Wat is BED (eetbuienstoornis)

Ga direct naar:

Wat is BED?

BED is de afkorting voor Binge Eating Disorder, ofwel de eetbuistoornis. Net als bij boulimia nervosa heeft iemand met BED last van eetbuien. Het verschil is alleen dat bij BED deze eetbuien niet gecompenseerd worden.

Om de diagnose BED te krijgen, moet volgens de DSM-V aan de volgende kenmerken voldaan worden:
– Regelmatig terugkerende eetbuien (gemiddeld twee keer per week gedurende zes maanden) waarbij een grotere hoeveelheid voedsel wordt gegeten dan een gezond mens in een vergelijkbare situatie zou doen.
– Depressieve of schuldige gevoelens na een eetbui

BED is pas sinds de DSM-V een op zichzelf staande diagnose. In de DSM-IV viel BED nog onder eetstoornis NAO. Dat het nu een losse diagnose is, is mooi, want BED is de meest voorkomende eetstoornis van dit moment. Momenteel zouden er zo’n 160.000 mensen aan lijden. In tegenstelling tot de andere eetstoornissen, waar de man-vrouwverhouding zo’n 90/10 zou zijn, is dit bij BED eerder 60/40.

Omdat ze geregeld eetbuien hebben en deze niet compenseren, hebben veel mensen met BED overgewicht. Dit kan voor gezondheidsklachten zorgen (maar dat hoeft niet). Andere gevolgen van BED kunnen maagproblemen zijn door de grote hoeveelheden voedsel, een in de war geraakte stofwisseling en hormoonhuishouding, en een ontregeld verzadigingsgevoel.

Waar komt BED vandaan

Zoals verreweg de meeste stoornissen is er geen eenduidige oorzaak aan te wijzen voor het krijgen van BED. Het is altijd een combinatie van factoren. Het klassieke beeld van een zware jeugd of een grote gevoeligheid voor slanke modellen in tijdschriften klopt in veel gevallen in elk geval niet.
Genetische aanleg en erfelijkheid speelt mee. Onderzoek toont aan dat de kans op een eetstoornis groter is als het in je familie voorkomt. Daarnaast spelen biologische factoren een rol: wanneer de regulatie en opname van bijvoorbeeld serotonine niet loopt, zou de kans groter zijn een eetstoornis te ontwikkelen. Puur je fysiek kan ook meewerken. Wie aanleg heeft voor overgewicht, zal eerder gaan lijnen en kan vervolgens doorslaan.

Ook de persoonlijke omstandigheden spelen een rol. Wie van zichzelf al weinig zelfvertrouwen heeft, wat faalangstig is, gevoelig voor kritiek of erg perfectionistisch, zou mogelijk meer kans op een eetstoornis lopen. Ook zou het zo zijn dat iemand uit een instabiel gezin, waarbij bijvoorbeeld veel ruzie is of juist overdreven beschermend gedrag, extra kans op een eetstoornis loopt.
Voor al deze kenmerken geldt dat ze in hun eentje niet verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Een eetstoornis is een autonome ziekte, en daarom kun je het bijvoorbeeld niet omdraaien en zeggen dat iedereen met een perfectionistische inslag een eetstoornis krijgt. Het is altijd een combinatie van factoren en een samenloop van omstandigheden.

Hoe wordt BED behandeld

Zoals alle eetstoornissen is de behandeling voor BED vaak een combinatie van therapie en voedingsbegeleiding. Op dat laatste ligt vaak eerst de nadruk. Het normaliseren van het eetpatroon gebeurt met begeleiding van een diëtist. Iemand met een eetstoornis moet vaak bijna opnieuw leren eten. Leren wat een normaal voedingspatroon is, hoeveel een goede portie is en leren variëren op de basislijst met boterhammen. Want als jij voor je ontbijt drie boterhammen moet eten, hoe kun je dat dan op een goede manier vervangen als je yoghurt met cruesli wilt eten? Ook bij BED is dit belangrijk, want een goed en gezond eetpatroon vermindert de kans op doorslaan in eetbuien.
Bij veel eetstoornisbehandelingen ligt op dat deel, zeker in het begin, de nadruk.

Daarnaast wordt er in veel therapieën aandacht besteed aan onderwerpen als zelfbeeld, perfectionisme en het op een gezondere manier omgaan met emoties. Er wordt vaak gekeken wat de ‘functie’ van de eetstoornis is geweest en hoe die op een gezonde manier vervuld kan worden. Ook is er vaak een stuk psycho-educatie bij betrokken, voor meer inzicht in de stoornis en de gevolgen daarvan.

Laatste blogs over BED:

Gerelateerde artikelen: