaar gegroepeerd. Na voorbereidende ceremoniën raakten zij bedwelmd door zoete geuren en zachte muziek. In hun droom verscheen aan hen de genezing brengende godheid. Door deze tempelslaap kon een zieke genezen worden. Overdag werden geneeskrachtige baden genomen, diëten gevolgd, wandelingen gemaakt en speciale lichaamsoefeningen uitgevoerd. Als de behandeling niet hielp werd de patiënt van de tempelgronden weggejaagd en soms gestenigd.

400 v.Chr.
Hippocrates
was een Griekse arts die rond 400 v. Chr. leefde en een van de eersten in de westerse wereld die ziekte niet zag als tovenarij of goddelijke straf, maar op basis van lichamelijke symptomen een diagnose stelde en daarbij een bepaalde therapie voorschreef.

De mens zag hij als een miniatuur-verlicharnelijking van de vier hoofdelementen van het heelal: water, aarde, lucht en vuur. Elk van deze elementen werd in het lichaam vertegenwoordigd door een vloeistof. Hij was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. Het menselijk lichaam zou bestaan uit vier soorten lichaamssappen: slijm (lucht), bloed (vuur), gele gal (aarde) en zwarte gal (water). Dit wordt de leer der humores genoemd.

Hippocrates maakte geen onderscheid tussen somatische en psychische ziekten. Hij benadrukte zelfs dat mensen met een geesteszieke echt lijden, en daarom moesten worden behandeld als andere zieke personen. Hippocrates zag mensen met depressie of schizofrenie als iemand die in een staat van “ongemak” verkeert, net als een diabeticus of iemand met een hoge bloeddruk. De hersenen waren volgens hem de “zetel van de menselijke geest”, het orgaan van het bewustzijn, van het intellectuele leven en de emoties. Als iemands denken en gedrag afwijkend was, was er sprake van een hersenziekte (hersenpathologie). Naast de fysiologische verklaring van de ziekte was hij ook van mening dat omgevings- en emotionele stress lichaam en geest kunnen schaden. Hippocrates deelde de geestelijke stoornissen in drie hoofdvormen in: manie, melancholie en hersenkoorts/frenesie.

Hippocrates was de eerste die een beschrijving gaf van de zwangerschapsneurose en de angstneurose. Hij leverde opmerkelijk gedetailleerde rapporten over symptomen die nu bekend zijn bij epilepsie, delirium tremens, hersenbloeding en paranoia. Hysterie werd volgens hem veroorzaakt doordat de baarmoeder door het lichaam van de vrouw ging zwerven op zoek naar de vervulling van haar diepste wens: een kind. De therapie was eenvoudig: trouwen.

Een onbalans van de lichaamssappen kon worden genezen met een dieet. Voor Hippocrates waren hygiëne en een gezonde manier van leven van groot belang bij het voorkomen van ziekten. De behandeling van patiënten met een geestelijke stoornis bestond uit koude of warme overgietingen, rust, diëet en afleiding in de vorm van zang en muziek.

390 v. Chr .
Plato 
onderscheidde vier stadia van de menselijke kennisverwerving, stelde dat alle kennis aangeboren is en maakte een onderscheid tussen waarneming en werkelijkheid.

350 V. Chr.
Aristoteles schreef een filosofisch boek over een psychologisch onderwerp: De anima (Over de ziel). Aristoteles maakte als eerste impliciet onderscheid tussen psychologie en filosofie. Hij onderzocht de relatie tussen ziel en lichaam.

200 – 100 v.Chr.
De eerste anatomische modellen: de Griekse arts en filosoof Herophilus bestudeerde het zenuwstelsel en maakte een onderscheid tussen sensorische zenuwen en motorische zenuwen. De Griekse anatomist Erasistratus bestudeerde de hersenen en maakte een onderscheid tussen de grote hersenen en het cerebellum.

De Romeinse arts Asclepiades pleitte voor humane behandelingen voor mensen met psychische stoornissen en liet bevrijdde ze van opsluiting om hen te behandelen met natuurlijke therapie, zoals diëten en massages.

200 v.Chr.
Een verdere uitbouw van de theorie van Hippocrates kwam van Galenus. Hij koppelde aan de vier lichaamssappen vier menstypen:

  • Bloed: dominantie ervan geeft wisselend temperament, hoopvol en vrijmoedig; sanguinisch type.
  • Gele gal: levert prikkelbaar en snel kwaad worden als temperament op ; cholerisch type.
  • Zwarte gal: geeft melancholia ; melancholisch type.
  • Slijm: traag, saai, secundair reagerend ; flegmatisch type

Galenus zag in dat de psychische persoonlijkheid van de mens nauw samenhing met de lichamelijke constitutie. Ook de behandeling was een voortzetting van de lijn van Hippocrates. De patiënt moest veel rusten en zich uitsluitend bezig houden met aangename zaken, zoals baden, zang, dans en massage. Bij moeilijke gevallen nam hij soms zijn toevlucht tot meer ingrijpende middelen zoals aderlating en braken.

In deze tijd werd het eerste onderscheid gemaakt tussen tijdelijke en chronische psychische stoornissen. Ook illusies en hallucinaties werden als verschillend opgevat. Cicero wees erop dat lichamelijke klachten het gevolg konden zijn van geestelijke aandoeningen en legde zo de basis voor de psychosomatiek.

De laatste grote geneeskundige van de klassieke tijd was Galen. Hij volgde de humorale pathologie van Hippocrates en was ook de eerste experimentele fysioloog. Sectie op het menselijk lichaam was in zijn tijd niet toegestaan, daarom onderzocht hij de anatomie van apen en varkens. Door zijn wetenschappelijk onderzoek van het zenuwstelsel was hij in staat om de rol van de hersenen in het geestelijk functioneren onder de aandacht te brengen.

100 v.Chr.
In de Dode Zeerollen werd het onderscheid gemaakt tussen de twee ‘temperamenten’ in de menselijke natuur. De Dode Zee-rollen omvatten een collectie handschriften van meer dan 900 documenten, ontdekt in elf grotten in een plaats op de Westelijke Jordaanoever aan de noordwestkust van de Dode Zee. De documenten zijn geschreven in de Hebreeuwse, Aramese en Griekse taal. Ze dateren uit de periode ca. 250 vóór Christus tot ca. 50 na Christus. Waarschijnlijk zijn ze rond 68 na Chr. verstopt in de grotten. Meer over de Dode Zeerollen.

60 na Chr.
in het Nieuwe testament werd onderscheid gemaakt tussen de menselijke geest (waarmee men contact maakt met God), de ziel (zelfbewustzijn en persoonlijkheid) en het lichaam (als voertuig van de ziel en geest). 

400 na Chr.
Augustinus startte zijn vroege en invloedrijke schrijven over de menselijke wil, een centraal onderwerp in de ethiek. Filosofen uit de 18e en 19e eeuw als Immanuel Kant, Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche zouden dit thema nader uitwerken. Hij beschreef in zijn werk ook zijn persoonlijke ontwikkeling en introduceerde daarmee de autobiografische onderzoeksmethode.

Psychiatrie in de Middeleeuwen

In de vroege Middeleeuwen werden de krankzinnigen, die werden beschouwd als ‘onnozelen Gods’, liefdevol opgevangen binnen het gezin of ondergebracht in een klooster of gasthuis. Toen de steden groeiden, veranderde dat. In menige stad was aan het stadhuis of bij een toegangspoort een stevige kooi bevestigd, waarin ‘razende’ patiënten werden opgesloten.

Volgens de middeleeuwse mens was waanzin een straf van god of het werk van de duivel. Krankzinnigheid werd daarom in eerste instantie bestreden door op allerlei manieren de duivel uit te drijven. De meest vreedzame wijze was een bedevaart. Er werd intensief bij de patiënt gebeden. Als dat niet hielp, sloeg men erop los. De patiënt werd tot bloedens toe gegeseld en in sommige gevallen om het leven gebracht. Laat in de Middeleeuwen werden vrouwen die door de duivel bezeten werden tot heksen bestempeld en verdronken of verbrand. 

In de Middeleeuwen onderscheidde men vier verschillende psychiatrische ziektebeelden: Insania (waartoe manie en melancholie behoorden), Frenesis (waanzin met koorts), Epilepsie (vallende ziekte of maanziekte), Rabis (hondsdolheid). 

500
Met de val van het Romeinse Rijk kwam een eind aan de Griekse en Romeinse beschaving, de economie stortte in en het intellectuele leven kwam op een laag pitje te staan. De invloed van de kerk groeide enorm. De kerk werd onafhankelijk van de staat gesteld en vormde het belangrijkste element van eenheid. De natuur zag men als een reflectie van de Goddelijke wil en viel buiten het bereik van de menselijke rede. Het systematisch observeren zoals de Grieken dat deden, paste niet in dit systeem.

In het begin van de Middeleeuwen werden de geesteszieken humaan behandeld. De geestelijkheid nam het op zich om de zieken in hun kloosters te verzorgen en te genezen. De behandeling bestond naast verpleging uit bidden, het aanraken van relikwieën of het drinken bij afnemende maan van zelf gebrouwen drankjes. Zo ontstonden ook de bedevaartstochten naar de plaatsen waar deze relikwieën bewaard werden. Ook waren er artsen die behandelingen verrichtten. Deze artsen werden in hun denken nog steeds sterk beïnvloed door Galenus.

De behandeling bestond uit een mengelmoes van geloof, magie en wetenschap. Aderlaten , braken, trepanatie, kruiden en als dit niet hielp een milde vorm van exorcisme. Bij de behandeling ging de arts ervan uit dat er iets in het lichaam binnen was gekomen dat ook weer naar buiten moest voordat de patiënt zou kunnen genezen. De geesteszieken uit de eigen gemeenschap worden niet opgesloten of buitengesloten. De familie blijft aansprakelijk en zorgt zo lang mogelijk voor de zieke (gezinsverpleging). Justitie houdt rekening met toerekeningsvatbaarheid en handelingsbekwaamheid.

Geesteszieken van buiten de gemeenschap waren vaak het voorwerp van spot en slechte behandeling. Ze werden buiten de stad gezet en meegegeven aan pelgrims.

705
Het eerste psychiatrische ziekenhuis werd gebouwd door Arabische moslims in Bagdad, gevolgd door Caïro in 800 en Damascus in 1270. In de islam werden de geesteszieken als onbekwaam beschouwd, maar verdienden ze  een humane behandeling en bescherming.

1100
De Perzische arts en filosoof Avicenna beweerde dat de drie delen van de hersenen vijf aparte cognitieve processen uitvoeren: gezond verstand, voorstellingsvermogen, reflectie, schatting en geheugen. Hij erkende “fysiologische psychologie” in de behandeling van ziekten waarbij emoties betrokken zijn, en ontwikkelde een systeem voor het associëren van veranderingen in de hartslag met innerlijke gevoelens.

1234
De Franciscaanse monnik Bartholomeus Anglicus (ca. 1203 – 1272) beschreef een aandoening die lijkt op depressiviteit in zijn encyclopedie De Proprietatibis Rerum. Hij schreef depressieve patiënten muziek en activiteiten voor, en ‘waanzinnige’ patiënten slaap en mensvriendelijke ketenen. Opvallend is dat hij demonen niet als de boosdoener zag van mentale ziekten.

1250
Theoloog Thomas van Aquino onderzocht de aard van de ziel in relatie tot het lichaam (lichaam-geestprobleem).

1300-1500
In de late Middeleeuwen verspreidde de kerk het idee dat gestoorden bezeten waren van de duivel. Gestoorden werden door krampen en stuiptrekkingen geplaagd en gedroegen zich krankzinnig met schuim op de mond. Een persoon die door de duivel bezeten was kon alleen geholpen worden door de duivel uit te drijven. In eerste instantie gebeurde dit op een zachtzinnige manier, door gebed en handoplegging. Maar later kwamen er particuliere duiveluitbanners die steeds hardere methodes hanteerden. Vooral vrouwen werden er van verdacht bezeten te zijn van de duivel, ze werden  betiteld als heks. De Inquisitie werd in het leven geroepen en vervolgde, veroordeelde en vonniste geestelijk gestoorden en ook gezonde mensen op verdenking van hekserij.

Psychiatrie en de Renaissance

Slechts zeer langzaam gingen de Middeleeuwers inzien dat krankzinnigheid niet verklaard kon worden uit een bezetenheid door de duivel. Ook de kerk ging zich verzetten tegen het duiveluitbannen. Met de renaissance in Europa en de heropleving van de wetenschappelijke methode werden psychische symptomen opnieuw gezien als verbonden met het lichaam. Europese denkers begonnen zich af te keren van religieuze verklaringen voor psychiatrische symptomen. Vroege mensen die renaissance-ideeën steunden waren onder meer Paracelsus, Cornelius Agrippa en Johannes Wier.

Hoewel de heksenvervolgingen in sommige Europese landen tot 1750 gewoon doorgingen, kwamen ook de eerste gestichten om de mensen die ‘gekweld waren door dolheid’ tegen zichzelf en anderen te beschermen. Er waren in het begin van de 16e eeuw geen krankzinnigengestichten meer in Europa. Er waren wel duizenden lepra-ziekenhuizen. In deze ziekenhuizen begon nu de geïnstitutionalisede verpleging, of liever opsluiting, van de geestelijk gestoorden. Als krankzinnigen in die tijd voor zichzelf of anderen gevaarlijk waren werden ze vastgeketend in een kerker opgesloten. Was dat niet het geval dan werd de “misrerabele cranksinniche personen”, soms voor een geldsom, onderdak gegeven. 

De gestichten namen zowel bedelaars als geestelijk gestoorden op. De instituten hadden als enige behandeling het aan het werk zetten van de bewoners. Ongeveer in dezelfde tijd ontstonden meer gespecialiseerde instellingen voor geestelijk gestoorden.  De behandeling in deze gestichten: hongeren, mensen laten schrikken, doodsbang maken en aderlaten.

1409
In 1409 werd in Valencia, Spanje, het eerste psychiatrische ziekenhuis geopend: het “ziekenhuis van de onschuldige gekken”.

1513
Het eerste gesticht werd opgericht in Stockholm. De eerste gestichten in de kloosters Haina, Merxhausen en Hofheim in Duitsland werden geopend door Phillippus de Grootmoedige, zoon van landgraaf Willem de Tweede.

1524
Marko Marulić publiceert Psichiologia de ratione animae humanae (De psychologie van het menselijke denken). Dit is de oudst bekende literaire referentie naar het begrip psychologie.

1547
De eerste inrichting in Engeland werden geopend. Het Bethlehem ziekenhuis in Bishopsgate, buiten de muur van Londen ,begon psychiatrische patiënten op te nemen. Dit gesticht werd één van Londens grootste toeristische attracties tot in de 19e eeuw. Tegen betaling kon men gekken bezichtigen als in een hedendaagse dierentuin.

1563
De eerste die inzag dat heksen een “ziekte in het hoofd” hadden was Johannes Wier, een hofarts uit Duitsland. Johannes Wier protesteerde tegen de heksenvervolgingen. Volgens Wier waren de vrouwen die werden terechtgesteld geen heksen, maar ongelukkige vrouwen die leden aan melancholie. Ze hadden geen straf nodig, maar behandeling.

1560
Het eerste gesticht in Turkije werd opgericht.

1562
Het eerste krankzinnigengesticht in Nederland werd geopend in Amsterdam

1607
Het tweede krankzinnigengesticht in Nederland werd geopend in Den Haag onder de naam Dol- en Pesthuis.

1621
In zijn Anatomie van Melancholie stelt Robert Burton dat achter depressie een agressie schuilgaat en stelt hij een therapeutisch programma voor van lichaamsbeweging, muziek, medicatie en voeding met de nadruk op het belang van het bespreken van problemen met een goede vriend, of, als die niet beschikbaar is, met een arts.

1637
De filosoof Descartes maakte het onderscheid tussen de menselijke geest als denkende substantie en het lichaam als ruimtelijke substantie. Hij legde daarmee als eerste een duidelijke link tussen de “geest” en (zelf)bewustzijn. Hij onderscheidde het (zelf_bewustzijn) van de hersenen, waar volgens hem de intelligentie zetelt.

1656
Koning Lodewijk XIV van Frankrijk stichtte het Pitié-Salpêtrière Ziekenhuis in Parijs voor prostituees en geestelijk gehandicapten.

1664
De Engelse arts Thomas Willis Pathologicae cerebri, et nervosi generis specimen, een belangrijk boek over de pathologie en neurofysiologie van het brein. In het boek ontwikkelde hij een nieuwe theorie over de oorzaak van epilepsie en gerelateerde aandoeningen en droeg daarmee bij aan de ontwikkeling van de psychiatrie.

1672
Willis publiceerde de anatomische verhandeling De Anima Brutorum, waarin hij de psychologie beschreef in termen van hersenfunctie.

1690
De Engelse filosoof John Locke publiceerde An Essay Concerning Human Understanding. Hij beschreef de menselijke geest als een onbeschreven blad (tabula rasa), die later door ervaring wordt gevuld.

1709
George Berkeley publiceerde An Essay Toward a New Theory of Vision, waarin hij beweert dat de mentale ideeën die mensen hebben uitsluitend worden gevormd uit andere ideeën en niet door fysieke objecten.

1713
Jakob Bernoulli publiceerde een belangrijk werk voor de ontwikkeling van de statistiek: Ars Conjectandi.

1724
Omdat hij geplaagd werd door schuldgevoelens over de Salemse heksenvervolgingen, brak de invloedrijke Engelse minister Cotton Mather met bijgeloof door fysieke verklaringen voor geestelijke ziekten te verkiezen boven demonische verklaringen.

1732
Christian Wolff gebruikte de begrippen Psychologie en bewustzijn voor het eerst in zijn boek psychologia empirica. In 1734 volgt een tweede boek over psychologie genaamd psychologia rationalis.

1745
Julien Offray de la Mettrie publiceerde zijn boek Histoire naturelle de l’âme, waarin hij stelt dat fysieke verschijnselen het effect zijn van organische veranderingen in de hersenen en het zenuwstelsel.

1748 
David Hume publiceerde An Inquiry Concerning Human Understanding, waarin hij onder andere de betrouwbaarheid van getuigenissen behandeld.

1754 
Étienne Bonnot de Condillac hield in zijn Traité des sensations vast aan het idee dat zintuiglijke waarnemingen de enige bron van kennis zijn.

1758
De Engelse arts William Battie publiceerde Treatise on Madness, waarin hij opriep tot het behandelen van zowel rijke als arme psychiatrische patiënten om van de psychiatrie een respectabel beroep te maken.

1765
Van Gottfried Wilhelm von Leibniz verscheen postuum het boek Nouveaux essais sur l’entendement humain, een krachtig statement voor de empirische onderzoeksmethode.

1777
De Schotse arts William Cullen publiceerde het boek First Line in the practice of Physic, waarin hij de term neurosis gebruikt bij het definiëren van psychische ziekte.

1781
Immanuel Kant publiceerde zijn Kritik der reinen Vernunft, waarin hij een antwoord probeert te vinden op de vragen Wat weten we? en Hoe weten we dat?

Begin moderne psychiatrie

Het opnieuw omarmen van de wetenschappelijke methode, de aandacht voor individuele waardigheid en het politieke geloof in vrijheid en rechten van de mens zorgde voor een toenemende zorg voor de geestelijk gestoorde mens.

Eind 18e eeuw was de naturalistische visie van Hippocrates opnieuw aan een opmars begonnen. Er werd weer aandacht geschonken aan de anatomie en fysiologie en de fysieke behandeling van geestelijk gestoorden werd door de artsen weer aanbevolen. Omdat men dacht dat geestesziekten het gevolg waren van verkeerde denkprocessen, werden de ketenen vervangen en focusten de gestichtsartsen zich op het bij zinnen brengen van de geestelijk zieke patiënt. 

De zogenaamde ‘morele behandeling’ begon. Men kreeg meer aandacht voor de noden en angsten van de patiënt. Allerlei sociale vormen van therapie werden ingesteld. Men ging op een vriendelijke en begrijpende manier praten met de patiënt, van wie men nu aannam ziek was geworden door een teveel aan spanningen.

Nadelen van de morele behandeling was de massale opsluiting en de moraliserende werkwijze. Spanning als oorzaak van het ziek worden leidde tot dubbele afzondering. Patiënten werden in grote groepen een instelling gestopt en de instelling werd ver van de spanningen van de stad gebouwd. Men ging ervan uit dat de verandering van het milieu leidde tot verbetering. De relatie tussen de zieke en zijn geneesheer was als die van meester en knecht. De zieke moest zich onderwerpen aan de wil van zijn geneesheer, omdat deze alleen wist wat goed voor hem is. De gestichtsarts geeft het ‘goede voorbeeld’ aan de patiënten.

De morele behandeling werd in Engeland moral treatment en in Frankrijk traitement morale genoemd. In Nederland sprak men van de zedenkundige behandeling. J.L.C. Schroeder van der Kolk (1797-1862) paste deze behandeling toe in onder meer het Buitengasthuis te Amsterdam en in het dulhuys te Utrecht

1785
De Italiaanse arts Vincenzo Chiarugi hielp bij het invoeren van humanitaire hervormingen in gestichten, zoals het verbieden van ketenen als middel om psychiatrische patiënten in bedwang te houden. Chiarugi scheidde de geestelijk zieken ook van de misdadigers. Dit leidde, in tegenstelling met de verwachting, tot meer orde en rust onder de patiënten.

Zijn pleidooi voor “morele behandeling”, Moral Treatmentwerd over het hoofd gezien tot de 20e eeuw, waarin zijn werk als een mijlpaal in de geschiedenis van de psychiatrie wordt beschouwd.

1789
Koning George III van Engeland kreeg te maken met een ernstige psychische aandoening. De medici van die tijd stonden voor een raadsel.Zijn periodiek betere periodes zorgden voor het idee dat psychische ziekten misschien konden worden genezen.

Een hedendaagse wetenschappelijke theorie is dat hij leed aan de ziekte porfyrie. Deze theorie wordt echter in twijfel getrokken door onderzoekers van St. George’s, University of London, die na een langdurige analyse van koning George III’s brieven concluderen dat hij zeer waarschijnlijk leed aan een stemmingsstoornis.

1793
De Franse arts Philippe Pinel werd aangesteld in het Bicêtre gesticht in het zuiden van Parijs. Hij wordt gezien als de vader van de moderne psychiatrie. Pinel was de eerste arts die een ziektegeschiedenis bijhield van zijn patiënten. Hij bekeek de patiënt vanuit een medisch-perspectief en behandelde de patiënt liefdevol en welwillend.

Zijn essay ‘Memoir on Madness‘ wordt geprezen als een fundamentele tekst van de moderne psychiatrie. Hierin pleit Pinel voor een zorgvuldige psychologische studie van mensen door de tijd heen, wijst hij erop dat waanzin niet altijd continu is en pleitte hij voor de decriminalisering van geesteszieken. Hij legt de nadruk op de classificatie van geestelijke stoornissen, waaruit uiteindelijk de ICD en de DSM zijn geboren. In 1809 publiceerde hij de eerste beschrijving van dementia praecox (schizofrenie).

Volgens de legende bevrijdde Pinel geesteszieken ook van hun ketenen en begon hij Moral Treatment. In werkelijkheid stond Pinel ketenen oogluikend toe wanneer andere middelen faalden. Het was Jean-Baptiste Pussin die in Bicêtre (in 1797) de ijzeren handboeien verving door dwangbuizen in stof, nadat Pinel vertrok naar het Salpêtrière. Pinel volgde Pussins voorbeeld drie jaar later, nadat hij Pussin naar het Salpêtrière haalde. Inmiddels wordt erkend dat de Italiaan Vincenzo Chiarugi al voor Pinel geesteszieken van hun ketenen verloste.

1796
De York Retreat in Engeland verwijderde de ketenen en volgde de Moral Treatment.

Psychiatrie in de 19e eeuw

Het woord ‘psychiatrie’ werd voor de eerste keer gebruikt in 1808. Het zou nog enkele decennia duren voor het woord ingeburgerd raakte en de psychiatrie als een aparte wetenschappelijke discipline werd beschouwd. Aan het begin van de negentiende eeuw sprak men nog steeds van gestichtsartsen of aliënisten. Later werden dat psychiaters. De relatie tussen de gestoorde en de behandelaar werd die van arts-patiënt, de verpleging werd geheel gericht op medisch-lichamelijke verzorging. 

In de 19e eeuw richt het wetenschappelijk denken zich vooral op de organische oorzaken van psychiatrische ziektebeelden. Men ging ervan uit dat elke psychiatrische aandoening een (aanwijsbare) biologische oorzaak had. Psychiaters begonnen mentale aandoeningen als (hersen)ziekten te beschouwen in plaats van als stoornissen in het denken. Het zwaartepunt van de diagnose werd gelegd in pathologische-anatomische afwijkingen van de hersenen, in stoornissen van de functie van het zenuwstelsel en in veranderingen van de samenstelling en de werking der lichaamssappen. Deze periode van het medisch of organisch-somatische model heeft geduurd tot de jaren 60 van de 20ste eeuw.

De Duitse psychiater Wilhelm Griesinger kwam voor het eerst met biologische uitspraken als ‘Geisteskranken sind Gehirnkranken’ (‘geestesziekten zijn hersenziekten’). Hij werd opgevolgd door grote namen als Wilhelm Wundt als grondlegger van de empirische psychologie en Emil Kraepelin die als eerste de psychische stoornissen categoriseerde. 

1808
De Duitse arts Johann Christian Reil bedacht de term “psychiatrie”.

1812
De arts Benjamin Rush werd een van de eerste Amerikaanse pleitbezorgers van humane behandeling voor geesteszieken met de publicatie van Medical Inquiries and Observations Upon Diseases of the Mind, het eerste Amerikaanse leerboek over psychiatrie. Hij wordt beschouwd als “de vader van de Amerikaanse psychiatrie”. Het logo van de American Psychiatric Association draagt het portret van Rush.

Anna Hunt Marsh, een pionier op het gebied van de geestelijke gezondheid in de VS, startte in Vermont the Brattleboro Retreat, de eerste onafhankelijke particuliere instelling voor de verzorging van psychische ziekten. De behandelingsmethoden legden de nadruk op frisse lucht, lichamelijke activiteit, educatieve verrijking, therapeutisch werk op de boerderij en in de keuken, en ondersteunend personeel.

1818 
Johann Spurzheim publiceert Observations sur la phrénologie, ou la Naissance de l’Homme over de frenologie, het idee dat de vorm van de schedel persoonlijkheidstrekken verraadt.

1820
Wilhelm Griesinger (1817 -1868) schreef het eerste moderne leerboek voor psychiatrie: “Pathologie und Therapie der Psychischen Krankheiten”. Hij stelde dat iedere geestelijke ziekte een fysiologische oorzaak heeft. Hij start hervormingen in de behandeling van geesteszieken en het voert veranderingen door in het bestaande inrichtingenstelsel.  Hij geloofde in de integratie van geesteszieken in de maatschappij en stelde voor om kortstondige ziekenhuisopname te combineren met hulp in de gewone omgeving van patiënten.
In het voorwoord van het eerste nummer van het toonaangevende psychologiemagazine dat hij opstartte, Archiv für Psychiatrie und Nervenkrankheiten, schreef Griesinger: “Psychiatrie heeft een transformatie ondergaan in haar relatie tot de rest van de geneeskunde. … Deze transformatie berust voornamelijk op het besef dat patiënten met zogenaamde ‘geestelijke ziekten’ in werkelijkheid individuen zijn met ziekten van de zenuwen en hersenen, ….”

1822
George Combe brengt de frenologie naar Amerika met zijn publicatie Essays on Phrenology, Or An Inquiry into the Principles and Utility of the Systemof Drs. Gall and Spurzheim, and into the objections Made Against It.

1821
Het element lithium werd voor het eerst geïsoleerd uit lithiumoxide en beschreven door de Engelse chemicus William Thomas Brande.

1840
Friedrich August Rauch publiceerde in Amerika het boek Psychology, or A View of the Human Soul; including Anthropology.

1841
De eerste krankzinnigenwet ging van kracht. Deze wet bevatte bepalingen omtrent de gestichten en de wijze van opname en ontslag. Iedere provincie was voortaan verplicht zelf zorg te dragen voor voldoende verpleegmogelijkheden voor haar eigen geestelijke zieken. De gang van zaken in de gestichten kwam onder toezicht te staan van inspecteurs. Door deze wet werd het inrichtingswezen in Nederland snel gereorganiseerd. Door de controle bleven alleen de doelmatige gestichten overeind. Het theoretische model van de psychiatrie was gebaseerd op de scheiding tussen binnen en buiten. Er was een duidelijke scheiding tussen mens en wereld. De ziekte zat in de persoon zelf en werd niet veroorzaakt door de omgeving. Deze strikte scheiding vinden we ook terug in de psychoanalyse.

De voorloper van het Royal College of Psychiatrists, toen bekend als de Association of Medical Officers of Asylums and Hospitals for the Insane, werd in Engeland opgericht.

1842
James Braid ontwikkelde op basis van de ideeën van Franz Anton Mesmer de techniek hypnose.

1844
De Association of Medical Superintendents of American Institutions for the Insane (AMSAII), de voorloper van de American Psychiatric Association (APA), werd opgericht in Philadelphia, Pennsylvania.

1845
In Engeland en Wales werden de Lunacy Act 1845 en de County Asylums Act 1845 aangenomen.

1851
Dr. Samuel Cartwright, een prominente arts en een van de toonaangevende autoriteiten in zijn tijd op de medische zorg van slaven, identificeerde twee psychische stoornissen: Drapetomia, de “ziekte” waardoor slaven weglopen en Dysaethesia Aethiopica, een theorie over de oorzaak van luiheid onder slaven. Tegenwoordig worden ze allebei beschouwd als voorbeelden van wetenschappelijk racisme.

1852
De Franse arts Bénédict Augustin Morel publiceerde Traite des Maladies Mentales (2 vols.); in de tweede uitgave. (1860) werd de term “dementie praecox” toegevoegd, voor patiënten die lijden aan “stupor” (melancholie). In 1857 publiceerde hij Traité des Dégénérescences, ter bevordering van het begrip van geestesziekten op basis van de theorie van de degeneratie, die de rest van de eeuw een invloedrijk concept in de psychiatrie werd.

1855
Herbert Spencer publiceerde twee volumes van zijn Principles of Psychology.

1859
Charles Darwin publiceerde The origin of the species.

Josef Breuer publiceerde Traite Clinique et Therapeutique de L’Hysterie.

1860
Gustav Theodor Fechner start de empirische psychologie. Fechners belangrijkste werk was het boek Elemente der Psychophysik. In het boek start hij met Spinoza’s gedachte dat fysieke feiten en de perceptie van deze feiten, hoewel niet tot elkaar reduceerbaar, twee aspecten zijn van één realiteit. Fechners ontdekking bestaat eruit dat hij een mathematisch verband tussen deze twee feiten formuleerde. Het verband dat Fechner ontdekte is later bekend geworden als de wet van Weber-Fechner en is als volgt te omschrijven: De sensatie is evenredig met de logaritme van de prikkel. 

1861
Paul Broca ontdekte een gebied in de linkerhelft van de hersenen dat van groot belang is voor het spraakvermogen. Zijn ontdekking markeert de start van de neuropsychologie.

1867
Henry Maudsley publiceerde Physiology and Pathology of the Mind.

1868
De Nederlandse fysioloog Franciscus Cornelis Donders publiceerde Over den snelheid van psychische processen.

1874
Wilhelm Wundt, bekend als een van de grondleggers van empirische psychologie, publiceerde Grundzüge der Physiologischen Psychologie, het eerste leerboek over de experimentele psychologie.waarin hij stelde dat de psychiatrie een tak van de medische wetenschap is die net als de andere natuurwetenschappen moet worden onderzocht door observatie en experimenten. Hij had een grote invloed op de ontwikkeling van de psychologie als zelfstandige en empirische wetenschap.  Hij was de eerste die zijn vakgebied naar een wetenschappelijk niveau tilde.
In navolging van Fechner meende Wundt dat psychologische fenomenen door middel van meetbare prikkels en de menselijk reacties daarop onderzocht konden worden met behulp van experimentele methoden. Tot dan toe was de psychologie een grotendeels theoretisch-filosofisch vak, waarbij allerlei denkbeelden over de werking van de menselijke geest en het menselijk gedrag werden geponeerd, zonder dat ze in de praktijk systematisch werden getoetst.

1875
William James opende in Amerika een laboratorium voor experimentele psychologie. In eerste instantie was het vooral bedoeld voor demonstratielessen.

1883
De Duitse psychiater Emil Kraepelin was een leerling van Wundt. Kraepelin geloofde net als zijn leermeerster dat de belangrijkste oorzaak van psychiatrische aandoeningen een biologisch en genetisch defect was. Hij publiceerde in 1883 een classificatiesysteem waarmee hij de organische oorzaken van de geestelijke stoornissen vast kon stellen. Bij sommige geestelijke stoornissen zag hij een bepaalde groep symptomen (syndroom genaamd) zo regelmatig voorkomen , dat ze wel een onderliggende oorzaak moesten hebben. Iedere geestelijke ziekte beschouwde hij als verschillend van alle andere, met zijn eigen genese, symptomen, verloop en uitkomst. De classificatie van Kraepelin werd de basis voor de huidige diagnostische categorieën een belangrijk uitgangspunt bij de totstandkoming van de vandaag de dag nog steeds gebruikte Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). In zijn Lehrbuch fur studierende und Artze kregen de in de loop van die eeuw ontstane ziektebeelden hun schriftelijke neerslag.

Kraepelin onderscheidde 2 grote groepen van geestelijke stoornissen: Dementia praecox (vroegere term voor schizofrenie) en Manisch-depressieve Psychose. Hij dacht dat een chemische disbalans de oorzaak was van schizofrenie en dat een manisch-depressieve stoornis veroorzaakt werd door een onregelmatigheid in het metabolisme.  Zijn theorieën domineerden de psychiatrie aan het begin van de twintigste eeuw.

1879
Lightner Witmer gebruikte voor het eerst de term klinische psychologie (clinical psychology).

1884
William James publiceerde What is an emotion ?

Tijdperk van de psychoanalyse

Laat in de 18e eeuw en door de 19e eeuw heen, ontstonden er in Frankrijk en Oostenrijk verschillende gezichtspunten die er vanuit gingen dat geestelijke ziektes veroorzaakt worden door psychisch disfunctioneren. Veel mensen in West-Europa leden aan ‘hysterische’ symptomen. Deze symptomen waren niet te verklaren vanuit het brein, door het somatisch-anatomische model. 

Rond 1910 kreeg de materialistische klinische psychiatrie een belangrijke tegenhanger in de vorm van de Freudiaanse psychoanalyse. Freud vatte hysterie op als een seksuele stoornis, als een conflict tussen een verdringende en een verdrongen instantie, waarbij de conversieverschijnselen werden gezien als verwrongen substituten van seksuele bevrediging, die niet op normale wijze verkregen kon worden.

Freud ontwikkelde psychoanalyse om deze “neurotische” patiënten te behandelen. De psychiatrie werd al snel het specialisme dat bekend stond om deze behandeling. Psychoanalyse werd zo de eerste behandeling voor niet-opgenomen psychiatrische patiënten. Het creëerde ook een tweedeling, die tot op de dag van vandaag voortduurt, tussen biologische psychiatrie en psychotherapie.

Psychoanalyse was de belangrijkste behandelmethode in de psychiatrie van niet-opgenomen mensen in de eerste helft van de 20e eeuw. Achteraf gezien werd het zelfs gebruikt voor omstandigheden waarin het weinig goed leek te doen. Empirisch bewijs van de werkzaamheid ervan was schaars, omdat psychoanalytici experimenten grotendeels schuwden, en omdat analytische interventies en hun uitkomsten inherent moeilijk zijn om te bestuderen. Desalniettemin wordt in veel casussen geschetst dat psychoanalyse werkte en lijkt het empirisch onderzoek dit te ondersteunen.

1885
Hermann Ebbinghaus publiceerde Über das Gedächtnis, waarin hij experimenten beschrijft die hij op zichzelf deed.

1886 
Sigmund Freud opende zijn praktijk in Wenen.

1887
George Trumbull Ladd publiceert Elements of Physiological Psychology, het eerste Amerikaanse werk waarin de resultaten van de nieuwe experimentele psychology staan.

Onder leiding van Granville Stanley Hall wordt de eerste American Journal of Psychology gepubliceerd.

1889
James Mark Baldwin publiceert het eerste deel van zijn Handbook of Psychology.

Het eerste internationale psychologiecongres vindt plaats in Parijs.

1890
William James publiceert Principles of Psychology

1893
Het eerste Nederlandse onderzoekscentrum voor psychologie werd geopend aan de Rijksuniversiteit Groningen.

1895
Sigmund Freud en Josef Breuer van Oostenrijk publiceerden Studies over Hysteria, gebaseerd op de zaak van Bertha Pappenheim (bekend als Anna O.), waarin de Talking Cure (psychoanalyse) werd ontwikkeld.

Freud was een van de meest invloedrijke en controversiële denkers van de twintigste eeuw. Zijn werk en theorieën hebben mede vorm gegeven aan moderne opvattingen over jeugd, persoonlijkheid, geheugen, seksualiteit, conflict en therapie.

Freud en Breuer’s wegen scheidden later vanwege Freud’s psychoseksuele verklaringen. Meer over Freud’s psychoseksuele ontwikkeling.

1896
Kraepelin maakte een klinische definitie van “dementie praecox”, later geherformuleerd als schizofrenie.

Edward Titchener publiceert An Outline of Psychology.

1899
Sigmund Freud publiceerde “de interpretatie van dromen (Die Tramdeutung), dat gezien kan worden als de start van de Psychoanalyse. Hij legde de discipline van de psychoanalyse en psychotherapie vast in een systematische theorie over de relatie tussen bewuste en onbewuste psychologische processen.

1900
De Russische neuroloog Vladimir Bekhterev ontdekte de rol van de hippocampus in het geheugen.

1901
Kraeplin en de Duitse psychiater Alois Alzheimer identificeerden het eerste geval van wat later bekend werd als de ziekte van Alzheimer.

Sigmund Freud publiceerde The Psychopathology of Everyday Life.

1902
De in Zwitserland geboren psychiater Adolf Meyer werd directeur van het New York State Psychiatric Institute en beïnvloedde de Amerikaanse psychiatrie met zijn “gezond verstand”, waarbij hij gedetailleerde patiëntendossiers bijhield; hij bedacht de term “geestelijke hygiëne”.

1905
De Franse psychologen Alfred Binet en Theodore Simon ontwikkelden de Binet-Simon-test waarmee ze studenten selecteren die extra hulp nodig hebben. Ze beoordeelden intellectuele capaciteit met deze eerste gestandaardiseerde psychologische test.

1906
De eerste conditioneringsstudies werden gepubliceerd door de Russische fysioloog Ivan Pavlov.

1908
De term “Schizofrenie” werd bedacht door de Zwitserse psychiater Paul Eugen Bleuler. Het komt van het Griekse ‘gespleten hersenen’, een misvatting van de ziekte.

1909
In september bezocht Sigmund Freud de universiteit van Clark en beïnvloedde de Amerikaanse psychiatrische wetenschap.

1910
Sigmund Freud richtte de International Psychoanalytical Association (IPA) op, met Carl Jung als eerste voorzitter en Otto Rank als eerste secretaris.

Boris Sidis opende het Sidis Psychotherapeutisch Instituut (een privéziekenhuis) in Maplewood Farms in Portsmouth, NH voor de behandeling van psychiatrische patiënten met behulp van de nieuwste wetenschappelijke methoden.

1911
Alfred Adler verliet de Psychoanalytic Group van Freud om zijn eigen denkschool te vormen. Hij beschuldigde Freud ervan te veel de nadruk te leggen op seksualiteit en zijn theorieën te baseren op zijn eigen jeugd.

De American Psychoanalytic Association (APsaA) werd opgericht.

Eugene Bleuler herdefinieerde “dementie praecox” als “schizofrenie”.

1912
Max Wertheimer publiceert Experimental Studies of the Perception of Movement, een van de grondleggende artikelen binnen de Gestalt-psychologie. Het Duitse woord gestalt staat voor “totaalbeeld”, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen. Zo is een tafel méér dan vier balken en een plank, en is de menselijke persoonlijkheid méér dan de som van de afzonderlijke beschrijfbare en meetbare eigenschappen. De waarnemingspsychologie gaat ervan uit dat de mens meer ervaart dan de som van de afzonderlijke zintuiglijke prikkels.

1913
Opkomst behaviorisme: John Watson publiceerde zijn manifest Psychology as the behaviorist views it. Hiermee zette hij zich af tegen de psychologie van die tijd die grotendeels steunde op introspectie en zich richtte op de studie van het bewustzijn en het mentale leven. In de plaats kwamen gedrag en experimenteel onderzoek, met nadruk op observeerbaarheid en objectiviteit.
De eerste behavioristen wijdden zich grotendeels aan dieronderzoek. Het klassieke behaviorisme wordt S-R-behaviorisme genoemd (S = stimulus = prikkel; R = respons = reactie). Het was een erg mechanistisch behaviorisme dat op zoek ging naar hoe stimuli gedrag konden uitlokken en hoe dat beïnvloed kon worden. De leerprocessen werden conditionering genoemd. Deze visie werd zeer sterk beïnvloed door de reflexfysiologie van Ivan Pavlov en anderen. Naast Watson was onder meer Edward Thorndike een belangrijke vroege behaviorist

Carl Jung ervoer de benadering van Freud als te dogmatisch en te autoritair; in zijn ogen stelde Freud zich niet op als wetenschapper maar meer als een dominante kerkvader. Hij verwees naar Freuds onvermogen om religie en spiritualiteit te erkennen en ontwikkelde zijn eigen theorieën. Zijn nieuwe denkschool werd bekend als Analytische Psychologie.
Het collectief onbewuste is waarmee Jung zich van Freud onderscheidt. De inhouden van het collectief onbewuste noemt hij archetypen, overgeërfd onbewust psychisch materiaal dat de hele menselijke soort gemeen heeft.

De British Psychoanalytical Society werd opgericht door Ernest Jones, die biograaf van Freud werd.

Jacob L. Moreno was een pionier in de Weense psychotherapie en legde de nadruk op spontaniteit en interactie; later werden deze bekend onder de namen Psychodrama en Sociometrie.

1914
Sigmund Freud publiceerde On Narcissism: An Introduction .

1917
Sigmund Freud publiceerde Introduction to Psychoanalysis, and Mourning and Melancholia.

1920
De Zwitserse psychiater Hermann Rorschach ontwikkelde de Rorschach Inktblot Test.

John Watson en Rosalie Rayner verrichtten het Little Albert experiment, waarbij klassiek conditioneren werd gebruikt om een kleine jongen bang te maken voor witte ratten.

1921
Sigmund Freud publiceerde Group Psychology and the Analysis of the Ego.
Meer over Id, ego en superego van Freud.

1923
De Duitse farmacoloog Otto Loewi en de Engelse neurowetenschapper Sir Henry Dale ontdekten Acetylcholine, de eerste neurotransmitter die werd beschreven, en wonnen daarmee de Nobelprijs in 1936.

1924
De Duitse neuropsychiater Hans Berger ontdekte de menselijke elektro-encefalografie.

Otto Rank publiceerde Trauma van Geboorte, waarin de term “pre-oedipaal” werd gebruikt, waardoor Sigmund Freud zijn banden met hem brak.

1926
De Société Psychanalytique de Paris werd opgericht met de steun van Sigmund Freud; de nazi’s sloten het in 1940.

1927
De Oostenrijkse psychiater Manfred Sakel ontwikkelde Insulineshocktherapie als behandeling voor psychose, die pas in de jaren zeventig werd gestopt.

De Oostenrijkse arts Julius Wagner-Jauregg won de Nobelprijs voor zijn uitvinding van malariatherapie voor neurosyfilis (toen genaamd General paresis of the insane). Hij startte de behandeling in 1917.

1928
De Indian Association for Mental Hygiene werd opgericht.

Jean Piaget publiceerde Judgement and Reasoning in the Child .

1933
De Hongaarse psychiater Sándor Ferenczi publiceerde een artikel waarin hij herinneringen aan seksueel misbruik als kind zag als waargebeurd en er een psychologische verklaring aan gaf, waardoor Sigmund Freud zijn banden met hem brak.

1935

De neuroloog en latere Nobelprijswinnaar Egas Moniz verricht aan de Universiteit van Lissabon de eerste systematische experimenten in de lobotomie, waarbij de frontale cortex en de rest van de hersenen werd doorgesneden.

De Indiase divisie van de Royal Medico-Psychological Association werd gevormd als gevolg van de inspanningen van Dr. Banarasi Das.

1938
De Italiaanse neuroloog Ugo Cerletti en de Italiaanse psychiater Dr. Lucio Bini ontdekten Elektroconvulsietherapie (ECT) bij de behandeling van schizofrenie.

Burrhus Skinner publiceerde The Behavior of Organisms: An Experimental Analysis, waarin hij de gedragsanalyse introduceerde.

Het Nederlands Instituut van Praktizerende Psychologen wordt opgericht (NIPP). Later wordt de naam veranderd in Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).

1939
Heinz Hartmann leverde in het stuk “Psychoanalyse en het concept van gezondheid” een indrukwekkende bijdrage aan het definiëren van normaliteit en gezondheid in psychoanalytische termen. Hij was de grondlegger van de ‘egopsychologie‘, die stelt dat de ego een eigen energie en eigen motieven heeft.

1942
De Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger startte Existentiële therapie.

De controverses tussen Sigmund Freuds dochter Anna Freud en Melanie Klein, oprichter van de Object Relations Theory (objectrelatietheorie), zorgden ervoor dat de British Psychoanalytical Society permanent in drie kampen werd opgedeeld.

Carl Rogers publiceerde Counseling and Psychotherapy, waarin hij stelt dat respect voor de cliënt en een niet-oordelende benadering de basis zijn voor een effectieve behandeling van geestelijke aandoeningen.

De persoonlijkheidstest Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) werd ontwikkeld. De Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) is een systematiek om de verschillen in persoonlijkheid van mensen te classificeren. Het model is ontwikkeld op basis van theorieën van Carl Gustav Jung

1943 
Abraham Maslow beschrijft zijn Piramide van Maslow in het artikel A Theory of Human Motivation. Volgens zijn theorie zou de mens pas streven naar bevrediging van de behoeften die hoger in de hiërarchie geplaatst werden nadat de lager geplaatste behoeften bevredigd waren. Maslows behoeftehiërarchie ziet er als volgt uit:

  1. Organische of lichamelijke behoeften, deze fysiologische behoeften houden verband met de homeostase van het organisme en het lichamelijk evenwicht. Hieronder vallen onder meer behoefte aan slaap, voedsel, drinken en het uitscheiden van ontlasting. Maslow classificeert hieronder ook seks en andere lichamelijke zaken zoals sport en comfort.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid, het individu gaat beveiliging zoeken in een georganiseerde kleine of grote groep. Dit kan bijvoorbeeld de buurt, het gezin of het bedrijf zijn. Typische voorbeelden zijn: huisvesting, werk en relaties. Er wordt gepoogd dit op te vangen door een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid.
  3. Behoefte aan sociaal contact, behoefte aan vriendschap, liefde en positief-sociale relaties.
  4. Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect, die de competentie en het aanzien in groepsverband verhogen; het belang hechten aan de status in sociaal verband.
  5. Behoefte aan zelfverwerkelijking of zelfactualisatie, is de behoefte om zijn persoonlijkheid en zijn mentale groeimogelijkheden te ontwikkelen en te waarderen. Het sociale milieu is niet weg te cijferen als steunende basis van deze actualisatietendens.
  6. Behoefte aan zelftranscendentie. In de latere fasen van zijn leven nuanceert hij zijn visie op zelfactualisering en legt hij de nadruk op zelftranscendentie.

1945
Radicaal behaviorisme:
B.F. Skinner onderscheidde twee vormen van conditionering: respondente conditionering (cfr. Pavlov) waarbij het ging om vooral fysiologische reflexen, en operante conditionering. Het onderzoek van Skinner richtte zich volledig op de operante conditionering. Om gedrag te voorspellen moet men zicht hebben op het organisme en zijn context. Deze context behelst de biologische kenmerken, de (leer-)geschiedenis en de huidige situatie. Gedragsanalyse (en dus psychologie) wordt eigenlijk beschouwd als een onderdeel van de biologie. 

Kritiek op Freud: De Duits-Amerikaanse Karen Horney schrijft ‘Onze innerlijke conflicten’. Volgens Horney werden neuroses niet alleen veroorzaakt door emotionele conflicten uit de kindertijd maar vooral door relaties met mensen. Zij volgde  aanvankelijk de theorie van Freud hierover maar bracht later nuances aan. Ze richtte er een alternatieve psychoanalytische vereniging op, die een geduchte concurrente werd van de klassieke gezagsgetrouwe freudianen. Een belangrijk verschil met Freud was ook haar aandacht voor de psychologie van de vrouw. 

1946
Mary Jane Ward publiceerde de roman The Snake Pit, die in 1948 werd verfilmd en hervormingen veroorzaakte in Amerikaanse psychiatrische staatsinstellingen.

1947
De Indian Psychiatric Society werd opgericht. Op aanbeveling van de Commissie Bhore werd in 1946 het All India Institute of Mental Health opgericht, dat in 1974 in Bangalore het National Institute of Mental Health and Neurosciences (NIMHANS) werd.

1950
De World Psychiatric Association werd opgericht.

1952
Melanie Klein publiceert voor het eerst de Object Relations Theory (objectrelatietheorie). In de objectrelatietheorie wordt de individuele ontwikkeling beschreven aan de hand van de verschillende relaties die het kind in de loop van zijn ontwikkeling heeft met de belangrijke hechtingsobjecten, vooral de vader en de moeder. Centraal staat de idee dat de representaties van de vroegste relaties met de primaire verzorgers – meestal de ouders – in de latere relaties opnieuw worden gezocht.

De anti-psychiatrie

In de jaren zestig was de beeldvorming over de psychisch gestoorde mens duidelijk veranderd, zowel binnen als buiten de psychiatrie. De psychiatrie was uit haar ivoren toren gekomen; de psychiatrische instituten werden anders georganiseerd; beter toegankelijk voor de gewone mens. En de “gek” was voor zichzelf gaan praten. Als tegenhanger van Freud en de wetenschappelijke benadering van de psychiatrie, ontstond de Antipsychiatrie.

De Antipsychiatrie bestond niet lang, maar heeft wel bijgedragen aan de democratisering in de psychiatrie. Het totaal van maatschappelijke verschuivingen, socialiserings-en democratiseringsprocessen, zorgden ervoor dat individueel-medische en tegelijk autoritaire model werd gewijzigd.

De term antipsychiatrie werd in 1967 voor het eerst gebruikt door de Zuid-Afrikaanse psychiater David Cooper. De stimulerende invloeden voor deze groepsvorming en theorieën kwamen onder meer van Michel Foucault, Ronald D. Laing en Thomas Szasz en voor de antipsychiatrie in Nederland van Jan Foudraine en Kees Trimbos. 

Als tegenhanger van Freud en de wetenschappelijke benadering van de psychiatrie, ontstond de Antipsychiatrie. De Antipsychiatrie verzet zich tegen

  • De inrichtingspsychiatrie en het inrichtingswezen in het algemeen.
  • De psychiatrie als sociaal controle middel in handen van machthebbers.
  • Het medische model.
  • De negatieve waardering van krankzinnigheid en waanzin.

1954
Michel Foucault brengt Maladie mentale et personnalité uit, over de geneeskunde, psychiatrie en waanzin. In de oorspronkelijke versie leunde Foucault aan bij de psychoanalyse van Sigmund Freud en de fenomenologische en existentiële Daseinsanalyse. In een heruitgave van 1962 komt hij op zijn stappen terug: vanuit historisch oogpunt is ‘waanzin’ een sociale constructie.

1960
Professor in de psychiatrie Thomas Szasz publiceert “De Mythe van Geestelijke Ziekte”.Hij gaat uit van het volgende: wat geesteszieken genoemd worden zijn in feite levens problemen en intermenselijke conflicten, die ook als zodanig beleefd en opgelost dienen te worden. Daar mag best hulp bij gegeven worden, maar niet in de vorm van een dokter die een patiënt helpt. De ziekterol is hier schadelijk en ook gevaarlijk voor de patiënt: het berooft hem van zijn persoonlijke verantwoordelijkheid en vrijheid.

Foucault publiceert Histoire de la folie à l’âge classique: Folie et déraison dat de ‘waanzin’ onderzoekt sinds de Renaissance. Zijn opzet is een kritiek op de psychologie en psychiatrie en de wijze waarop de disciplines naar hun geschiedenis kijken. Ze beschrijven hun ontstaan samenhangend met het ‘ontdekken’ van hun onderzoeksobject: de ‘mentale ziekte’ (maladie mentale) en een steeds ‘humanere’ omgang met de patiënt. De mentaal zieke wordt als iets dat eeuwig bestond en in de moderne tijd ontdekt wordt. Foucault stelt daarentegen dat ‘waanzin’ niet vaststaat, maar bepaald is door de historische periode. Hij ziet drie fases:

  1. De Renaissance stelt waanzinnigen in de kunst voor als bezitters van een specifieke vorm van wijsheid, namelijk kennis van de grenzen van onze wereld. In de literatuur toonden zij de grens wat mensen zijn en wat ze pretendeerden te zijn.
  2. De Klassieke Periode (17e – 18e eeuw): Terwijl vroeger waanzinnigen getolereerd werden in de marge, worden ze nu samen met prostituees, landlopers en andere randfiguren opgesloten in instellingen. “De Grote Opsluiting” ziet afwijkingen als het resultaat van morele fouten. Prostituees, landlopers en gekken werden gezien als personen die vrijwillig voor hun levensstijl kozen. Binnen deze instellingen ontstaat het beeld van waanzin als een reële categorie, die te bestuderen en te genezen is.
  3. De Moderne Tijd (19e eeuw -) sluiten we ‘gekken’ op en observeren om hen te genezen en de maatschappij te beschermen. Ook de therapie evolueert.

Foucault betwist dat deze overgang naar gespecialiseerde instellingen een morele stap vooruit is. Voor hem is de ‘verlichte’ behandeling van patiënten even wreed als de vroegere behandeling.

1961
Ervin Goffman schreef Asielen (Asylums), essays over de sociale situatie van geesteszieken en andere bewoners. Het boek was een van de eerste sociologische onderzoeken van de sociale situatie van geesteszieken in psychiatrische ziekenhuizen en leverde een belangrijke bijdrage aan het begrip van sociale aspecten van geestesziekten.
Het boek bestaat uit vier essays: “Characteristics of Total Institutions” (1957); “The Moral Career of the Mental Patient” (1959); “The Underlife of a Public Institution: A Study of Ways of Making Out in a Mental Hospital”; en “The Medical Model and Mental Hospitalization: Some Notes on the Vicissitudes of the Tinkering Trades”. De eerste drie essays richten zich op de ervaringen van patiënten; de laatste op de interacties tussen zorgverleners en patliënten.
Goffman houdt zich vooral bezig met de details van de psychiatrische ziekenhuisopname en met de aard en effecten van het proces dat hij “institutionalisering” noemt. Hij beschrijft hoe institutionalisering mensen socialiseert in de rol van een goede patiënt, die “saai, ongevaarlijk en onopvallend” moet zijn, wat mensen met ernstige psychische aandoeningen nog chronischer onbehandelbaar doet lijken in contrast.
De instituten hebben een grote invloed op de interacties van mensen, maar toch vinden mensen, zelfs op zulke plaatsen manieren om hun rol te herdefiniëren en hun identiteit terug te eisen.
Asylums hielp met de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg, wat leidde tot een vermindering van het aantal grote psychiatrische ziekenhuizen en van de mensen die erin opgesloten zitten. Het is ook van invloed geweest op de anti-psychiatriebeweging.

1975
De film One Flew Over the Cuckoo’s Nest kwam uit en heeft voor een hele generatie het gezicht van de psychiatrie bepaald. Vooral de elektroshockbehandeling en de dreiging van lobotomie in de film liet een onuitwisbare indruk achter.
De film was gebaseerd op de gelijknamige roman van Ken Kesey uit 1962. Kesey wilde duidelijk maken dat psychiatrische patiënten niet ziek maar alleen anders dan anderen waren.
De roman en de film weerspiegelden een klimaat dat in het teken stond van de antipsychiatrie.

Classificatie, medicatie en empirisch bewezen therapie

Halverwege de twintigste eeuw werd een officiële classificatiepoging van psychiatrische stoornissen gedaan. De classificatie was bedoeld om eenheid te brengen in de vele interpretaties van diagnoses. Op die manier was het gemakkelijker voor psychologen en psychiaters om patiënten te vergelijken en om informatie uit te wisselen. Wilde je weten of een bepaalde behandeling bij depressie werkt, dan moest in ieder geval elke onderzoeker hetzelfde onder het begrip ‘depressie’ verstaan.

Emotionele klachten werden eerst gecategoriseerd en gediagnosticeerd, en vervolgens behandeld door scherp te focussen op de specifieke kenmerkende symptomen van de diagnose.

Het tijdperk van de medicamenteuze behandeling in de psychiatrie begon ongeveer tegelijkertijd, met de toevallige ontdekking van het antipsychotische effect van chloorpromazine (chloorpromazine). Haloperidol (Haldol), volgde, dit keer als gevolg van een bewuste zoektocht naar andere antipsychoticaTegelijkertijd werd het eerste effectieve antidepressivum imipramine (Tofranil), een toevallige ontdekking, ingevoerd. In 1960 volgde tenslotte de eerste tranquillizers van het type benzodiazepineIn deze jaren werd ook het terugvalprofylactisch effect van lithiumzouten in een bipolaire stoornis bekend. 

De cognitieve therapie werd omschreven en empirisch bewezen. Psychiatrische patiënten werden vanaf nu bijna allemaal behandeld als ambulante patiënten (niet opgenomen), vaak met zowel medicatie als een vorm van psychotherapie. 

1944
Methylfenidaat werd gesynthetiseerd. Dit leidde tot de ontwikkeling van Ritalin in de 1960’s.

1948
Het vermogen van lithiumcarbonaat om stemmingsstoornissen (manische depressie) te stabiliseren, werd aangetoond door de Australische psychiater John Cade. Het werd het eerste effectieve geneesmiddel voor de behandeling van psychische ziekten.

1952
De eerste DSM, ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, verschijnt. De DSM is gemaakt om ondubbelzinnige definities te creëren waaraan een persoon moet voldoen om een bepaalde psychische aandoening te hebben. Hij werd herzien in 1968, 1980/7, 1994, 2000 en 2013. Meer over de DSM.

De eerste gepubliceerde klinische studie met chloorpromazine, het eerste antipsychoticum (uitgevonden door Henri Laborit, Jean Delay en Pierre Deniker), werd uitgevoerd in Sainte-Anne Hospital Center in Parijs. In Europa staat het bekend als Largactil, door Heinz Lehman werd het naar Montreal gebracht en Thorazine genoemd.

Het eerste monoamino-oxidaseremmer (MAOI) antidepressivum werd ontdekt.

1953
De in Rusland geboren fysioloog Nathaniel Kleitman uit Chicago ontdekte Rapid eye movement sleep (REM) en stichtte daarmee modern slaaponderzoek.

De Franse psychiater Jacques Lacan brak met IPA en richtte de Société Française de Psychanalyse op.

1954
James Olds en Peter Milner van McGill University ontdekten het beloningssysteem in de hersenen.

Roger Sperry of Caltech begon met een onderzoek naar gespleten breinen.

1956
Gregory Bateson, John Weakland, Donald deAvila Jackson en Jay Haley stelden de “double bind”-theorie van schizofrenie op, volgens hen komt Schizofrenie voort uit situaties waarin een persoon verschillende of tegenstrijdige boodschappen in de hersenen ontvangt.

De Engelse vertaling van De Standaard Uitgave van de Complete Psychologische Werken van Sigmund Freud werd gepubliceerd in 24 delen (1956-74).

1957
Arvid Carlsson toonde aan dat dopamine een neurotransmitter is in de hersenen.

Het eerste tricyclische antidepressivum (TCA), imipramine, werd ontdekt in de pijnappelklier.

1958
Nathan Ackerman ontwierp een diagnostisch model waarbij het hele gezin betrokken werd. Dit was de eerste beschreven systeemtherapie, waarbij niet gekeken wordt naar de problemen van een individu, maar hoe die samenhangen in een systeem (in dit geval de familie).
Hij was geïnspireerd door de grondlegger van de hechtingstheorie John Bowlby, die in deze tijd al werkte met gezinnen in groepstherapie.

Aaron B. Lerner  van de Yale University isoleerde het hormoon melatonine, dat het slaap-waakritme bleek te reguleren.

1959
Don Jackson richtte het Mental Research Institute (MRI) op voor onderzoek en behandeling van gezinnen. Een jaar later richtte Nathen Ackerman, een kinderpsychiater, het Family Therapy Instituut in New York op.

1960
De eerste benzodiazepine, chlordiazepoxide, werd onder de handelsnaam Librium geïntroduceerd.

Paul Meehl gebruikte het diathese-stress model om schizofrenie te verklaren. Lees meer over dit model.

1963
De president van de Verenigde Staten, John F. Kennedy, introduceerde wetgeving die het National Institute of Mental Health belast met Community Mental Health Centers voor mensen die worden ontslagen uit psychiatrische staatsklinieken.

Medard Boss startte Daseinsanalysis.

1964
Ronald David Laing publiceerde Sanity, Madness and the Family, waarin hij beweerde dat de wortels van schizofrenie liggen in de “familieband”, waar mensen duistere spelletjes met elkaar spelen.

1967
Ontstaan van cognitieve gedragstherapie, de meest gebruikte therapie van de huidige tijd. Aaron Temkin Beck veranderde ongeveer gelijktijdig met Albert Ellis de klassieke gedragstherapie en vulde deze aan met cognitieve concepten, die hij vooral op de psychotherapie bij depressies toepaste.

De kern is de veronderstelling dat zogenaamde irrationele cognities (gedachten) zorgen voor disfunctioneel gedrag, zoals vermijdingsgedrag of agressie. De technieken die gebruikt worden in de cognitieve gedragstherapie richten zich op het veranderen van de inhoud van deze irrationele cognities. Daarnaast wordt gewerkt met technieken uit de klassieke gedragstherapie. Deze staan bij cgt echter ten dienste van het veranderen van cognities. Lees meer over ctg.

Vanuit een experimentele traditie hebben klinische psychologen empirisch het gebruik van cognitieve gedragstherapie voor depressie, angst en andere stoornissen gevalideerd. Gestandaardiseerde therapie kan nu worden uitgevoerd door het volgen van een boek; gerichte symptoomverbetering documenteert succes of mislukking. Dit empirisme ging ten koste van analytische en dynamische therapieën. Emotionele klachten werden eerst gecategoriseerd en gediagnosticeerd, en vervolgens behandeld door te focussen op de specifieke kenmerkende symptomen van de diagnose.

1968
De humanistische psychologie of Third Force Psychology was een reactie op het behaviorisme en de psychoanalyse. De beweging is opgericht door Carl R. Rogers en Abraham H. Maslow. De humanistische school in de psychologie is meer filosofisch dan psychologisch. Het is een van oorsprong Amerikaanse stroming die ook in Europa veel invloed heeft.

De humanistische psychologie heeft een positieve blik op de menselijke aard. Er wordt uitgegaan van het idee dat mensen een aangeboren drang hebben tot zelfactualisering; de mens kan verder kijken dan zijn dierlijke instincten en kan zich engageren in creatieve activiteiten die zowel zijn welzijn als die van de maatschappij verbeteren. Humanistische psychologie houdt zich vooral bezig met ontwikkelingsleer, psychotherapie en trainingen van gezonde en geesteszieke cliënten.

1970
De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) keurde lithium goed als geneesmiddel voor acute manie.

De Amerikaanse Bestrijdingsmiddelenwet werd aangenomen, waarbij LSD, DMT, psilocybine, mescaline en marihuana op lijst I werden geplaatst (geen aanvaard medisch gebruik).

1972
De Amerikaanse psycholoog David Rosenhan publiceerde het Rosenhan-experiment, een onderzoek naar de validiteit van psychiatrische diagnoses.

1973
De American Psychiatric Association verwijderde homoseksualiteit als een geestelijke stoornis uit de DSM.

De Caucus van homoseksuele, lesbische en biseksuele leden van de American Psychiatric Association werd officieel opgericht. Een primaire functie van de organisatie was het behartigen van de belangen van de APA op het gebied van LGBT-geestelijke-gezondheid. In 1985 veranderde de Caucus zijn naam in association of Gay and Lesbian Psychiatrists.

1974
Salvador Minuchinontwikkelde structurele gezinstherapie, een systeemtherapie die problemen binnen een gezin aanpakt door het in kaart brengen van de relaties tussen familieleden, of tussen subgroepen van het gezin.

1975
Margaret Mahler werkt de objectrelatietheorie verder uit in de separatie-individuatiefase van kinderen, waarbij ze er vanuit gaat dat het proces van scheiding van de moeder in de eerste drie levensjaren cruciaal is voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid.

1977
De ICD-9 werd gepubliceerd door de WHO.

George Engel ontwikkelt het biopsychosociaal model. Dit is een uitbreiding van een medisch model over het menselijk functioneren, waarin niet alleen aandacht is voor biomedische aspecten, maar ook voor psychologische en sociale factoren die mede bepalend zijn voor ziekte en het genezingsproces.

Psychologische en sociale aspecten worden in het biomedische model genegeerd, terwijl ze wel een belangrijk onderdeel vormen van het ziek zijn. Gedrag en omgeving zijn van invloed op het ontstaan, het verloop en de beleving van ziekte. En ziekte, of ziek-zijn, beïnvloedt ook het psychologisch welzijn en de sociale relaties.

Engel heeft dit biomedische model daarom uitgebreid met psychologische en sociale aspecten. Dit maakt het mogelijk om ook psychische en sociale aspecten waar te nemen, en te behandelen bij de behandeling van ziekten

Andrey Lichko publiceerde Psychopathies and Accentuations of Character of Teenagers.

1980
De DSM-III uit 1980 kreeg internationale bekendheid. De DSM-III is de eerste classificering waarin geen aanname van de oorzaken van ziekten werd gedaan.Het was grotendeels beschrijvend van aard.

De DSM-III werd gekenmerkt door: (a) een beschrijvende en met betrekking tot oorzaken theoretische benadering; (b) expliciete criteria voor de verschillende diagnoses; (c) een ook in de criteria vastgelegde hiërarchie van ziektebeelden; en (d) een meerassig systeem van indeling.

De keuze voor een descriptieve benadering is een van de belangrijkste redenen waarom in de DSM-III de tot dan toe belangrijke hoofdcategorie ‘neurotische stoornissen’ verdween. De neurotische aandoeningen werden verspreid in affectieve stoornissen, angststoornissen, somatoforme stoornissen, dissociatieve stoornissen en seksuele stoornissen.

1982
In India ging het National Mental Health Programme (NMHP) van start.

1983
De European Psychiatric Association werd opgericht.

1987
De Indian Mental Health Act werd opgesteld door het parlement. Deze trad in april 1993 in werking in alle deelstaten en vakbondsgebieden van India. De wet verving de Indiase Lunacy Act van 1912, die eerder de Indiase Lunas Asielwet van 1858 had vervangen.

1988
Fluoxetine (handelsnaam Prozac), het eerste selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI)-antipressivum, kwam vrij als medicijn en werd al snel het meest voorgeschreven.

The American Neuropsychiatric Association werd opgericht.

1990
Het gebruik van het “bloed-zuurstof niveau” (BOLD) in MRI werd voor het eerst ontdekt door Dr. Seiji Ogawa. Hiermee kon naast anatomie ook de activiteit van de hersenen bekeken worden. Kenneth Kwong paste BOLD met MRI met succes toe op menselijke hersenactiviteiten en publiceerde de bevindingen in 1992.

1991
John Bowlby en Mary Ainsworth publiceerden de Attachement Theory (hechtingstheorie). De hechtingstheorie zet de band van een kind met de ouders of verzorgers, en de ontwrichting ervan door afscheiding, ontbering en verlies, centraal. De interactie met de omgeving vormt een kind emotioneel en cognitief.

1994
Jeffrey Young ontwikkelde Schemagerichte therapie, een nieuwe vorm van psychotherapie (cgt) voor patiënten met psychische stoornissen, die tot dan als moeilijk te behandelen werden beschouwd. In de schemagerichte behandeling wordt het belang benadrukt van het ontdekken van de oorsprong van problemen in de jeugd en de daardoor aangeleerde disfunctionele schema’s en copingstijlen. Lees meer over schematherapie.

Het eetlust-onderdrukkende hormoon leptine werd ontdekt.

1996
Bill Clinton, president van de Verenigde Staten, ondertekende de Mental Health Parity Act, die voorschrijft dat psychiatrische aandoeningen door zorgverzekeraars gelijk moeten worden gesteld aan elke andere medische of chirurgische ziekte; in 2008 ondertekende president George W. Bush een gewijzigde versie.

2000
Onderzoekers van het menselijk genoomproject publiceerden een ruwe kaart van het complete menselijk genoom.

Psychiatrie van nu en de toekomst

Ondanks een overvloed aan investeringen, droogde de farmaceutische innovatie op in 2000. Er werden tot noch toe geen nieuwe typen psychiatrische geneesmiddelen ontdekt. Hersenonderzoek is essentieel, maar het is duidelijk dat we bij lange na niet in de buurt zijn van het analyseren en behandelen van de menselijke psychologie op het neurale niveau. Het onderscheid tussen medisch en psychologisch onderzoek zal de komende jaren waarschijnlijk wel minder scherp worden, omdat bepaalde genetische of andere biologische verschillen verband blijken te houden met psychologische kwetsbaarheden.

In de afgelopen eeuw zijn veel verschillende invalshoeken voor behandeling ontstaan. De strijd tussen verschillende methoden zal blijven. We kunnen de diversiteit beter omarmen in plaats van een keuze te maken. Een robuuste psychiatrie van de toekomst zal inclusief zijn, van de cellulaire basis van gedrag, tot individuele psychologie, tot gezinsdynamiek en systeemtherapie, en tenslotte tot sociale fenomenen die iedereen aangaan.

De eerste uitgave van de DSM-5 in 2013 leverde veel controverse op. Het is misschien nu de tijd om te erkennen dat veel mensen met psychische problemen, waarschijnlijk de meeste, geen behandeling zoeken voor hun symptomen, maar voor een mengeling van de nare gevoelens, ontevredenheid, stormachtige relaties, onbewuste zelfsabotage, dissociatieve reacties en andere ellende die niet gemakkelijk kunnen worden gereduceerd tot DSM-diagnostische criteria. Het handige idee  dat de gevoelens van mensen gedistilleerd kunnen worden tot een “probleemlijst” is misschien toch niet zo handig. 

2002
De European Brain Council werd in Brussel opgericht.

De term voor schizofrenie in Japan werd gewijzigd van Seishin-Bunretsu-Byō 精神分裂病 (gespleten-brein-ziekte) naar Tōgō-shitchō-shō 統合失調症 (integratiestoornis) om stigmatisering te verminderen.

De Amerikaanse beroepsvereniging van endocrinologen schreef best practices op voor transgenderkinderen, waaronder het voorschrijven van puberteits-onderdrukkende medicijnen, gevolgd door hormoontherapie vanaf ongeveer 16 jaar

2011
Leo Rangell stierf. Hij was erevoorzitter van de International & the American Psychoanalytic Association, en verdedigde een inclusieve theorie voor psychiatrie, om alle nieuwe denkscholen samen te brengen die de nadruk legden op één benadering ten koste van alle anderen, en het beroep verdeelden in kampen. “Is het aanvaardbaar”, schreef hij in The Road to Unity in Psychoanalytic Theory, “dat een patiënt een Oedipaal conflict heeft, of een probleem met zijn zelfgenezend vermogen, afhankelijk van welke therapeut hij bezoekt?”

2012
De American Academy of Child and Adolescent Psychiatry neemt de aanbevelingen van de Amerikaanse beroepsvereniging van endocrinologen over met betrekking tot transgenderkinderen. De American Psychiatric Association publiceerde officiële standpunten ter ondersteuning van de zorg voor en de burgerrechten van transgenders en gender niet-conforme personen.

2013
De DSM-5 werd gepubliceerd door de American Psychiatric Association. Het schrapte onder meer de term “genderidentiteitsstoornis”,  en verwees in plaats daarvan naar “genderdysforie”, iets waar alleen mensen onder vallen die psychisch last ondervinden van het verschil tussen hun biologische geslacht en hun genderidentiteit.

Lees over de DSM-5 .

2017
dsmmeisjes werd opgericht.

 

Deze greep uit de geschiedenis van de psychiatrie is voortdurend onder redactie. Mis je iets of heb je een opmerking? Mail die dan naar dsmmeisjes@gmail.com.