Aan de dood ontsnapt

Ik loop het lokaal in, waar nog maar weinig mensen zitten. Ik kijk naar alle stoelen en tafels en besluit dan strategisch de achterste vrije tafel te kiezen, waar alleen de docent me kan zien zitten straks. Ik weet dat we de les beginnen met een essayvraag die meetelt voor ons eindcijfer. Dat maakt me bloednerveus en ik weet zeker dat ik het niet goed genoeg ken, maar ik probeer het los te laten. Langzaamaan druppelen mijn medestudenten ook binnen. Ze zoeken elkaar op en besluiten niet naast mij te gaan zitten. Ik denk dat ze me niet zo goed kennen en daarnaast zal ik op dit moment ook wel niet al teveel positieve vibes uitzenden, ben ik bang. Ergens ben ik opgelucht dat er niemand naast me plaatsneemt, wel zo rustig, maar het maakt me ook onzeker. Vinden ze me gek? Lelijk? Raar? Totaal niet aardig?

Nog één minuut. Hoezeer ik ook probeer me rustig te houden, mijn hartslag is inmiddels gestegen, ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken, mijn handen zijn klam, mijn benen hebben een bijna niet te onderdrukken behoefte om het op een lopen te zetten. Weg van al deze mensen die misschien wel allerlei lelijks over mij denken, weg van die essayvraag die mijn slimheid zal meten en zal aantonen dat ik eigenlijk super dom ben. Ik ben zodanig in paniek dat ik iets doe wat ik mezelf bijna nooit toesta; ik rits nog snel mijn tas open om een oxazepam naar binnen te slaan. Net op tijd, de les begint.

Tijdens het maken van de toetsvraag word ik langzaam misselijk en begin ik te zweten. Ik haal alles in mijn hoofd door elkaar, schrijf een ‘5’ op in plaats van een ‘3’ en bijna mijn computerwachtwoord in plaats van mijn naam. Vervolgens besef ik dat ik het antwoord op de vraag niet helemaal weet. “Je bent een dom wijf, je kan dit helemaal niet” begint mijn hoofd te scanderen. “Rustig ademhalen,” spreek ik mezelf toe, “er is geen gevaar, je bent niet dom, er gebeurt niks, er is niets aan de hand.” Het mag niet baten. Snel krabbel ik het antwoord op het papier en vervolgens staar ik naar buiten. Mijn handen zijn koud van het klamme zweet en ik heb het gevoel alsof ik elk moment mijn tafel onder kan gaan kotsen of flauw kan gaan vallen.

De timer klinkt, onze tijd is afgelopen. Ik lever mijn papier in, hoop dat het rustigere gedeelte van de les nu eindelijk aanbreekt, dat mijn oxazepam gaat werken, dat de paniek wat zal zakken zodat ik mezelf straks kan vertellen dat het meeviel en dat ik dit heus wel trek. Dan verschijnt er een nieuwe slide op het scherm, die de inhoud van de les onthult. ‘Presenteren’, staat er. Mijn hoofd betrekt nog meer.

De docent begint nader toe te lichten wat we precies gaan doen. “Jullie worden opgedeeld in groepjes en gaan allemaal met een ander onderwerp aan de slag. Vervolgens geven jullie een presentatie aan jullie klasgenoten. Het is hierbij van belang dat elk groepslid een deel van het presenteren op zich neemt.” BAM. De chaos in mijn hoofd is compleet. Nu is het écht tijd om te vluchten en mijn hakken in het zand te zetten, allebei tegelijk. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om daadwerkelijk voor die groep mensen te gaan spreken, zonder dat ik me hier zorgvuldig op heb kunnen voorbereiden. De docent kan op haar kop gaan staan, maar ik ga weg en wel nú meteen.

Zodra de groepsleden elkaar op beginnen te zoeken, raap ik mijn spullen bij elkaar en stap ik gehaast naar de docent toe. “Ik voel me beroerd en ik ga nu naar huis,” zeg ik. Ik weet vrij zeker dat het geloofwaardig over komt want inmiddels zie ik volgens mij zo wit als een doek. Na haar goedkeuring snel ik naar de lift en zie ik in de spiegel dat dit daadwerkelijk zo is. Mijn ogen staan grauw, mijn teint is wit, met kleine rode konen van de stress.

Eenmaal buiten begin ik te huilen en bel ik mijn vriendin. Ik durf eerst niet eens hardop te praten, ik heb het gevoel alsof ik in nood verkeer. Ik ben gevlucht, ik heb mezelf gered. Ik zak neer op een bankje, nog steeds niet tot rust gekomen. Ik kan alleen maar ratelen en nog meer huilen. “Er is niks aan de hand, je hebt het goed gedaan” zegt mijn vriendin. Het enige wat ik kan denken is ‘Méns, je moest eens weten! Ik heb me zelf gered uit een levensgevaarlijke situatie!’

Iemand schreeuwt tegen je: ‘Spring van deze klif’ en jij weigert toch. Iemand rijdt je bijna aan met de auto en jij trapt net op tijd op de rem. Je huis staat in brand en je bent net snel genoeg de deur uitgerend. Ik weet dat deze voorbeelden totaal niet te vergelijken zijn met ‘het bijwonen van een les’ of ‘het presenteren voor een groep’. Toch kan ik het niet anders omschrijven dan het gevoel aan de dood te zijn ontsnapt. Want zo voelt het, echt waar.

5 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.